Jazeker, de hypertheker

Help, de hellevorst komt naar de huizenmarkt. De belangrijkste kandidaten voor het partijleiderschap van de PvdA stellen de aftrekbaarheid van de hypotheekrente ter discussie. De econoom Rick van der Ploeg werd er ooit bijna ritueel voor geslacht door de partijtop. Ditmaal komt de top zelf met de plannen. Het diskwalificeert de PvdA definitief voor regeringsdeelname, zo mopperen VVD en CDA dankbaar.

De Nederlandse overheid is uniek met zijn progressieve subsidie voor huiseigenaren. Hoe hoger het inkomen, hoe meer de fiscus meebetaalt met de rentelasten. Dat past niet in een sociaal-democratisch gedachtegoed, dat is al langer bekend. Maar het Nederlandse systeem geeft ook de economie een keur aan eigenaardigheden.

Ten eerste de staatsbegroting. De Nederlandse staat derft door de aftrekbaarheid van hypotheekrente circa acht miljard euro per jaar aan inkomsten. Dat is vergelijkbaar met het bedrag dat op prinsjesdag aan ombuigingen is gepresenteerd en het vertegenwoordigt een kleine twee procent van het bruto binnenlands product.

De woonlasten van Nederlanders verschillen niet zoveel van het buitenland, de leningen wel. Nederland kent de hoogste schuld per huishouden van alle westerse landen. In de afgelopen zeven jaar steeg die schuld ook het snelst van alle westerse landen.

Geen wonder dat nagenoeg alle internationale economische denktanks eerder al waarschuwden voor de situatie op de Nederlandse woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek zet een hefboom onder de huizenprijzen. Met name de babyboomers gaven de afgelopen jaren met de consumptie van de overwaarde op hun woningen de economie een extra impuls.

De keerzijde is de bovenmatige rentegevoeligheid van de Nederlandse samenleving. De hefboom werkt ook de andere kant op. Een stijgende rente slaat een bovengemiddeld gat in de staatsbegroting. En de met schuld beladen Nederlandse burger is extra kwetsbaar in zo'n situatie.

De prijs van een woning wordt bepaald door de laatste koper. Wouter Bos mag stellen dat het beperken van de rente-aftrek van 52 naar 42 procent de huidige bewoners niet raakt, in theorie zal de huiseigenaar met een hoger inkomen zijn woning met eenvijfde in waarde zien dalen.

Het voorstel komt juist op een moment dat de vastgoedmarkt tekenen van een omslag vertoont. Het beste moment om in woonsubsidies te snijden is aan het begin van een stijging van de huizenmarkt, niet aan het eind. Het is moedig om de zwiep in de economie te temperen, maar de timing kon niet slechter. De PvdA komt zeven vette jaren te laat.