Boeken lenen via een automaat

De Centrale Bibliotheek in Rotterdam krijgt een opknapbeurt die twee jaar duurt. De bibliotheek blijft gewoon open, zegt directeur Frans Meijer.

In de grote hal van de Centrale Bibliotheek in Rotterdam lopen bouwvakkers af en aan tussen de bezoekers. Op de tweede verdieping gonst het van de bouwactiviteiten. Het uit 1983 daterende gebouw van architecten Van den Broek & Bakema ondergaat een ingrijpende opknapbeurt. Directeur Frans Meijer (1952) vertelt dat de metamorfose in twee jaar tijd zal worden voltooid, terwijl de bibliotheek in bedrijf blijft.

De meeste bibliotheken in Nederland worden beheerd door stichtingen, maar deze valt als `dienst' van de gemeente Rotterdam onder de wethouder van Cultuur. Jaarlijks ontvangt het gebouw aan de Hoogstraat ruim 1,8 miljoen bezoekers. Behalve mensen die boeken komen lenen, zijn daar ook internetters, studenten en krantenlezers bij. Meijer: ,,'s Morgens om tien uur staat er al een rij wachtenden voor de deur. Verder is de bibliotheek erg populair bij jonge allochtonen.''

Wanneer de verbouwing is afgerond, moet dit een `belevenisbibliotheek' zijn geworden, vertelt Meijer, ,,waarin iedereen iets van zijn gading kan vinden''. Hij vergelijkt het concept met dat van boekhandel Donner aan het Beursplein in Rotterdam. ,,De traditionele rijen boekenkasten verhuizen naar de randen van het gebouw. Er komen zithoeken met comfortabele banken en aan de plafonds komen markante lampen te hangen.'' Het directeurschap van de gemeentebibliotheek is te vergelijken met het runnen van een bedrijf, vindt Meijer. ,,We hebben voor de centrale en de 24 wijkvestigingen 280 formatieplaatsen en een begroting van 22 miljoen euro die voor tachtig procent uit de gemeentelijke begroting komt. De rest is afkomstig van lidmaatschappen en – niet te verwaarlozen – boetes voor het te laat terugbrengen van de geleende boeken.''

De maatschappelijke veranderingen, de hogere eisen van bezoekers en de noodzaak andere doelgroepen aan te boren, alles is op een rij gezet. ,,Om te overleven moeten we inspelen op de wensen van het publiek. In ons bezoekersbestand zijn de 30- tot 40-jarigen minder vertegenwoordigd. Het zou leuk zijn als die op zondag met de kinderen een dagje komen funshoppen.'' Speciaal voor die kinderen wordt op de tweede verdieping een `kinderparadijs' ingericht met een kindertribune, apart ontworpen meubilair en een voorleesstoel.

Bibliotheken hebben van oudsher een stoffig imago, maar door de verhuizing in 1983 naar de nieuwbouw van Van den Broek en Bakema kreeg de Centrale Bibliotheek al een moderne uitstraling. Toen Meijer in 1995 aantrad als directeur, schrok hij van de ontoegankelijkheid van het gebouw. ,,De ingang was onvindbaar en bij de uitleenbalies was het een onoverzichtelijk rommeltje.'' Binnen een week na zijn komst zat hij bij de architect en in 1997 begon de eerste verbouwing.

Meijer roemt de multifunctionaliteit van het gebouw. ,,De Stichting Centrale Discotheek huurt een ruimte op de begane grond, er is een restaurant en we zijn de enige bibliotheek in Nederland met een eigen theater.''

In de centrale hal, door insiders Het Informatie Plein genoemd, staan maquettes van de nieuwe situatie. Staaltjes vloerbedekking, meubelstoffen en voorbeelden van designstoelen, zoals de Charley van Montis, de vlinderstoel van Frits Hansen en de Gispen 414. Er komen caféstoelen in het nieuwscentrum op de begane grond. En de uitleenbalies worden vervangen door leenautomaten, waar mensen hun boeken zelf scannen. Beneden komt ook het internetterras dat 's avonds open blijft.

Meijer wijst op bijna lege magazijnen met dozen vol boeken. ,,Om extra vloeroppervlak te creëren moesten duizenden boeken worden gesaneerd.'' Volgens Meijer een moeilijke operatie, want ,,bibliothecarissen hebben van nature een neiging tot bewaren.'' Met de overtollige naslagwerken en krantenleggers zijn diverse musea en instellingen verblijd. ,,We beschikken straks in totaal over 14.000 vierkante meter publieke ruimte, dat is twee keer het vloeroppervlak van Donner''. Er is ook regelmatig contact met de boekhandel en Meijer ging in zee met dezelfde interieurontwerper, Wim Lafeber.

Maar niet alleen nieuwigheden zijn belangrijk voor het imago van de bibliotheek. Met sleutel in de hand beent Meijer naar het walhalla, een enorme kluis waarin 30.000 antiquarische boeken klimatologisch verantwoord worden bewaard. Hier bevindt zich de grootste Erasmuscollectie ter wereld, bestaande uit 5.000 boeken en geschriften. Voorzichtig bladert Meijer door de eerste druk van Erasmus' Opera Omnia uit 1540. De beroemde Lof der Zotheid beslaat slechts 35 van de in totaal negenduizend pagina's. In de toekomst wordt een en ander gedigitaliseerd voor speciale projecten.

Op de zesde verdieping, waar straks het stadsstudiehuis zal zijn gevestigd en vergaderkamers kunnen worden geboekt, duwt Meijer een kastje opzij bij de balustrade. ,,Van hieruit heb je het mooiste uitzicht van de bibliotheek.'' Voor ons in de diepte zien we een beeldrijm van roltrappen waarop mensen elkaar passeren, op weg naar huis of op weg naar hun favoriete boek.

    • Marion van Eeuwen