Vrije markt vergt superbestuurders

Na drie jaar studie kwam het wetenschappelijk bureau van de PvdA gisteren met zijn visie op marktwerking en privatisering. Teleurstellend, meent de partij.

Het klassieke dilemma – `markt versus staat' – van de sociaal-democraten kwam gisteren tijdens een debat in perscentrum Nieuwspoort pijnlijk duidelijk naar voren. Op de grens van publiek en privaat is het moeilijk beleid maken, zeker als je principieel geen van beide uitersten meer wilt verwerpen. Het resultaat is vaak halfslachtige oplossingen, waarin met steeds wisselende benamingen steeds hetzelfde wordt gezegd: marktwerking, verzelfstandiging en privatisering kan wel, maar met een enorme hoeveelheid waarborgen. Kortom, alleen met het grotendeels uitschakelen van de marktwerking.

Gisteren discussieerde de PvdA weer eens uitgebreid met zichzelf over het snijvlak van markt en staat. De partij worstelt met de vraag of Schiphol naar de beurs kan zonder dat de politiek de greep verliest op de milieugrenzen en de landingsrechten van andere luchtvaartmaatschappijen dan de KLM. De partij stoeit met de eigendomsverhoudingen in de energiesector, waarbij de vrije concurrentie op de netwerken botst met het monopoloïde karakter van de infrastructuur.

De commissie Van Thijn, een werkgroep van de Wiardi Beckman Stichting (WBS, het wetenschappelijk bureau van de PvdA), presenteerde haar langverwachte en al uitgebreid bediscussieerde rapport Grenzen aan de markt, over privatisering en de hervorming van de publieke sector. Uitputtend beschrijft de commissie, onder leiding van oud-burgemeester van Amsterdam en oud-minister van Binnenlandse Zaken Ed van Thijn, de ontwikkeling van de verhouding tussen staat en markt, vanaf de liberale gezichtspunten eind negentiende eeuw, via het `staatssocialisme' van midden jaren zeventig tot de wat hybride, `paarse' relatie eind jaren negentig.

De PvdA heeft zich, zeker onder Paars II, teveel in het defensief laten drukken door de VVD, zo vindt de partij. Een visie op de publieke taken in markthanden kwam amper van de grond omdat de partij de handen vol had aan het voorkomen van een volledige uitverkoop van het publieke domein door de liberale coalitiepartners VVD en D66.

Liberale initiatieven als de marktwerkingsoperatie van EZ-minister Wijers domineerden de afgelopen jaren de discussie. Ze werden eerst enthousiast ontvangen, maar de liberalisering van de energiesector op last van Brussel verzandde door politieke tegenstellingen in technische discussies. Ook de mislukte verzelfstandiging van de NS bleek een blok aan het been van de Haagse politiek. Tijd voor een nieuwe visie, besloot de WBS in 1999.

Leidraad voor de conclusie van Van Thijn cum suis lijkt de Derde Weg te zijn, het reeds tien jaar geleden met enthousiasme omarmde `redelijke alternatief' voor de sociaal-democratie. Met het reinventing government van Derde Weg-goeroe Ted Gaebler in de hand, kwamen ook Van Thijn en de zijnen tot de conclusie dat de relatie staat en markt het best bediend wordt door een pragmatische opstelling van de overheid. Geen ongebreideld instrumentalisme, geen dichtgetimmerde regelgeving, maar een nieuw soort `publieke onderneming', waar de staat aanvullende eisen stelt aan bedrijven die publieke taken uitvoeren. ,,Wanneer marktwerking, verzelfstandiging of privatisering bij publieke dienstverlening gewenst is, is het cruciaal dat politiek en overheid een publiek program eisen, hun eigen rol spelen bij de realisatie van de publieke doelstellingen en zorgen voor een adequaat toezicht op de publieke diensten'', schrijft Van Thijn.

Daarbij moet mede gedacht worden aan nieuwe vormen van bedrijven, die als het ware van nature tussen markt en staat inzitten. ,,De beste vormgeving van dit type bedrijf is niet de terugkeer naar de klassieke overheidsdienst, maar een type `publieke onderneming' die opereert binnen een duidelijk geformuleerde publieke taakstelling onder een regiem van publieke en transparante verantwoording en controle.'' Schiphol, de Rotterdamse haven, de NS en de netwerkbedrijven in de telecom en de energiesector komen hier volgens Van Thijn voor in aanmerking.

Oude wijn in nieuwe zakken, was de conclusie van onder meer kandidaat-lijsttrekker Wouter Bos en fractiespecialist Ferd Crone. ,,Er staat niet veel nieuws in'', luidde het vernietigende commentaar van Bos. Hij miste het perspectief van de consument, dat volgens hem altijd de leidraad moet zijn bij beslissingen over verzelfstandiging en privatisering. Ook overschatte de commissie de bereidheid van bedrijven om aan additionele doelstellingen van de overheid tegemoet te komen. ,,Ik maak me geen illusies, bedrijven willen winst maken'', aldus Bos, die voor olieconcern Shell heeft gewerkt.

Van Thijn had in zijn drift te zoeken naar iets nieuws eigenlijk niets meer gedaan dan het agentschap opnieuw uitvinden, meende Bos. En een andere aanwezige herinnerde Van Thijn eraan dat er enkele jaren geleden, voor een wijziging in de vennootschapswet, nog zoiets bestond als een overheids N.V., waarin de commissarissen de overheid (en niet het bedrijfsbelang) als hoogste doel moesten verdedigen. Volgens oud-Rekenkamer-secretaris Witteveen tenslotte ging het wel degelijk om het maken van goede instrumenten bij het afbakenen van publieke doelstellingen en belangen.

Van Thijn verdedigde zich met de hem zo kenmerkende traagheid. Natuurlijk was het niet allemaal nieuw, en natuurlijk had ook zijn analyse zijn beperkingen. ,,Ik snap dat u gemengde gevoelens heeft, het is ook een genuanceerd rapport.'' Maar: ,,Een overheids N.V. komt mij zo ouderwets over, ik wilde iets nieuws neerzetten, een nieuwe synthese'', zei hij. En het afbakenen van het publieke belang, was dat niet juist de kern van het politieke debat? ,,Ik zou willen dat het publieke debat, zeker na Fortuyn, niet meer ging over dit soort instrumentele dingen. Je hebt goede bestuurders nodig om marktwerking en overheid bij elkaar te brengen. Een goed bestuurder moet de grote boodschap helder kunnen uitdragen, hij moet kunnen delegeren en hij moet zich niet afzijdig houden maar ook niet bezondigen aan strategische detailbemoeienis'', doceerde Van Thijn.

De sociaal-democratische oplossing voor staat en markt vergt dus superbestuurders, zo begrepen alle aanwezigen. Zoals ze ook begrepen dat de PvdA-discussie over staat en markt met het rapport van Van Thijn, dat drie jaar studie vergde, vooralsnog niet veel was opgeschoten.