Wonen in een stal, dicht bij de kinderen

Zo'n 130 ouderparen in het Brabantse Boekel wonen in een verbouwde boerenstal of de garage van hun kinderen. Het mag van de gemeente. Maar het ministerie van VROM vindt dat het afgelopen moet zijn.

Terwijl hij koffie drinkt aan de eettafel wijst oud-veeboer Jan Timmers naar de grond. ,,Waar we nu zitten, stonden nog niet zo lang geleden mijn koeien, 59 stuks. Dit was de stal van onze boerderij'', vertelt hij. ,,En daar reed de tractor binnen'', vult zijn vrouw Sjaan aan. Ze knikt naar het grote raam, waar vroeger de schuurdeuren waren.

Het Brabantse seniorenkoppel – Timmers stopte met zijn bedrijf in 1998 na een hartaanval – liet de stal vorig jaar verbouwen tot een woning zonder drempels, bestaande uit een royale woonkamer, een slaapkamer, een badkamer, een keuken, een bergruimte en een zolder. Toen de klus klaar was, verhuisden de Timmers vanuit het oude woongedeelte van hun hoeve, die ze verkochten aan het gezin van hun dochter en schoonzoon. ,,Het duurde vier jaar eer we een bouwvergunning hadden van de gemeente'', weet Jan nog. ,,Aan de ene tekening mankeerde dit, aan de andere weer wat anders. `Wat mag nou eigenlijk wél?', heb ik ten slotte gevraagd. Toen kwamen we er gelukkig uit met de ambtenaren.''

Jan en Sjaan zitten nu ,,lekker dichtbij'' hun enige kind en de kleinkinderen – ,,Aantrekkelijk voor hen én voor ons, zeker als we later hulp nodig hebben.'' Ze zijn wat dat betreft lang niet de enigen in hun dorp Venhorst (gemeente Boekel). H. Coenraads, woordvoerder van de gemeente, schat dat in Boekel zo'n 130 oudere stellen in een (verbouwde) garage of de stal op het terrein van hun kroost wonen. Ze kregen daarvoor een vergunning dankzij de zogenoemde `Boekelse regeling' voor inwonende ouderen. Die regeling is in 2000 goedgekeurd door de Boekelse gemeenteraad.

De gedoogbeschikking behelst in grote lijnen dat 55-plussers toestemming krijgen bij of pal naast hun (eigen) kinderen te gaan wonen. Het gaat om ,,tijdelijk wonen''; bij beëindiging moet de ruimte in de oude staat worden hersteld en ,,het geheel moet weer door de hoofdbewoner worden gebruikt''. Als stok achter de deur vraagt de gemeente de betrokkenen daarvoor een bankgarantie van twaalfduizend euro.

Burgemeester H. van de Vondervoort (CDA) beseft dat de regeling in strijd is met de voorschriften van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), maar hij vindt dat de overheid haar wetten moet aanpassen aan de maatschappij. Ouderen willen zo lang mogelijk in een vertrouwde omgeving blijven wonen, liet hij zich onlangs ontvallen. De burgemeester is van oordeel dat het in Boekel gevoerde beleid ,,rechtvaardig'' is, mede gezien de groeiende problemen met de woonruimte voor senioren. Maar onlangs zijn inspecteurs van VROM hem en het gemeentebestuur nog eens duidelijk komen maken dat het ,,absoluut verboden is met deze praktijk verder te gaan''.

Woordvoerder Coenraads: ,,We stoppen er uiteraard mee, maar toch hebben we nog hoop. De ambtenaren van VROM hebben beloofd de Boekelse regeling nadrukkelijk op tafel te leggen in Den Haag, bij de bespreking van de Vijfde nota ruimtelijke ordening. Bovendien heeft het CDA in de Tweede Kamer over deze affaire vragen gesteld aan minister Kamp.'' De demissionaire VVD-bewindsman van VROM is echter zeer tégen de aanpak van Boekel, zo blijkt uit een vraaggesprek met het Brabants Dagblad.

Kamp zegt in de krant er niet op uit te zijn de Boekelse ouderen uit het huis te jagen waar ze, in strijd met het bestemmingsplan, langer of korter wonen. Maar het moet van hem in de toekomst ophouden: ,,Stel, je hebt een stuk grond van twaalfhonderd meter in de kom van Boekel. Daar staat een garage bij, dus die mag woning worden. Of er is geen garage en je vraagt daar toestemming voor. En dan zeg je tegen de gemeente: zeg, mag ik mijn nieuwe garage even ombouwen? Of, nog beter, laat die omweg met die garage maar zitten en geef me toestemming voor een woning naast mijn eigen huis. Zo blijf je aan de gang, het is een glijdende schaal. Een bestemmingsplan is er juist voor bedoeld om dit soort dingen te voorkomen.''

In Boekel begrijpen ze het niet, getuige een aantal e-mails in het gemeentelijke gastenboek. ,,Het ouderenbeleid, qua huisvesting, spreekt me zeer aan'', schrijft H. van Oort. ,,Een lintje voor onze burgemeester'', laat H. Luth weten.

Oud-veehouder Jan Timmers wil beslist niet verhuizen. ,,Ik moet er niet aan denken dat ik van de boerderij weg moet. Een huurhuis is er niet in ons dorp. Een bejaardenwoning in Boekel? Dat zou een straf voor me zijn. Ik zit nog geregeld tussen maïs, gras en rogge. Mijn hele leven woon ik hier, dat moet zo blijven.''

Zijn vrouw Sjaan, met een van de kleinkinderen op schoot: ,,Iemand van de regering stelde laatst voor crèches te gaan oprichten in bejaardencentra. Nou, de Boekelse regeling is toch veel beter? Of niet soms?'' Ze aait haar kleinkind door de haren.

    • Guido de Vries