Winterverkiezingen

Op 22 januari van het volgend jaar kan Nederland opnieuw naar de stembus. Het is een datum die recht doet aan de roep om haast èn de mogelijkheid voor nieuwkomers om aan de verkiezingen deel te nemen. Vooral dat laatste is uit democratisch oogpunt van belang. Als de vorige verkiezingen iets hebben duidelijk gemaakt, is het wel dat een substantieel deel van het electoraat zich niet vertegenwoordigd zag door de toen in de Tweede Kamer gevestigde partijen. De uit het niets komende Lijst Pim Fortuyn werd in één klap de tweede partij in het parlement. Deze ervaring noopt tot bescheidenheid bij de `oude' partijen. Met de keuze voor de datum van 22 januari hebben politieke debutanten tot aanstaande maandag de tijd zich te laten registreren bij de Kiesraad. De termijn is weliswaar kort, maar niet te kort. Partijen of groeperingen van buiten hebben hierdoor een reële mogelijkheid om aan de verkiezingen deel te nemen.

Inmiddels heeft zich met ex-minister Herman Heinsbroek een van de eerste en ongetwijfeld ook een van de spraakmakendste nieuwelingen gemeld. Hij beroept zich op het programma van de LPF, maar wil ook nieuwe standpunten aandragen. Dat is logisch, want de wereld is na het verschijnen van het boek van Pim Fortuyn, maart vorig jaar, niet stil blijven staan. Maar de vraag is wel of Heinsbroeks besluit om apart de verkiezingen in te gaan de `volgelingen van Pim' nu ook ten goede komt. Zijn verkiezingsdeelname betekent toch in de eerste plaats een verdere verkruimeling van de beweging die zich het gedachtegoed van Fortuyn toeëigende.

Direct na het uitbreken van de kabinetscrisis lieten de regeringspartijen CDA en VVD weten het regeerakkoord tot inzet van de verkiezingen te maken. Maar deze mededeling is de afgelopen dagen al aanzienlijk genuanceerd. Dat is terecht. Het strategisch akkoord waarover CDA, LPF en VVD het in juli van dit jaar met elkaar eens werden, was het product van een compromis tussen de programma's van de drie partijen. Maar verkiezingen gaan niet over onderhandelingsresultaten.

Aan de andere kant doen CDA en VVD er goed aan geen onduidelijkheid te laten bestaan over hun intenties. Zij willen samen door, om hun ideeën zoals die waren neergelegd in het regeerakkoord zoveel mogelijk uit te voeren. Over die boodschap moeten zij tegenover de kiezer geen twijfel laten bestaan. Wat dat betreft kan een voortzetting van de coalitie in afgeslankte vorm – CDA en VVD minus de LPF – wel degelijk inzet van de verkiezingen worden. Een stembusakkoord tussen CDA en VVD zou de duidelijkheid voor de kiezer aanzienlijk bevorderen.

Ondertussen betekent de datum van 22 januari dat het kabinet-Balkenende langer demissionair dan normaal zal regeren. Juist omdat de oorzaak van de breuk niet is terug te voeren op inhoudelijke gronden is er veel voor te zeggen dat het kabinet zoveel mogelijk de lopende zaken normaal afhandelt. Dat geldt in elk geval voor de begrotingsbehandelingen. In die begrotingen zitten echter nog wel een aantal controversiële punten, zoals bijvoorbeeld de afschaffing van het spaarloon. Het ligt voor de hand dat dit in de samenleving omstreden voorstel nu even in de ijskast wordt gezet.

De koningin heeft de ministers en staatssecretarissen gisteren verzocht ,,al datgene te blijven verrichten wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk achten''. Dit is voor dit kabinet, dat door het onderlinge gekrakeel eigenlijk nooit aan regeren is toegekomen, al een hele opgave.