Lege Kamerzetels namens niet-stemmers

Na de val van het kabinet-Balkenende putten politici zich uit in het verklaren van de oorzaak en de gevolgen daarvan voor Nederland. Dat is hun taak. Tegelijkertijd is het een wat beschamende vertoning, omdat behalve de LPF, vrijwel iedereen belang heeft bij nieuwe verkiezingen na het debacle van deze nieuwe partij. De echte verliezer in deze soap is immers de politiek als democratisch instrument.

Een ongekend aantal mensen heeft uit onvrede met de manier waarop regering, parlement en ambtelijk apparaat functioneren op de Lijst Pim Fortuyn gestemd. Hoe kunnen ze hun protest laten horen? Wie van hen durft er opnieuw op te vertrouwen dat zijn of haar stem gehoord zal worden?

De afwezigheid van hen die niet meer of nog niet durven te vertrouwen op een democratische politiek beangstigt mij als burger meer dan de vraag of partij A of partij B wel het goede antwoord heeft op de klemmende vraagstukken die om een aanpak vragen. Het minste wat kan gebeuren is de verlegenheid dat zoveel mensen hun vertrouwen in de (democratische) politiek opzeggen, en dus niet stemmen, ook na de verkiezingsavond zichtbaar te houden. En dat kan door een eenvoudige ingreep in de Kieswet.

De oplossing schuilt in de berekening van de kiesdeler, het aantal stemmen dat op een kandidaat (of op de lijsttrekker van een partij) moet worden uitgebracht om een zetel in de Tweede Kamer te veroveren. Grofweg is volgens de huidige wet daarvoor 1/150ste deel van de uitgebrachte stemmen nodig. Daarmee blijven de niet-stemmers buiten beeld. Dat wordt anders als de kiesdeler voortaan berekend wordt uitgaande van het aantal kiesgerechtigden. Bij een opkomst van maar 50 procent van de kiezers blijft dan de helft van de Kamerzetels onbezet – een constante herinnering voor kiezers en volksvertegenwoordigers dat `het volk' maar voor de helft vertegenwoordigd is in de Tweede Kamer. Daarvan gaat bij iedere vergadering van de Tweede Kamer een welsprekend appèl uit op de politici. Gaat tweederde van de kiezers stemmen, dan blijven 50 van de 150 kamerzetels leeg.

Zo wordt ook een aanzienlijk deel van de salariskosten voor Tweede Kamerleden bespaard. Deze gelden kunnen worden besteed aan medewerkers ter ondersteuning van de zittende Kamerleden. Deze medewerkers waarom niet de nu niet verkozen kandidaten? – kunnen als bijzondere taak krijgen het behartigen van contacten met `het volk', zowel met de kiezers als met al diegenen die geen heil zien in het gebruikmaken van hun recht om te stemmen.

Misschien kan zo na het verdwijnen van de LPF iets behouden blijven van de gevoelens en inzichten die Pim Fortuyn voor velen zo herkenbaar naar voren heeft gebracht.

Dr. Philip A. Idenburg is emeritus-hoogleraar bestuurskunde.

    • Ph.A. Idenburg