Rietstengel

Nog heter dan de andere was de etappe Goudiri naar Bakel. De televisieweerman gaf vooraf 41 graden in de schaduw. Boven het asfalt gaf de ingebouwde thermometer van mijn fietscomputer 48 graden Celsius. Dat is hete glassplinters inademen. Niettemin demarreerde men er vanaf de start in Goudiri lustig op los. Vanaf Gouidiri ging het omhoog langs de grens van Mauretanië. Met fikse zijwind vertrok er eindelijk een aanzienlijke kopgroep. Dat schiep rust.

Bakel was propvol. Geanimeerd bracht de microfonist verslag uit. Ik hoorde hem ook roepen: ,,Het eerste vliegtuig vertrekt om half twee''.

Vliegtuig? Het reisschema gaf een verplaatsing per auto aan. ,,Met dank aan de Senegalese luchtmacht'', klonk het. In de geïmproviseerde eetzaal vernam ik dat het peloton inderdaad vanaf het vliegveld van Bakel naar Saint-Louis aan de westkust zou worden overgevlogen. De eerste dertig in het klassement mochten eerst. Daar hoor ik niet bij. Ik ging bedaard aan de maaltijd. Couscous met hete saus en zwartgeblakerde stukken vlees. Het vlees raakte ik niet aan. Er werd trouwens met z'n zessen uit een schaal gelepeld die een doorsnede had van een halve meter.

Het vliegveld, dat was een landingsstrook langs een gebouwtje waaraan het dak ontbrak. Ik werd aangevoerd in bus 2, en hoorde dus thuis in vliegtuig 2. Bus 1 was al weggevlogen. Bus 3 arriveerde enige tijd later. Vliegtuig 2 was kennelijk hetzelfde als vliegtuig 1. Het moet op en neer hebben gependeld naar Saint-Louis, want pas tweeënhalf uur later landde het in Bakel. Bus 3 zag de bui al hangen. Tweeënhalf uur in de volle zon langs een landingsbaan zitten, daar is niemand dol op. Ook bus 3 probeerde in te stappen in vliegtuig 2. Het gedrang had veel weg van een vlucht uit een oorlogsgebied. De militairen hadden het gepeupel niet meer in de hand. Ondanks de mitrailleurs die aan hun schouders hingen. Hoe gaat men dit oplossen dacht ik nog.

Op dat moment naderde vliegtuig 3, ronkend aan het zwerk. De opwinding werd in opluchting gesmoord. Dat was dat.

In Saint-Louis trof ik de jongens van Kameroen. In blote bast, de koersbroek nog aan. Onwetend van de verplaatsing door de lucht hadden ze zich bus 1 in laten drijven. In blote bast en in koersbroek meldden ze zich ook in de eetzaal. Een enkeling had van een bedlaken een toga geknoopt. De bagage arriveerde pas diep in de nacht per auto. Overigens werd de maaltijd pas geserveerd om 23.00 uur. Wie wil koersen in Afrika doet er goed aan zich als een zen-boeddhistische rietstengel te laten vieren in de wind.