Europees fusiebeleid onder vuur

De speciale eenheid die zich namens de Europese Commissie bezighoudt met fusies en overnames heeft zwaar letsel opgelopen. Voor de tweede keer kraakte het Europese Hof van Eerste Aanleg in Luxemburg de economische analyse die de Europese Commissie heeft gebruikt om een overname tegen te houden, in dit geval de aankoop door het elektronicabedrijf Schneider Electric van zijn eveneens Franse concurrent Legrand. Meer gezichtsverlies ligt in het verschiet als het Hof later deze week uitspraak doet over het verbod van de overname van Sidel door Tetra Laval in de verpakkingssector.

Het Hof uitte vernietigende kritiek op het besluit over Schneider-Legrand, dat de economische macht van het fusiebedrijf op de Europese markt zou overschatten door een te eenvoudige analyse te geven van de internationale activiteiten van het te vormen concern. In Frankrijk, waar de Commissie wel goede argumenten had om de fusie te blokkeren, veranderde zij de aard van haar bezwaren zodanig dat het voor Schneider praktisch onmogelijk was om daaraan tegemoet te komen.

Voor Schneider komt de beslissing te laat om nog van veel nut te zijn. Hoewel het bedrijf de overeenkomst in theorie alsnog kan laten doorgaan, moet het dan wel concessies doen om niet een al te dominante positie op de Franse markt in te nemen.

Op zichzelf is de herroeping van het besluit niet levensbedreigend voor Monti's speciale eenheid. Maar in combinatie met de ongedaan gemaakte fusie van MyTravel en First Choice, is het met zijn geloofwaardigheid gedaan. Een nederlaag inzake Tetra Laval zou vernietigend zijn. Om zijn eigen geloofwaardigheid te herwinnen, moet Monti met radicalere hervormingen komen dan hij tot nu toe heeft overwogen, zoals de benoeming van een hoofdeconoom.

Iedere oplossing van blijvende aard moet iets doen aan het gebrek aan evenwicht bij de beoordeling van fusies door de Commissie. Nu behandelt het team dat de bezwaren tegen een fusie formuleert ook de tweede fase, die volgt na de reacties van de betrokken partijen. Critici menen dat de bevindingen van de eerste fase in parktijk een voldongen feit zijn, hoe sterk de verdediging ook wordt gevoerd. Ook vindt het proces achter gesloten deuren plaats.

Beter zou het zijn als een onafhankelijk lichaam, misschien zelfs het Hof van Eerste Aanleg, de laatste fase van het goedkeuringsproces zou afhandelen. Dat zou het mededingingsbeleid van de EU op één lijn brengen met dat van andere markten. De beslissingen van de Amerikaanse Federal Trade Commission en van het Departement van Justitie moeten voor de rechter worden verdedigd. Het Britse Office of Fair Trading moet betwiste overnames voorleggen aan een Mededingingscommissie. Beide procedures geven bedrijven die goedkeuring zoeken voor een overeenkomst een eerlijke kans om hun zaak in alle openheid te bepleiten. Europa zou hetzelfde moeten doen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.