IQ minder dan 60: geen kind

Voor verstandelijk gehandicapten met een IQ van beneden de zestig is het ouderschap een te zware belasting. Het belang van een eventueel kind mag dan zwaarder wegen dan de kinderwens van de gehandicapte. Dit schrijft een commissie van de Gezondheidsraad vandaag in het advies Ouderschap en anticonceptie voor mensen met een verstandelijke handicap, uitgebracht aan de minister van Volksgezondheid.

Wettelijke mogelijkheden om ernstig verstandelijk gehandicapten het ouderschap te onthouden zijn er echter niet, want zij zijn niet wilsonbekwaam en dwangbehandeling is alleen toegestaan in het belang van de direct betrokkene. Betere begeleiding dan nu gebruikelijk is moet, aldus de Gezondheidsraad, ernstig verstandelijk gehandicapten ertoe bewegen om anticonceptie te gebruiken.

Vroeger leefden verstandelijk gehandicapten vooral in instellingen, gescheiden naar sekse. Anticonceptie of sterilisatie werden nog al eens zonder overleg met betrokkenen of hun familie toegepast. Tegenwoordig worden verstandelijk gehandicapten gestimuleerd om zo zelfstandig mogelijk te leven. Ze wonen dikwijls `gemengd' in begeleide woonvormen. Seksuele relaties en kinderwensen horen daarbij. Artsen hebben inmiddels de wettelijke plicht om patiënten voor te lichten over een toegepaste medische behandeling.

Mensen met een verstandelijke beperking hebben dezelfde rechten als ieder ander, oordeelt de commissie van de Gezondheidsraad waarin artsen, juristen, ethici en maatschappelijk werkers zitten. Een arts mag een verstandelijk gehandicapte niet dwingen tot anticonceptie, maar moet trachten hem te overtuigen. ,,Die dialoog verloopt in de praktijk niet altijd goed,'' schrijft de commissie.

De commissie verklaart zich tegen `onverantwoord ouderschap', maar vindt het te vroeg voor wetsaanpassingen die gedwongen anticonceptie mogelijk maken. De ondersteuning van de gehandicapten kan nog verbeteren en er moet meer inzicht komen in het slagen of falen van verstandelijk gehandicapten als ouder. Het lijkt erop dat verstandelijk gehandicapten met de nodige ondersteuning adequate opvoeders kunnen zijn.

De Gezondheidsraad vindt dat het principe van `gelijkwaardig burgerschap voor mensen met een verstandelijke handicap' in de praktijk alleen betekenis krijgt als gehandicapten voldoende steun krijgen in hun keuzen voor ouderschap en anticonceptie.