De nieuwe generatie: jong en meedogenloos

Smertniki (kamikazes) van de 29e brigade. Zo stelde de Tsjetsjeense overvallers zich gisteravond voor aan het verbijsterde publiek van het Moskouse theater aan de Melnikovstraat. Vlak voor www.kavkaz.org, de website van de Tsjetsjeense rebellen, wegens overbelasting uit de lucht verdween, meldde krijgsheer Movsar Barajev daar dat hij de actie persoonlijk leidde. ,,Wij zijn niet naar Moskou gekomen om te leven, maar om te sterven'', liet hij weten. In zijn gevolg zouden zich veertig weduwes van gesneuvelde Tsjetsjeense strijders bevinden.

Heeft Barajev inderdaad Moskou bereikt, dan zou hij Sjamil Basajev naar de kroon steken, de bekendste en machtigste Tsjetsjeense krijgsheer. Basajev vernederde in juni 1995 het Kremlin door in het dorp Boedjonnovsk, diep in Rusland, een ziekenhuis vol patiënten te gijzelen nadat hij rovend en moordend door het stadje was getrokken. Na een mislukte bestorming, die 124 levens eiste, waren de autoriteiten gedwongen Basajev te laten gaan. De Russen claimen hem later alsnog te hebben omgebracht.

Movsar Barajev – ook wel Soeleimenov genoemd – is de neef van krijgsheer Arbi Barajev, die in juni vorig jaar op 28-jarige leeftijd stierf nadat zijn dorp Jermolovka bij de hoofdstad Grozny huis voor huis was uitgekamd. Bij die actie stierven veertien soldaten en rebellen. De televisie toonde indertijd een bebaarde strijder in een lijkzak. Zijn zes vrouwen en schoonmoeders bevestigden dat het lijk daadwerkelijk van Adri Barajev was. Het Kremlin vierde diens dood als een doorbraak. Kavkaz.org meldde echter dat diens strijdgroep, `het islamitsche regiment', voortaan onder commando van neef Movsar viel.

Movsar kon tot dusver niet tippen aan de reputatie van oom Abri, die gold als een briljant militair tacticus en een charismatisch leider. Ook zijn dood werd dit jaar meermalen gemeld. In augustus beweerde de geheime dienst FSB hem te hebben geëlimineerd. Op 12 oktober meldde legercommandant Podoprigora: ,,Movsar Barajev is gestorven onder de precieze slagen van onze luchtmacht en artillerie.''

De strijders van Barajev waren recentelijk vooral actief in en rond de hoofdstad Grozny, waar ze de autoriteiten tartten met bomaanslagen en executies van `collaborateurs'. Ze hangen het wahhabisme aan, de strenge vorm van islam die nu in Tsjetsjenië de overhand heeft, en zouden in nauw contact staan met het Al-Qaeda netwerk. Daarnaast zijn ze diep verweven met de lokale misdaad. Zo zou Movsar de verantwoordelijkheid hebben opgeëist voor de moord op Rizvan Achmadov, een prominent lid van de familie die de Tsjetsjeense drugshandel domineert. ,,Movsar is een representant van de nieuwe generatie krijgsheren: jong, meedogenloos en zonder respect voor lokale tradities'', zegt expert Aleksej Malsjenko. Er is een videotape van hem in omloop waarop hij een Russische vrouw het hoofd afsnijdt.

In de periode 1996-1999, de jaren dat Tsjetsjenië onafhankelijk was, legden Adri en Movsar Barajev zich toe op ontvoeringen. Berucht werden ze met de moord op drie Britse en een Nieuw-Zeelandse telecom-ingenieurs in 1998. Hun hoofden werden naast een weg teruggevonden. Ze bleken vooraf te zijn uitgehongerd en zwaar mishandeld. Volgens een latere BBC-documentaire hadden hun werkgevers, British Telecom en Granger Telecom, een losgeld van 10 miljoen dollar geboden. Een Dagestaanse man die met het viertal gevangen zat, verklaarde evenwel dat Barajev tegen hem opschepte dat `Arabische vrienden' 30 miljoen dollar boden als hij de buitenlanders zou doden. De strijdgroep van Adri Barajev werd ook in verband gebracht met de ontvoering van Jelena Masoek, een correspondent van tv-zender NTV, en Valentin Vlasov, de Russische gezant in Tsjetsjenië.