Conversatie

Bij het Binnenhof in Den Haag hielden twee jonge mannen me staande. Het liep tegen de avond, motregen daalde op ons neer. De mannen droegen donkere kleding en keken nogal ernstig.

De langste zei: ,,Mogen wij u iets vragen?''

Het is een poging tot contact die je altijd weer op het verkeerde been zet, ook al is het je nog zo vaak overkomen. Weigeren wil je niet. Iemand mag toch nog wel iets aan je vragen? Maar de fractie van de seconde ná je instemmende knikje weet je alweer wat je te wachten staat: een verzoek dat je liever niet wilt inwilligen.

De mannen gingen er eens goed voor staan. De langste bleef het woord voeren, terwijl de ander mij nauwlettend opnam. Ik deed nog een stapje achteruit, maar het was al te laat.

,,Wij zouden graag met u een conversatie willen starten over iets dat ons allemaal bezighoudt'', zei de lange.

Het viel me nu pas op dat hij met een licht Amerikaans accent sprak. Het waren de woorden geweest die me op dat accent moesten attenderen. Hij begon aan een verhaal waarin de onvermijdelijke komst van Jezus nog even uitgesteld werd om mij van een snel vertrek te weerhouden.

,,Heren'', zei ik, ,,ik moet...''

Maar hij had al op de wenk gerekend en zei haastig: ,,Zegt het Boek van Mormon u iets?''

,,Ik heb ervan gehoord'', zei ik.

,,En de beweging van de Mormonen?''

Ik knikte flauw.

,,Daar behoren wij toe'', zei hij, en hij knikte naar zijn partner, die me nog altijd stond te bekijken alsof hij me een religieuze bekeuring wilde geven. ,,Wij zouden u er heel graag méér over willen vertellen.''

,,Ik moet u teleurstellen'', zei ik, ,,ik heb hier geen behoefte aan, maar mag ik u ook iets vragen? Komt u uit Amerika?''

,,Jazeker'', zei hij.

,,Dan moet u hier toch al jaren wonen, want uw Nederlands is voortreffelijk.''

,,Twee jaar'', zei hij, en zijn ogen twinkelden even van trots.

,,En u'', vroeg ik verbluft aan de andere man.

,,Zeven maanden'', zei hij, ,,maar ik spreek het dan ook niet zo goed als hij.''

,,En u bent hier helemaal naartoe gekomen om ons te bekeren?''

,,Al heel lang geleden zijn we daarmee begonnen'', zei de lange. ,,De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen begon in de negentiende eeuw in het zendingsgebied Nederland.'' Hij opende een tasje en haalde er een folder uit. ,,Neemt u dit mee, dan kunt u het nog eens nalezen.''

Ik nam het aan en draaide me half af. ,,Wij danken u voor deze conversatie'', zei de lange, en toen verdwenen ze in het donker.

Terwijl ik doorliep, stelde ik me voor hoe ze door de herfstige Haagse straten naar huis liepen. Naar huis, nou ja, het zou wel een soort internaat voor zendelingen zijn. De eenzaamheid kroop er soms tegen de muren op. Daar wisselden ze ervaringen uit over de bekeringen van die dag. Hoeveel had jij er? Waren de mensen aardig? En daarna gingen ze braaf slapen, far away from home, maar altijd dicht bij God. Altijd? Laten we het voor hen hopen.