Winstalarm ABB om asbest

De aandelenkoers van het Zwitsers-Zweedse technologieconcern ABB is vanmorgen op de beurzen van Zürich en Stockholm vrijwel gehalveerd. Beleggers dumpten massaal het aandeel, nadat ABB gisteren waarschuwde voor tegenvallende resultaten en een mogelijk faillissement van zijn Amerikaanse dochter wegens onbetaalbaar geworden asbestclaims.

ABB nam deze dochter, Combustion Engineering (CE), in 1990 over. Het heeft naar eigen zeggen sindsdien al 865 miljoen dollar aan Amerikaanse slachtoffers van asbest moeten uitbetalen. Het asbest werd destijds aangebracht in boilers van CE. Mensen die aan asbest worden blootgesteld kunnen ademhalingsmoeilijkheden en zelfs longkanker oplopen.

Vorig jaar leed ABB een nettoverlies van 1 miljard euro, hoofdzakelijk wegens de asbestclaims. Dit jaar was ABB aanvankelijk nog tamelijk optimistisch over de claims. Maar gisteren zei het concern niet langer in staat te zijn de schade te schatten die het nog boven het hoofd hangt. ABB zei alleen zeker te weten dat deze kosten hoger zullen worden dan de 812 miljoen dollar waarvoor CE op de balans staat.

Behalve deze asbestclaims, die ABB nadrukkelijk lokaliseert bij zijn Amerikaanse dochter, wordt het concern geteisterd door slechte resultaten op de markten waarop het opereert. Precies drie dagen voordat ABB zijn resultaten voor het derde kwartaal zou bekendmaken, verklaarde topman Jürgen Dormann dat het concern te optimistisch over het herstel is geweest. Hij waagde zich dan ook niet meer aan een voorspelling over de resultaten voor de rest van het jaar.

Op de beurs van Zürich kelderde de koers van ABB vanmorgen met 47,11 procent en op die van Stockholm met 46,06 procent, nadat gisteren in New York de daling begon.