EK turnen voor vrouwen in 2004 naar Amsterdam

De Europese kampioenschappen turnen voor vrouwen worden in 2004 in Nederland gehouden. De gymnastiekbond (KNGU) heeft dit gisteren bekendgemaakt. Het toernooi zal in de Amsterdamse RAI plaatshebben.

De organisatie van de EK was voor het bondsbestuur van de KNGU niet vanzelfsprekend, omdat eerder om financiële redenen de wereldkampioenschappen ritmische gymnastiek in Maastricht moesten worden teruggegeven. Dat wilde men een tweede keer voorkomen. Pas toen de dekking van de begroting grotendeels rond was, besloot de KNGU de toewijzing door de Europese turnfederatie (UEG) te honoreren en voor de organisatie van de EK over twee jaar te zorgen.

De kampioenschappen worden in 2004 gehouden van donderdag 29 april tot en met 2 mei. Voor de Nederlandse turnsters mits gekwalificeerd zal het toernooi de laatste voorbereiding zijn op de Olympische Spelen, die later dat jaar in Athene worden gehouden. Na de EK in 1967 in Amsterdam en de WK in 1987 in Rotterdam wordt de komende titelstrijd het derde naoorlogse grote turntoernooi dat in Nederland wordt gehouden.

De kosten voor de Europese kampioenschappen van 2004 zijn begroot op 1,9 miljoen euro. De gemeente Amsterdam draagt 200.000 euro bij en bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ligt een subsidieaanvraag van 500.000 euro. Het organisatiecomité, dat onder leiding staat van bondsbestuurder Geert-Jan Sikkens, verwacht geen problemen met de toewijzing ervan. De resterende inkomsten moeten komen van sponsors en uit entreegelden. De televisierechten leveren de organisatoren geen inkomsten op, omdat die in handen zijn van de Europese turnfederatie UEG.

Tijdens de perspresentatie, gisteren in het Olympisch Stadion in Amsterdam, werd met een handdruk van magnesium symbolisch het contract ondertekend door de partijen die bij de organisatie betrokken zijn. Dat deden, naast Sikkens van het organisatiecomité, wethouder Maij van de gemeente Amsterdam, directeur Vlasblom van hoofdsponsor Univé en Rob van de Velden namens omroeporganisatie NOS, die zich heeft verplicht het toernooi op televisie uit te zenden.