Zakenvrouw, geen Diana

Unicef-directeur Carol Bellamy – gisteren op bliksembezoek in Nederland – ziet geen kwaad in de gekritiseerde samenwerking met McDonald's.

Ze spreekt met passie. Bij elke vraag gaat ze rechtop zitten, haar ogen schitteren. Vol vuur verdedigt ze haar zaak: het welzijn van alle kinderen. Ze spreekt over honger, oorlog, prostitutie en aids ,,waardoor meer kinderen sterven dan door één massavernietigingswapen''.

Maar Carol Bellamy (60), sinds 1995 directeur van het Kinderfonds van de Verenigde Naties (Unicef), is geen Moeder Theresa of prinses Diana. Het beeld van de moeder van alle kinderen met een zielige, hongerende baby in de armen, lacht ze weg. Liever spreekt Bellamy – voormalig zakenbankier, Wall Street-advocaat en gemeenteraadslid voor New York – over kinderen als ,,uitdagingen''. Het Kinderfonds ziet ze als een grote multinational: een omzet van 1,2 miljard dollar, meer dan 10.000 medewerkers in 160 landen en onder meer de grootste aankoper van vaccinatiemiddelen.

En de multinational is onlangs een partnerschap aangegaan met een andere wereldwijde onderneming: McDonald's. De fastfoodketen zal rondom Wereldkinderdag (20 november) in een groot aantal landen geld inzamelen voor het Kinderfonds. Zo zal McDonald's in de VS `trick or treat'-doosjes uitdelen, waarmee kinderen geld kunnen inzamelen. In Hong Kong zal de fastfoodgigant in zijn restaurants kaarten en andere handelswaar verkopen, een deel van het geld gaat naar Unicef. In China is de aankoop van een Big Mac goed voor deelname aan het eerste Chinese online-concert, waarvan de opbrengsten ook naar Unicef gaan. McDonald's zei in een verklaring dat de twee organisaties ,,rechtstreeks met de McDonald's-vestigingen samenwerken om fondsen te werven en aandacht te vestigen op goede doelen voor kinderen.''

Artsen en wetenschappers zijn boos. In een open brief aan Bellamy stellen ze dat de samenwerking tussen de fastfoodketen en het Kinderfonds tegengesteld is aan een van de doelen van Unicef: de bevordering van gezond eten. ,,McDonald's is een van de wereldleiders op het gebied van junkfood; voedsel dat ervoor zorgt dat overgewicht en diabetes bij kinderen schrikbarend toenemen, en dat tradities van eten in families en samenlevingen ontwricht.'' De artsen concluderen: ,,Het is ons onduidelijk hoe deze samenwerking verenigbaar is met Unicefs doel `gezonde voeding' voor kinderen te bevorderen. McDonald's verkoopt juist het vettige, zoete eten dat niets te maken heeft met gezonde voeding.''

Bellamy zegt zich echter geen zorgen te maken over de samenwerking. ,,Eenderde van ons geld komt van kaartverkoop, enveloppen in vliegtuigen en hotels, inzamelingsacties en giften. En McDonald's, tja.'' Ze lacht. ,,Het imago van McDonald's verschilt per land.'' Ze legt uit dat de fastfoodketen in het verleden al geld doneerde. [Vervolg BELLAMY: pagina 19]

BELLAMY

'Unicef gelooft in goed eten'

[Vervolg van pagina 17]De fondsenwerving zal nu rondom één dag plaatsvinden, en naast Unicef profiteren ook de Ronald McDonald-stichting en andere liefdadigheidsorganisaties van de inzamelingsactie. Voor Unicef is de samenwerking bovendien nuttig omdat de aandacht op het fonds en zijn doelen wordt gevestigd, en ,,een hele nieuwe generatie kinderen, van wie de ouders Unicef steunden toen zij kinderen waren, wordt bereikt''.

Bellamy haast zich te zeggen dat Unicef nog steeds in gezonde voeding gelooft. ,,Maar volgens mij is fastfood niet hetzelfde als roken, wat veel mensen vinden. Bij roken trekken we de lijn. Ik wil zeker geen sponsoring door bedrijven die landmijnen maken, kinderarbeid toestaan, drank of sigaretten verkopen.'' Een aantal maal herhaalt ze dat ze de samenwerking met de fastfoodketen ,,zeker zal evalueren''.

Maar geld van ondernemingen is nodig. Naast fondsenwerving bestaat tweederde van het Unicefbudget uit vrijwillige bijdragen van regeringen. ,,We merken gelukkig niets van een economische neergang, het gaat goed. Maar soms voel ik me hier net weer een bankier'', glimlacht ze. ,,Veel van de bijdragen zijn niet in dollars. Ik weet nog dat tijdens de Clinton-jaren we soms wachtten tot er iets negatiefs over hem in de krant stond, dan zakte de dollar en wisselden we snel.'' De laatste maanden merkt ze dat landen hun donaties oormerken. ,,Dat weiger ik te accepteren. Je krijgt een soort vriendjespolitiek, en je begrijpt dat bijvoorbeeld een aantal Centraal Afrikaanse landen niet in ieders top-tien voorkomen.''

Ze maakt zich oprecht boos. Vertelt hoe ze op haar 21ste als vrijwilligster met het Amerikaanse Peace Corps terechtkwam in Guatemala waar het leven zo anders was dan in de New Yorkse buitenwijk waar ze opgroeide. Ze werd geïnspireerd door de Kennedy's: ,,Als een samenleving de vele armen niet kan helpen, dan kan het ook de enkele rijken niet redden.'' Met een enorme hardnekkigheid houdt ze vast aan de droom dat de wereld verbeterd kan worden, op welke manier dan ook, en ongeacht het kortetermijndenken van politici. ,,Je zou denken dat alles om Irak draait'', verzucht ze. ,,Natuurlijk, Saddam Hussein is een vreselijke, vreselijke man, maar er zijn zoveel meer zaken die onze aandacht en ons geld verdienen.''