Warm, dapper en helaas onbekend

Tien landen komen, als alles goed gaat, in 2004 bij de Europese Unie. Wie zijn die nieuwkomers? Laatste deel van een serie: de Litouwers.

Op een heuvel bij Stebark in Noord-Polen kijken twee grote stenen koppen uit over het glooiende landschap: een Poolse en een Litouwse ridder zien neer op de velden waar in 1410 de gecombineerde legers van beide landen de Teutoonse ridders in de pan hakten. Het was de facto het einde van de heerschappij van de Teutonen, die indertijd de Pruisische en Litouwse heidenen het christendom bijbrachten, voornamelijk door hen uit te roeien (wat met de Pruisen ook heel goed was gelukt). De slag van Tannenberg (Stebark) werd ook het begin van een bloeitijd van wat toen – dankzij het huwelijk van de Litouwse grootvorst Jogaila met de Poolse koningin Jadwiga op 4 maart 1386 – een personele unie tussen Polen en Litouwen was. Vierhonderd jaar duurde die Pools-Litouwse eenheid. Litouwen – pas ná 1386 gechristianiseerd: ze waren de laatste heidenen van Europa – werd door de band met Polen een Europees georiënteerd land. Een Europese grootmacht zelfs, die enige tijd reikte van de Oostzee tot de Zwarte Zee.

En toch, de Polen zijn in Europa bekender dan de Litouwers, want, zeggen de laatsten, de Polen domineerden ons, eeuw in eeuw uit. ,,Litouwen duikt soms op de landkaart van Europa op. Het moet zich steeds weer voorstellen: wie het is, waar het vandaan komt, waarom men er nooit van heeft gehoord en hoe lang het denkt te blijven'', zo schreef de filmer en schrijver Marius Ivaskevicius onlangs in de Neue Zürcher Zeitung. En dat terwijl de Litouwers toch, anders dan de Letten en de Esten, een geschiedenis van nationale glorie achter zich hebben, een bron van trots, net zoals hun taal, de oudste Indo-Europese taal, een bron van trots is.

Het bepaalt ook het karakter van de Litouwers. Anders dan de zwijgzame Esten en de aarzelende Letten zijn zij, de Balten die altijd naar het zuiden keken, de warmbloedigsten. Ze denken lang na, en zijn niet altijd consequent, maar als ze eenmaal op gang komen zijn ze moeilijk tegen te houden. In die zin zijn ze een beetje als de Polen. Ze hebben aan het verleden een traditie van strijd overgehouden: meer dan de Est en de Let is de Litouwer een vechtjas, de voortsnellende ridder die in zijn staatswapen voorkomt. Er wapperen veel vaandels en vlaggen in zijn beleving van de geschiedenis. Zijn buren zien hem als roekeloos, romantisch, irrationeel, zelf vindt hij zich ridderlijk en dapper – kijk eens naar de hardnekkigheid waarmee Litouwse guerrillastrijders nog tot 1952 tegen de Sovjet-bezetter vochten, of naar de eenzame strijd tegen Moskou van 1990.

Een ander element van zijn karakter: liefde voor de natuur. Europa's laatste heidenen hebben hun vroegere afgoden gewoon tot christelijke heiligen verklaard en ingebed in een pantheïstische verhouding tot de natuur en in een wereld van mystieke en mythologische verhalen en sprookjes waarin spoken en duivels een prominente rol spelen. De Litouwers zijn katholiek, net als de Polen, maar in Kaunas staat wel 's werelds enige duivelsmuseum en duivels duiken nog altijd overal op, in literatuur en ballet, in opera's en de beeldende kunst, in uitdrukkingen en zegswijzen. En net als in Polen is het Litouwse katholicisme een kwestie van devotie en liturgische rituelen, eerder dan van een geloofsovertuiging waarover gediscussieerd kan worden.

Maar in dat land van sprookjes, spoken en duivels is Vilnius met zijn beroemde universiteit en zijn even beroemde joodse opleidingsinstituten (Vilnius was het Jeruzalem van het noorden) lang het belangrijkste centrum voor hoger onderwijs in de zeer verre omtrek geweest. En toen de Pools-Litouwse unie eind 18de eeuw van de Europese landkaart verdween en de Russische onderdrukking in de 19de eeuw haar dieptepunt bereikte, werd het smokkelen van Litouwse boeken door wat men `boekendragers' (knygnešai) noemde een eervol beroep.

Ongereserveerd positief staan ze niet tegenover de Europese Unie, de Litouwers. Ergens ver weg voelen ze zich al een hele geschiedenis lang bedreigd, ergens ver weg geloven ze al eeuwenlang het slachtoffer te zijn van anderen, sterker dan zij – Zweden, Russen, Duitsers, Polen. De bedreiging hoeft geen naam te hebben: Kazkas, `Iemand'. Er is altijd een Iemand die de Litouwse belangen bedreigt, die tegen Litouwen samenzweert.

De EU is geen Iemand, kan wèl worden genoemd. Tien jaar geleden was de EU een verre droom. Maar de Litouwers zijn snel een stuk zelfbewuster geworden. En eist de EU niet de sluiting van de kerncentrale van Ignalina, die de Litouwers van tachtig procent van hun stroom voorziet, omdat de centrale gevaarlijk zou zijn? Die tachtig procent van hun stroom moeten ze straks ergens anders kopen. Dat gaat hun heel veel geld kosten. En geen Litouwer die werkelijk gelooft dat de centrale ècht gevaarlijk is. De toetreding van Litouwen tot de EU is voor menig Litouwer dan ook allerminst een reden tot feest.

Alle afleveringen op www.nrc.nl