Succes niet gegarandeerd bij `ontsplitsen' van aandelen

Nieuw op de beurzen: de `reverse stock split'. Bedrijven zijn op zoek naar de ideale maten voor hun aandeel. Niet te dik, maar dezer dagen ook zeker niet te dun.

Wie naar de doorsnee-beursgang kijkt uit de tijd dat er nog bedrijven naar de beurs gingen, moet concluderen dat er zoiets bestaat als een ideale aandelenkoers. Bij een IPO, een initial public offering, is de vrijheid meestal groot om een uitgiftekoers te prikken. En in de regel was die koers rond de 20 tot 30 euro, of dollar.

Een bedrag van een dergelijke orde van grootte is klein genoeg om een goede verhandelbaarheid te garanderen. Aandelen van 150 of 200 euro per stuk doen dat een stuk minder. Particulieren kunnen er bijvoorbeeld van terugschrikken, en bij een gelijkblijvende beursomzet in geld, loopt de beursomzet in aantallen aandelen terug. Vandaar dat in de hoogtijjaren 1998-2000 het splitsen van aandelen een hoge vlucht nam. De koersen stegen zó sterk dat sommige aandelen, zoals bijvoorbeeld van Philips, het domein van onverhandelbaarheid dreigden te betreden.

Bij het splitsen van aandelen wordt één oud aandeel verwisseld voor een groter aantal nieuwe aandelen. Dat konden er vijf zijn, of soms tien, al naar gelang het bereikte koersniveau en de gewenste nieuwe koers. Gesplitste aandelen deden het bovendien goed op de beurs. Hun grotere verhandelbaarheid resulteerde in een relatief hogere koers.

Nu de beurzen al meer dan twee jaar op de terugtocht zijn, en de koersen van met name technologiefondsen sterk zijn gedaald, draait de trend om. Vrijdag kondigde het Amerikaanse telecom-apparatuurbedrijf Lucent een `reverse stock split' aan: het concern wil tussen de ruwweg 20 en 30 bestaande aandelen nu juist samenvoegen tot één aandeel. Directe reden is dat de koers van Lucent op 18 september voor het eerst onder de 1 dollar dook. Eind vorige week noteerden de aandelen een maand lang onder dat niveau, en de Amerikaanse beurzen houden niet van dergelijke `penny stocks'. Wie op de Nasdaq-beurs langer dan 30 handelsdagen onder de dollar noteert, heeft 90 dagen om er weer bovenuit te komen, of verdwijnt uit de hoofdnotering. De markten houden niet van losers. Bovendien zijn er in de VS grote beleggers die statutair geen aandelen mogen kopen onder een bepaalde waarde van bijvoorbeeld 5 dollar. Alles onder de 10 dollar staat al te boek als onaantrekkelijk.

Hoewel de Nasdaq heeft laten weten de regels wellicht wat te versoepelen, is Lucent niet de enige die zijn toevlucht neemt tot het samenvoegen. Het Canadese Nortel Networks heeft al een samenvoeging aangekondigd, evenals Lucents vroegere moedermaatschappij AT&T en de handcomputermaker Palm. Op de Nasdaq-beurs hebben al 37 bedrijven reverse stock splits doorgevoerd.

Hoe zit dat in Nederland? Samenvoegen is hier – nog – geen mode. Wel gingen sommige aandeleninkopen, zoals wederom bij Philips, gepaard met een samenvoeging van in dat geval 5 naar 4 aandelen, maar dat was om technisch-fiscale redenen.

Is er in Amsterdam reden toe? Van de gewoon verhandelbare aandelen op het Damrak is er slechts één dat onder de 1 euro noteert, Laurus. UPC doet dat ook, maar is niet echt meer in functie. Gisteren waren in Amsterdam negentien aandelen onder de 5 euro genoteerd. Tweeënveertig aandelen, 32 procent van het totaal, noteerden onder de 10 euro. In september 2000, met de AEX op zijn hoogtepunt, was dat wel anders. Geen aandeel onder de 1 euro, maar 4 onder de 5 euro. En 13, een kleine tien procent van het totaal, onder de 10 euro.

Samenvoegen kan dus een optie zijn. Maar zonder bijwerkingen gaat dat niet. Van de 37 Nasdaq-aandelen waarbij dit jaar reverse splits werden doorgevoerd, noteren er maar vijf boven hun koers van vóór de samenvoeging.

Die conclusie is natuurlijk nog voorbarig. Wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar stock splits en reverse stock splits zijn niet erg positief. Specialist Dave Ikenberry van de Universiteit van Chicago liet zich de laatste dagen naar aanleiding van Lucent negatief uit over de koerseffecten van samenvoeging.

De Universiteit van Houston deed begin dit jaar een uitgebreid onderzoek naar 683 bedrijven die tussen 1970 en 1992 een reverse stock split doorvoerden. De koersen van die bedrijven deden het op de beurs in de navolgende drie jaar gemiddeld 34,32 procent slechter dan onder normale omstandigheden had mogen worden verwacht. En ze deden het 36,99 procent slechter dan de relevante beursindices.

Zo zijn reverse stock splits nauwelijks de panacee voor een bedrijf in de problemen. Maar wie, zoals Lucent, met zijn rug tegen de muur staat heeft kennelijk weinig keus.

    • Maarten Schinkel