`Als je Maas zijn zin geeft, ben je op het hellend vlak'

Ferry Hoogendijk keert alleen terug in de Tweede Kamer als het op de lijst van Herman Heinsbroek kan. De ex-nummer twee van de LPF wil een nieuwe kans om het mislukte werk af te maken. ,,Het ontbreken van een natuurlijke leider is de nekslag geweest.''

,,Ik heb als politiek strateeg volkomen gefaald.'' Dat durft Ferry Hoogendijk, Tweede-Kamerlid en tot vorige week nummer twee van de LPF, nu wel te bekennen. Hij is na de val van het kabinet en de deconfiture van zijn fractie ,,een paar dagen helemaal gedesillusioneerd geweest''. ,,Onthutst'' was hij, vooral omdat de kabinetscrisis ,,zo onzettend dom is veroorzaakt''. Daarom, én omdat hij de pas gekozen partijvoorzitter Maas niet vertrouwt, wil hij na de verkiezingen op 22 januari niet meer voor de LPF in de Tweede Kamer terugkeren. ,,Het project is volledig mislukt'', zegt Hoogendijk. ,,Ik geloof niet meer in de LPF.''

Deze week zit Ferry Hoogendijk thuis, in Naarden. Hij voelt zich schuldig tegenover de kiezer: ,,Ferry,'' denkt hij dan, ,,jij hebt het ook niet goed gedaan.'' De setting is guur: de glazen tafel in zijn ruime serre weerspiegelt de herfstbladeren die buiten op het glazen dak neerdwarrelen. Tegenwoordig rijden touringcars met toeristen langs zijn huis en wijzen de gidsen naar links, waar hij woont, en naar rechts, waar ex-minister Heinsbroek woont. Zijn vrolijke hondje Witchy rent blaffend door de salon. ,,Dat is ook een hardliner'', glimlacht Hoogendijk. Over zichzelf voegt hij er aan toe: ,,hardliner én democraat.''

In de LPF is hij zijn functie als `politieke strateeg' vorige week kwijtgeraakt. Hij is nu ,,backbencher''. Maar de politieke carrière van de 68-jarige ex-journalist en kunsthandelaar is nog niet voorbij. Zondag heeft hij namelijk een afspraak met zijn buurman Herman Heinsbroek, die momenteel in Saint Tropez broedt op een verkiezingsprogramma. Op dienst Lijst Nieuwe Politiek wil Hoogendijk straks graag zijn werk afmaken, onthult hij. Als tenminste ,,het programma goed is en Herman het wil''. Maar Hoogendijk voelt ervoor: het is voor hem Heinsbroek of niets. Hij ziet in de ex-minister van Economische Zaken ,,de charismatische man die de emoties van het volk in zich kan opnemen''. En dat is waar moderne, nieuwe politiek in zijn ogen om vraagt. ,,De opstand van de burger is niet voorbij'', is de overtuiging van Hoogendijk. De `oude partijen' hebben niet voldoende afstand genomen van de ,,verstandelijke'' manier van opereren van Paars, die aan gevoelens van het volk voorbij ging. ,,De veenbrand woedt door.''

Als hij straks definitief de keuze voor Heinsbroeks LNP maakt, stapt Hoogendijk overigens meteen uit de LPF-fractie, kondigt hij aan. Dat doet hij ook als de LPF de eerder afgescheiden Kamerleden Winny de Jong en Cor Eberhard weer terugneemt, zoals hij gisteren ergens las. ,,Dan ben ik binnen een halve minuut weg.'' Hij kan De Jong niet vergeven dat ze hem betrok in beschuldigende vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog.

