Een flat in Friesland

Het einde van de jaren zeventig was voor huizenbezitters een gedenkwaardige periode. Panden die voordien voor luttele bedragen werden aangekocht en verkocht, stegen razendsnel in waarde. Ineens bleek het ooit zo saaie onroerend goed over magische aantrekkingskracht te beschikken. De markt liet haar spierballen zien: veel vraag, weinig aanbod en daardoor stijgende prijzen. Het was een nieuw signaal van de potentie die de woningmarkt biedt. Menig huiseigenaar is toen slapende rijk geworden. Maar de medaille had een keerzijde. Banken werden minder voorzichtig met het verstrekken van hypotheken en huizenkopers dachten dat de groei eeuwig aanhield. Toen de rente steeg – tot ver boven de tien procent rond 1980 – en de vraag afnam, kwam de klad erin. Abrupt daalden de prijzen. Wie gekocht had op de top van de markt en zich bij een rentestand van 12 procent voor tonnen in de schuld had gestoken, kreeg problemen met zijn bank.

De geschiedenis herhaalt zich, maar nooit op precies dezelfde wijze. Na de spectaculaire stijging en dito daling volgde een betrekkelijk kalme periode van 1981 tot rond 1991. Daarna begonnen de prijzen weer te stijgen, eerst gestaag, later snel en naar verbluffende hoogten. De gemiddelde huizenprijs bedraagt nu circa 206.000 euro. Hoewel de markt zich lijkt te stabiliseren, is een algemene en plotselinge prijsval zoals die van ruim twintig jaar geleden onwaarschijnlijk. Een eigen huis blijft voor velen een felbegeerd object en tweeverdieners hebben meer te besteden. Eigenwoningbezit is de laatste decennia door de politiek aangemoedigd. De stijging van de huizenprijzen in de jaren negentig en daarna heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de vermogensgroei in Nederland en aan de gegroeide welvaart in deze periode.

Hoe wrang moet het dan zijn voor de `modale' nieuwkomers op de huizenmarkt. Voor hen is het eigenlijk onmogelijk om zich in te kopen. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat het aantal mensen in Nederland dat een woning kan kopen, sterk is afgenomen. Huishoudens met een `modaal' inkomen van 28.000 euro kunnen het in feite wel vergeten. De hoge huizenprijs maakt dat zij zich op dit moment slechts een flatje in Friesland kunnen permitteren. De rest van het land is te duur voor ze geworden. Op de huizenmarkt is iets grondig mis als starters en éénverdieners geen kant meer uit kunnen, behalve naar het noorden.

Nu zal men zeggen: zo onrechtvaardig is de markt. Maar dat volstaat niet. Factoren als vraag en aanbod, vertrouwen, rentestand en fiscale faciliteiten bepalen de huizenprijs. Dat maakt kunstmatige ingrepen in het marktmechanisme ongewenst en zinloos. De oplossing ligt om te beginnen in verruiming van het aanbod. De nieuwbouw blijft al jaren achter en in veel steden is de markt van koopwoningen domweg te klein. Verder valt te denken aan actiever omzetting van huur- in koopwoningen, aan te schaffen met koopsubsidie, en aan fiscale maatregelen. Het eerste gebeurt, maar een succes is het niet. Het tweede, fiscale maatregelen voor nieuwkomers, is een terrein waarop de inventiviteit niet ten volle is benut. Vanouds is er de hypotheekrenteaftrek, een regeling die heeft bijgedragen aan de groei van het eigenwoningbezit. Afschaffen of verlagen ervan ligt politiek gevoelig.

Wouter Bos, een van de kandidaat-lijsttrekkers van de PvdA, heeft de beperking van de renteaftrek voor nieuwe hypotheken weer op de agenda gezet. Hij maakt ermee duidelijk dat nagedacht moet worden over de onbeperkte aftrek. Want de fiscale subsidie is een van de factoren bij de enorme stijging van de huizenprijzen in de afgelopen jaren geweest. Als Bos zijn voorstel weet te koppelen aan een creatieve manier om starters en modalen op de huizenmarkt een kans te geven, kan hij wellicht bij deze groep electoraal scoren met zijn voorstel de aftrek voor hoge inkomens te beperken. Maar zonder risico is het niet. Woningbezitters zijn kiezers die niet houden van gerommel met deze vertrouwde fiscale zekerheid. Dit laat onverlet dat zich onderaan de markt een groep huizenkijkers bevindt die wel wil, maar niet kan kopen. Tweeverdienerschap `tot in den dood' of uitwijken naar een Friese flat zijn voor sommigen geen optie. Dat mag een nieuw kabinet zich aantrekken.