Bosnië vrijhaven voor terroristen, vrezen VS

Wapenleveranties aan Irak wakkeren de belangstelling van de VS voor voormalig Joegoslavië aan.

Eerst arresteerde de NAVO zes Algerijnen in Bosnië. Een van hen zou het telefoonnummer van een naaste medewerker van Osama bin Laden in het geheugen van zijn mobiele telefoon hebben gehad. Toen vond de NAVO in een wapenfabriek in Bosnië documenten die repten van handel met Irak. Het zou om onder meer luchtafweergeschut gaan. En gisteren enterde de politie in Kroatië een schip vol wapens en explosieven. Voormalig Joegoslavië doet mee aan de war on terrorism maar niet zoals de Verenigde Staten het graag zien.

De Kroatische politie hield het schip Boka Star al in de gaten. Haar vermoedens over de dubieuze lading bleken juist. Het onderzoek richt zich nu onder meer op de mogelijke betrokkenheid van het Joegoslavische importbedrijf Yugoimport. Eerder deze week bleek deze firma nauwe banden te onderhouden met het regime van Saddam Hussein. Bij een inval in de wapenfabriek Orao, in de stad Bijeljina in de Servische Republiek in Bosnië, had de NAVO bewijs gevonden. Behalve wapens en luchtafweersystemen zouden beide bedrijven ook onderhoudspersoneel voor de Russische gevechtsvliegtuigen van Irak hebben geleverd.

De geruchten circuleerden al langer. Begin deze maand berichtte de Britse zondagskrant Sunday Times over Servische contacten met het Iraakse regime. De autoriteiten in Belgrado droegen daarop hun militaire inlichtingenarchief aan de Amerikanen over.

Joegoslaviës samenwerking met Irak dateert niet van gisteren. In de jaren zeventig wisselden beide landen al militaire experts uit, in de jaren tachtig bouwden Joegoslaven onder andere militaire vliegvelden en ondergrondse commandoposten in Irak. In de jaren negentig haalden beiden landen zich de toorn van het westen op de hals: Saddam Hussein trok Koeweit binnen, Slobodan Miloševic begon een oorlog in Bosnië. Beiden voelden zich met elkaar verbonden, brothers in crime. De handel in wapentuig floreerde, de internationale sancties tegen beide regimes ten spijt.

Samenwerking tussen Al-Qaeda en de Bosnische moslims is daarentegen nooit aangetoond, al circuleert er het hardnekkige gerucht dat Bin Laden tijdens de oorlog (1992-1995) in Bosnië was. Wel staat vast dat enkele duizenden mujahedeen-strijders actief waren.

Het is reden genoeg voor de Amerikanen om hun aandacht op Bosnië te richten. Enkele islamitische hulporganisaties hebben hun boekhouding moeten overleggen op de verdenking dat ze een dekmantel voor terreurgroepen vormen. En Amerikaanse en Britse vertegenwoordigingen sloten vorig jaar oktober plotseling hun deuren uit vrees voor aanslagen. Kort daarop werden de zes Algerijnen gearresteerd; de schoonvader van een van hen was schoonmaker in de VS-ambassade in Sarajevo. De Amerikaanse inlichtingendienst werkt inmiddels op volle toeren in Bosnië. Ze vreest dat het land, dat notabene wordt bestuurd door de internationale gemeenschap, een vrijhaven voor terroristen is.

    • Yaël Vinckx