Vijf maanden lang was Hoogendijk de onverwoestbare nummer twee achter de achtereenvolgende fractieleiders Herben en Wijnschenk en daarmee de meest constante factor in de LPF. Hij doorstond alle stormen, ruzies en afrekeningen. Hij gold als sluwe regelaar achter de schermen, was de harde onderhandelaar achter Herben in de kabinetsformatie, leverde op eigen houtje last minute bewindslieden uit zijn kennissenkring, onder wie Heinsbroek, schreef politieke speeches voor Wijnschenk, maar dempte ook de toon in de fractie als scheuring te dichtbij kwam. Nu ligt Hoogendijk wel eens een nachtje wakker en denkt dat de oppositie achteraf beter was geweest: ,,Het is waanzin om in een keer de tweede partij te worden en meteen te gaan regeren. Het is allemaal gewoon te veel geweest. We zijn in één klap te groot geworden.''

De oorzaak van de desastreuze laatste weken? ,,Politiek amateurisme'', is de overtuiging van Hoogendijk. Het waren niet CDA en VVD die de LPF hebben laten struikelen, zoals in de LPF wel wordt gezegd, onderstreept hij. ,,We hebben er zelf een zooitje van gemaakt.'' Hoogendijk hield zich maandenlang de les voor van zijn vroegere VVD-mentor Van Riel, die meende dat je ,,als je een beetje intelligent bent, de politiek in drie, vier maanden onder de knie kan hebben''. Maar de LPF is nooit aan haar verdeeldheid ontsnapt. ,,Je hebt bij de LPF goedwillende politieke amateurs en bloeddorstige politieke amateurs'', daar wil hij het na vijf maanden op houden. De fractie werd gedomineeerd door ,,ego's'' en ,,het gebrek aan een natuurlijke leider''. Vooral dat laatste is volgens Hoogendijk, als hij nu terugkijkt, ,,de nekslag geweest''.

Zelf werd hij ,,ook niet erkend als natuurlijk leider'', zegt hij nu. Dat bleek toen hij in augustus werd afgezet als vice-fractievoorzitter. Hij redde zijn positie met de portefeuille `politieke strategie' in het nieuwe 13-koppige bestuursteam van Wijnschenk. Fractievoorzitter heeft hij niet willen worden, daar vond hij zichzelf te oud voor. Maar toen Wijnschenk in augustus werd gekozen als fractievoorzitter, had Hoogendijk hem wel ,,al maanden'' in het vizier. ,,Ik zag in Wijnschenk meteen een natuurtalent, jong, dynamisch, een goede organisator en teamleider.'' Maar hij had veel later aan het roer moeten komen dan in augustus, toen Hoogendijk zelf ,,overrompeld'' werd door het aftreden van Herben. ,,Het was veel te vroeg voor Wijnschenk, maar toen het aan de orde kwam, koos ik natuurlijk voor hem.''

Sindsdien is het eigenlijk niet meer goedgekomen met de ,,kwalijke atmosfeer'' bij de LPF. Tegen Wijnschenk waren meteen na zijn verkiezing al ,,weerstanden'', zegt Hoogendijk. Maar Hoogendijk had er ,,nooit op gerekend dat de groep-Van As zich zo sterk zouden maken voor zijn vertrek''. In de twee maanden die Wijnschenk heeft gehad als fractievoorzitter heeft hij volgens Hoogendijk ,,geen eerlijke kans gehad''. ,,Er waren te veel negatieve elementen.'' Hij vindt het daarom ,,heel vreemd'' dat Wijnschenk vorige week, overigens in zijn afwezigheid, de fractie is uitgezet. ,,Zet dan Bonke en die anderen eruit die zichzelf zijn gaan aanbieden bij andere partijen'', vindt hij. ,,Dat zijn de baantjesjagers, dat vind ik veel erger.''

Zelf riep Hoogendijk in de fractie ook geen positief beeld op, erkent hij: werd gezien als een soort dwingeland. Hij noemt zichzelf ,,geen teamleider''. ,,Ik ben meer een man die zijn mening zo hard mogelijk verdedigt, en daar zoek ik dan draagvlak bij. Dat moet omgekeerd, maar zo zit ik niet in elkaar.'' Het slechte humeur dat hij krijgt van ,,negatieve energie in de fractie'' is een ,,zwaktebod voor een politicus''. Het is maar goed dat hij geen fractieleider is geworden, maar hij heeft wel ,,constant geprobeerd de eenheid te bewaren'', zegt hij.

