Eigen aanbod prevaleert

De indicatiestelling in de geestelijke gezondheidszorg is onder de maat. Dat is de voornaamste bevinding van het College voor zorgverzekeringen (CVZ). De college biedt vandaag de minister van VWS het rapport `Onderzoek naar de indicatiestelling in de GGZ' aan. Het college constateert dat ,,commissies die de indicatie uitvoeren, niet onafhankelijk zijn. Ze zijn veelal door de zorgaanbieders zelf vormgegeven, waardoor de indicaties vooral gesteld worden vanuit het eigen aanbod.''

Daarom vindt het CVZ dat de indicatiestelling voor langdurige zorg bij Regionale Indicatieorganen (RIO's) moet worden ondergebracht, ,,zodanig dat de onafhankelijkheid van de indicatiestelling gewaarborgd wordt''. Het moet onmogelijk worden dat de instellingen de patiënten indiceren voor `eigen aanbod'.

In het onderzoek van het CVZ staat de vraag centraal in welke mate de indicatiestelling in de GGZ plaatsvindt vanuit de landelijke beleidsuitgangspunten van het Indicatie Overleg GGZ (IOG).

Het CVZ constateert dat de GGZ-sector niet in staat is gebleken om zelf een onafhankelijke en integrale indicatiestelling te organiseren.