Kleinschaligheid uitgeverijen is fictie gebleven

Een jaar geleden wist iedereen waar het naartoe ging met onze letteren. De opening van het literaire seizoen stond in het teken van de nieuwe kleine uitgeverijen die zich afsplitsten van de grote kolossen. Kleinschaligheid had de toekomst, lieten nieuwkomers als Augustus en Cossee ons zien. Klein was mooi, minder was meer, en met een beetje geluk zouden de tijden herleven van uitgeverijen als Van Oorschot en De Bezige Bij die na de bevrijding van ons land de literatuur gingen bevrijden.

Met ingang van het najaar 2002 is de hegemonie van de bestseller een feit

Wie vorig jaar op de media afging, moest wel geloven dat de tijd van het grote, marketing-gestuurde uitgeven voorbij was. Maar de werkelijkheid is anders. Iedereen die de laatste tijd een boekhandel bezocht, heeft gezien dat het alleen maar erger is geworden, want met ingang van het najaar 2002 is de hegemonie van de bestseller een feit.

Nooit eerder hebben onze uitgeverijen zo ingezet op de grote bestsellers, zodat het huidige seizoen eruitziet als een monocultuur van huizenhoge stapels die alle andere boeken aan het oog onttrekken: Pelican Bay, Geheel de Uwe, De kleine vriend en Familieziek. Het is een kaalslag die we tien, vijftien jaar terug niet voor mogelijk hadden gehouden, toen er werd gesomberd over Amerikaanse toestanden in het boekenvak.

Er is niets tegen een goede bestseller. Een mooi boek dat een groot publiek vindt, sterkt het aanzien van de literatuur en schenkt een uitgever de financiële armslag voor schrijvers die hun weg naar het publiek nog moeten vinden. Maar de nieuwe bestsellers creëren geen ruimte voor de literatuur. Ze vreten de markt kaal. Er zijn hooguit twintig bestsellerauteurs, en er zijn tweehonderd auteurs die minstens net zo goed schrijven, maar nooit op de tv komen. Die grote groep is in de jaren negentig steeds slechter gaan verkopen. Het maakt niet uit hoe hun werk wordt gerecenseerd, het blijft kansloos, want het publiek laat zich leiden door marketing en tv.

Zulke schrijvers hoeven niet naar een zolderkamertje te verhuizen om in armoede miskende meesterwerken te schrijven, want Nederland blijft een welvarend land. Maar de vrolijkheid is uit het vak verdwenen. Sommige schrijvers gaan naar het Boekenbal om bij de ingang door de cameraploegen in het licht te worden gezet. Andere schrijvers staan aan de bar te mopperen hoe de regels zijn veranderd. Niemand klaagt erover dat Harry Mulisch zo'n succes heeft, want Mulisch is een schrijver met een unieke visie en een rijk oeuvre. Maar voor veel schrijvers is het demoraliserend te zien hoe gekloonde boeken het publiek zo naar de mond praten dat er een nieuwe literatuur ontstaat waarin durf, stijl en karakter geen rol meer spelen. Koket en braaf zijn de nieuwe deugden geworden.

Het interview was beter, hoor je de lezers achteraf van zo'n bestseller zeggen. Maar voorlopig hebben ze dat boek wel in zo'n getale gekocht dat veel uitgevers dit seizoen de bescheidener titels maar een tijdje hebben uitgesteld. Die maken toch geen kans in de volgestapelde boekhandels van nu. Want voor de winkelier is het ook handiger om tweehonderd keer hetzelfde boek te verkopen dan van honderd verschillende boeken twee stuks te verkopen.

Dit seizoen geeft ons een duidelijke blik op de toekomst, en wat we zien is schaalvergroting. Het is leuk dat de lancering van een roman het avondjournaal haalt, zoals bij de bovengenoemde boeken telkens het geval was. Maar dat maakt niet goed dat er met ingang van dit seizoen geen enkel tv-programma meer is waar literaire boeken op tafel komen.

Zo komen we terug bij de media. Die spelen een centrale rol in de verschraling van onze literatuur. De kunstredacties van de kranten hebben zich laten inspinnen door de uitgeverijen. Die zien de pers zo langzamerhand als een automatisch verlengstuk van hun pr-apparaat, zoals de berichtgeving rond de nieuwe uitgeverijen vorig jaar liet zien. Uitgeverij Augustus wilde graag als kleinschalig in de krant, en dus schreef de krant dat, al was duidelijk dat deze uitgeverij de hardste Amerikaanse modellen zou volgen, met een fonds waar al het vet uit was gesneden.

Elke journalist kent de verleiding om mee te liften op het succes van een bestseller. Dan wordt het ook een beetje zijn succes. Toch hoort de journalistiek niet met de duim langs de weg te staan, maar met een verrekijker en een cynische grijns haar eigen pad te trekken.

De literaire journalistiek moet haar onafhankelijkheid herwinnen, en dat is niet moeilijk. De afgelopen vijftien jaar heeft zich in ons land een nieuw genre ontwikkeld, een Nederlandse airport novel die de natuurlijke opvolger is van de streekroman van de naoorlogse jaren. Een schitterende uitvinding. Geen mens die zulke boeken uitleest, en toch worden het altijd bestsellers, want zulke literatuur is als het weer. De kritiek heeft er geen vat op. De commercie is toch sterker. Daarom wordt het tijd dat de literaire journalistiek haar eigen koers gaat varen.

Herman Stevens is schrijver.