Vrees Noord-Koreaanse kernwapens voorbarig

De Noord-Koreanen hebben toegegeven aan een eigen kernwapen te werken. Hoe ver zijn ze ermee?

Zes dagen na de onthulling dat Noord-Korea in weerwil van afspraken werkt aan verrijking van uranium is de grootste opwinding daarover alweer verdwenen. Er zijn weinig tekenen dat Noord-Korea ver gevorderd is met het programma. Binnen de VS heerst ergernis over het feit dat de regering Bush al twaalf dagen op de hoogte was en alleen een enkel congreslid had geïnformeerd. Het lijkt erop dat alleen tot openbaarmaking is besloten omdat gevreesd werd dat het nieuws zou uitlekken.

De Amerikaanse regering lijkt gekozen te hebben voor kalme diplomatie. Amerikaanse dagbladen suggereren dat men zich misschien ook wat schuldig voelt: met de uitvoering van overeenkomsten tussen de VS en Noord-Korea is opvallend weinig voortgang geboekt. Men vraagt zich zelfs af of Noord-Korea niet opzettelijk – goed zichtbaar – een verrijkingsprogramma is begonnen om de Amerikanen tot groter haast aan te zetten.

De betreffende overeenkomst, die op 21 oktober 1994 in Genève werd gesloten en als `Agreed Framework' door het leven gaat, moest alle bestaande nucleaire activiteiten van Noord-Korea `bevriezen'. In ruil daarvoor zou het land twee moderne Westerse lichtwaterreactoren ontvangen. Zolang die nog niet werkten, zou Noord-Korea zware olie geleverd krijgen voor oliegestookte elektriciteitscentrales. De VS stelden zich garant voor de vlekkeloze uitvoering van het programma.

De overeenkomst kwam na een periode waarin de spanning rond de nucleaire activiteiten van Noord-Korea zo hoog opliepen dat de regering Clinton zich gereed maakte voor een aanval op de nucleaire installaties. Er waren al troepenversterkingen naar Zuid-Korea gestuurd.

De ongerustheid concentreerde zich destijds, en eigenlijk nog steeds, op Noord-Korea's `tweede reactor', een kleine onderzoeksreactor bij Yongbyon die min of meer in het geheim is gebouwd en waarvan het bestaan pas begin jaren tachtig duidelijk werd. Tot dan wisten weinigen beter dan dat Noord-Korea maar over één reactor beschikte: een kleine Russische onderzoeksreactor (een IRT-reactor) die in 1975 in bedrijf was gegaan en sinds 1977 onder toezicht stond van het VN-atoomagentschap IAEA. Nu verrees er opeens een grotere onderzoeksreactor die niet onder IAEA-toezicht zou vallen. Het bleek een `grafiet-gemodereerde, CO2-gekoelde reactor' die bij uitstek geschikt is voor de productie van plutonium: de splijtstof voor een atoombom.

In reactie op Westerse commotie bracht de Sovjet-Unie Noord-Korea ertoe het verdrag tegen verspreiding van kernwapens (het NPV-verdrag) te tekenen. Dat gebeurde in december 1985, maar onder voorbehoud: Noord Korea zou niet de IAEA-inspecties toestaan die het verdrag voorschrijft. Toch verstomde het rumoer, de reactor ging in 1986 in bedrijf. Tot in 1989 opeens uit satelliet foto's duidelijk werd dat Noord-Korea een complete fabriek bouwde voor de terugwinning van plutonium uit oude splijtstof (een `opwerkingsfabriek'). Bovendien bleek dat het land nòg twee, middelgrote kernreactoren bouwde. Ook werd een proefterrein voor het testen van zware explosieven ontdekt.

Het leidde opnieuw tot zware Westerse druk en in januari 1992 ging Noord-Korea eindelijk accoord met IAEA-inspecties. In mei werden de nieuwe istallaties voor het eerst door de IAEA bezocht. Al gauw bleek dat er pijnlijke discrepanties waren tussen de Noord-Koreaanse rapportages en de situatie die feitelijk werd aangetroffen. Het vermoeden rees dat Noord-Korea al veel plutonium uit de `tweede reactor' had teruggewonnen. De IAEA eiste extra inspecties, Noord Korea dreigde zich in maart 1993 uit het NPV-verdrag terug te trekken maar deed dat ten slotte niet. Er volgde opnieuw overleg, zelfs in de Veiligheidsraad.

In mei 1994 escaleerde de kwestie toen Noord-Korea de tweede reactor plotseling stil legde en met zóveel haast splijtstof verwijderde dat de IAEA het overzicht verloor. De IAEA wilde verifiëren of nog steeds de oorspronkelijke splijtstof (uit 1986) aanwezig was maar slaagde daarin niet. De spanning liep zo hoog op dat oud-president Jimmy Carter eraan te pas moest komen om de vrede te bewaren. Uiteindelijk werd eind 1994 de `Agreed Framework' gesloten.

Het vernuftige van die overeenkomst is dat ze Noord-Korea het bezit van twee zware kernreactoren toestaat, maar uitsluitend reactoren waaruit niet makkelijk een goede kwaliteit plutonium is te winnen. Bovendien reactoren die `verrijkt' uranium gebruiken. De twee gasgekoelde grafiet-kernreactoren die Noord Korea in aanbouw had zouden `natuurlijk' (onverrijkt) hebben kunnen gebruiken. Noord-Korea beschikt wel zelf over uraniummijnen, maar niet over een verrijkingsinstallatie. De benodigde uranium moet dus voor het oog van de wereld worden ingevoerd.

Vorige week werd aannemelijk dat Noord-Korea toch stilletjes een eigen verrijkingsfabriek probeerde te bouwen. Althans: het land had een kwaliteit aluminium besteld die geschikt is voor de bouw van ultracentrifuges, zoals Irak dat ook al deed. Noord-Korea had kunnen volhouden dat dit aluminium een niet-nucleaire bestemming had, maar deed dit niet. Vreemd genoeg gaf het op 4 oktober plompverloren toe dat het aan verrijking werkte. Of daarbij Pakistan assistentie verleende, zoals de New York Times op gezag van `senior oficials' bekend maakte, is nog steeds niet bevestigd. Pakistan heeft zeker veel know-how terzake.

Een land met eigen uraniummijnen dat een goed werkend verrijkingsfabriek heeft, kan atoombommen (op basis van uranium) maken buiten alle kernreactoren om. Maar zover is Noord-Korea kennelijk nog lang niet. Voorlopig is er alleen het vermoeden van een hoeveelheid plutonium die misschien tussen 1986 en 1994 uit de tweede reactor zou zijn teruggewonnen. Genoeg voor hooguit enkele kernwapens. Niemand weet of die wapens ook gebouwd zijn.

    • Karel Knip