Dat Wijnschenk drieënhalve week later in zijn eentje opeens Heinsbroek naar voren schoof als politiek leider was te vroeg, vond Hoogendijk, en daarom ,,een misser''. ,,We hebben het er niet over gehad, maar ik zou het hem niet hebben aangeraden.'' Ook hier heeft de politiek strateeg naar eigen zeggen ,,gefaald''. Maar de solo-actie van Wijnschenk was in zijn ogen ook weer niet fataal voor de verhoudingen in het kabinet, zoals de LPF-fractie inmiddels heeft geconcludeerd. De val van het kabinet is veroorzaakt door de zeven LPF-bewindslieden die vorige week hebben geaccepteerd dat Bomhoff en Heinsbroek uit het kabinet moesten vertrekken, meent hij. ,,Als je denkt dat je het kabinet kunt redden door je twee topministers te laten vertrekken, dan ben je niet bij zinnen.'' Hij noemt minister De Boer (Verkeer) in dat verband, ,,een gigantische amateur in de politiek''. Hij beging volgens Hoogendijk de fout zich de laatste twee dagen voor de val te ,,laten adviseren door Remkes'', minister van Binnenlandse Zaken en vice-premier namens de concurrentie, de VVD.

Hoogendijk meent dat de zeven er vooral nooit mee hadden mogen instemmen dat ook ,,onze natuurlijke leider'' Heinsbroek weg moest. ,,Zondagnacht [twee dagen voor de val, red.] waren er nog zes LPF-bewindslieden die wilden dat Bomhoff ging en drie die hem wilden houden. Bomhoff had toen gewoon weg gemoeten.'' Hoogendijk beschouwt Bomhoff als ,,de grote boosdoener''. Hij frustreerde als vicepremier vergaderingen met bewindspersonen (waar Hoogendijk ook bij zat). ,,Er was geen discussie mogelijk. Na drie zinnen werd je afgekapt met dat lullige belletje.''

En, belangrijk, ,,Bomhoff was gelieerd aan het kamp Maas''. Voor Hoogendijk is de verkiezing van vastgoedondernemer Maas, afgelopen zaterdag, tot partijvoorzitter de tweede reden om niet terug te willen keren voor de LPF in de Kamer. Maas is er volgens hem op uit als partijvoorziter ,,politieke macht uit te oefenen. Als je daaraan begint, is dat het einde van de fractie.''

Hoogendijk vindt het ,,faliekant verkeerd'' dat Maas een partij-organisatie heeft opgebouwd die ,,doet denken aan een politbureau''. ,,Ik ben als Kamerlid zeer onafhankelijk, ik kan er niet tegen dat mensen uit de partij mij komen vertellen wat ik moet doen.'' De fractie heeft zich daar in de ogen van Hoogendijk, door haar amateurisme, wel in mee laten slepen. Als illustratie noemt hij de eis van Maas ,,dat de fractie Wijnschenk als fractievoorzitter zou afzetten.'' Het kan dat de fractie van zijn voorzitter afwil, zegt Hoogendijk, ,,maar doe dat dan niet onder druk van de heer Maas. Als je Maas zijn zin geeft, ben je op het hellend vlak.''

Ook met Maas' advocaat Hammerstein, inmiddels ook gekozen als bestuurder, heeft Hoogendijk slechte ervaringen. ,,Ik heb Hammerstein begin oktober horen zeggen dat het `negentig procent' zeker was dat Maas zou worden gekozen als partijvoorzitter. Waar is dan de democratie, als je dat van tevoren al weet.'' Hij waarschuwt dat bij de LPF ,,de kandidatenlijst helemaal in de geest van Maas zal zijn.'' Dat gaat ,,lijken op een Oost-Europese democratie. Daar heb ik juist altijd tegen gevochten. In zo'n sfeer begeef ik me niet.''

Ook van Heinsbroek verwacht Hoogendijk overigens een strenge selectie van de kandidaten, zodat ruzie in de Kamerfractie in het vervolg uit zal blijven. ,,Hij doet het echt alleen als er alleen positieve mensen op staan. Er komt geen sekslijnhouder op. Anders doet hij het gewoon niet.''

Hoogendijk verwacht van Heinsbroek niet een herhaling van de 26 zetels van Fortuyn. ,,Dat was uniek.'' Maar als Heinsboek het goed aanpakt, denkt Hoogendijk, ,,kan hij misschien ergens tussen de tien en vijftien zetels eindigen''. Dan is de LNP weliswaar ,,niet de machtsfactor die de LPF was'', maar Hoogendijk zou toch graag meedoen. Dat is omdat hij ,,het werk wil afmaken'' wat bij de LPF niet is gelukt. Af is het werk, ,,als we een jaar verder een aantal speerpunten van Pim hebben kunnen verwezenlijken op het punt van veiligheid, vreemdelingenbeleid en gezondheidszorg'', zegt Hoogendijk.

Hij denkt niet dat de `oude' partijen de thema's van Fortuyn voldoende overnemen. ,,Dat wordt wel gezegd, maar ik denk toch dat er een partij moet zijn die de heren scherp in de gaten houdt. De mensen zijn ongerust over hoe het in het land gaat, die willen verandering. Dat moet je kristalliseren. En als Heinsbroek dat goed doet, kan hij de fakkel van Pim Fortuyn overnemen.'' Het is ook nog mogelijk dat Heinsbroek het ,,echt goed gaat doen en boven de twintig zetels komt''. Dan kan het werk van de LPF ook in het kabinet worden afgemaakt, denkt Hoogendijk. ,,Balkenende en Heinsbroek kunnen heel goed met elkaar uit de voeten.''

Een van de opdrachten van de politiek nieuwe stijl is in de ogen van Hoogendijk een hardere aanpak van andere partijen. Zo trachtte hij het Kamerlid Halsema van GroenLinks bij de interruptiemicrofoon eens weg te sissen toen ze in debat was met Herben, een actie die Kamervoorzitter Weisglas inmiddels betreurt te hebben toegelaten. Hoogendijk vindt het ,,niet zo'n doodzonde'' al was het ,,niet elegant''. ,,Ik dacht gewoon in mijn emotie: mens, houd nou eens een keer op. Maar elkaar harder aanpakken is niet de code in de Tweede Kamer, dat is duidelijk.''

Hoogendijk is er niet voor het parlementaire systeem te veranderen om de burger een luidere stem te geven op het Binnenhof. ,,Dat is moeilijk.'' Maar in het huidige systeem moet in zijn ogen wel veel veranderen. ,,Daar was de LPF al aan begonnen.'' Hij wil ,,veel kortere interrupties'', kortere spreektijden ,,met minder herhalingen'', en ,,het moet eindelijk eens afgelopen zijn dat de kleinste fracties de grootste mond hebben''. Hoogendijk denkt daarbij overigens niet aan SGP en Leefbaar Nederland (twee zetels) maar aan SP (9) en GroenLinks (10).

Nieuwe politiek hangt op de charismatische man, denkt Hoogendijk: ,,Dat willen de mensen tegenwoordig: een man waar je met plezier naar kijkt en denkt: hé dat zou een vriend kunnen van mij kunnen zijn.'' Het gaat erom dat die leider ,,de emoties die in het volk leven in zich kan opnemen.'' Bang voor het verwijt van populisme is Hoogendijk niet. ,,Wat is er tegen populisme? Wat is er tegen doen wat het volk wil? De meerderheid van het volk wil lekker met een autootje rijden. Als je niet zorgt dat er voldoende wegen zijn, ben je antidemocratisch bezig. Alle ministers op Verkeer en Waterstaat, ook Neelie Kroes (VVD, red.), hebben een antidemocratiscch beleid gevoerd door te zeggen: je moet in de bus of de trein. Laat die mensen dan goddomme rijden!''