Palestijnse olijfplukkers dienen als schietschijf

De ontruiming van een illegale joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever heeft afgelopen weekend tot grote spanningen binnen de Israëlische regering geleid. Kolonisten proberen Palestijnse boeren te verdrijven.

Zodra de Palestijnse dorpelingen van Sawiya op de Westelijke Jordaanoever om zeven uur 's morgens beginnen met de olijvenpluk, komen met M16 en Uzi-machinepistolen gewapende joodse kolonisten uit de naburige nederzetting Bet Eli naar buiten. Plukker Aimad wijst naar de prefab woningen van Bet Eli boven op de bergtop. ,,Eerst schreeuwen ze dat wij ermee moeten ophouden en naar huis gaan. Maar wij werken gewoon door. Vanmorgen hebben ze op ons geschoten. Ze stuurden hun honden op ons af en gooiden met stenen naar beneden. Het is iedere dag hetzelfde liedje.''

De meeste van de ideologische nederzettingen als Bet Eli zijn opgezet met de bedoeling om de bezette Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook van de Palestijnse bevolking over te nemen. Sommige kolonisten verwijzen naar het bijbelse recht van de joden op Erets Israël, het land van Israël, dat zich volgens hen ook over de Jordaan uitstrekt. Anderen zeggen dat dit allemaal legaal verworven joods eigendom is, en dat de Palestijnse boeren indringers zijn.

Nogal wat kolonisten zijn lid van rechts-extremistische partijen en paramilitaire organisaties. Zij kiezen voor een strategie van voldongen feiten. Met gewelddadige acties willen ze het leven van de Palestijnen onmogelijk maken en ook de Israëlische regering en het leger tot nog meer repressief optreden dwingen.

Voor de Palestijnen is dit niet alleen hun grond, maar dit vormt ook het hart van het grondgebied waarop zij een Palestijnse staat willen opbouwen. De olijfbomen vormen in die strijd om het land een sterk symbool, voor beide partijen. Extremisten in Israël willen de Palestijnse bevolking onder druk zetten in de hoop een `vrijwillige' emigratie te forceren, de zogeheten `druppeltransfer'. Het is opvallend hoeveel Palestijnse studenten en ook gezinnen dezer dagen inderdaad aan emigratie denken. De kolonisten leveren daartoe graag hun bijdrage door olijfbomen in brand te steken en de boeren bij de olijfpluk aan te vallen: sinds de olijfoogst onlangs begon, worden over heel de Westelijke Jordaanoever dagelijks tal van incidenten gemeld.

,,De olijvenpluk is heel gevaarlijk. Veel boeren zijn gewond, en er vallen doden. Maar wij denken er niet aan naar beneden te vluchten'', zegt Issam, vanaf zijn ladder. Hij is 23 en afkomstig uit Sawiya, ten zuiden van Nablus, recht tegenover de heuvel waar hij samen met zo'n vijftig mannen, vrouwen en kinderen aan het plukken is.

De geplukte olijven worden naar beneden gegooid en opgevangen op uitgespreide dekens en stukken plastic en vervolgens in plastic zakken met ezeltjes naar het dorp gevoerd. ,,Hier zo boven op de ladder, vijf meter hoog, ben je natuurlijk een makkelijke schietschijf. Maar wat wil je? Dit is mijn boom, mijn land, en voordien was het eigendom van mijn vader en van mijn grootvader'', zegt Issam.

Op dit moment zijn er zo'n 200 dorpelingen uit Sawiya op de flanken van deze berg recht tegenover hun dorp olijven aan het plukken. De boomgaarden liggen aan de overkant van de voor Palestijnen verboden `by-pass road', een nieuwe weg die naar de talrijke joodse nederzettingen leidt die hier de laatste jaren bijna iedere bergtop hebben ingepalmd.

De meeste van die nederzettingen zijn amper bewoond, en ook volgens de Israëlische overheid onwettig, maar vanuit die hoge posities belagen kolonisten de olijfplukkers en proberen zij hen het recht te ontzeggen om hun eigen olijven te oogsten. De toegang tot Sawiya is langs de kolonistenweg met betonblokken en bergen aarde geblokkeerd. Alleen met ezeltjes kunnen de boeren over de weg komen.

,,Die mensen hier zijn erg bang'', zegt Laura, een Israëlische lerares en een van de vredesactivisten die de Palestijnen bij de olijfoogst zijn komen helpen. Zij is lid van de vrouwenorganisatie Machsoumwatch. ,,Soms moeten wij letterlijk als menselijk schild voor de Palestijnen gaan staan om hen te beschermen, als ze worden beschoten en met stenen worden bekogeld'', zegt Micha, een 53-jarige sociaal werker uit Jeruzalem. ,,Kijk, hier op 200 meter van de joodse nederzetting is de grond niet langer bewerkt. Normaal worden distels en ander onkruid rond de olijfbomen verwijderd maar hier durven de boeren niet te komen. Dus deze bomen staan er eigenlijk verwaarloosd bij, en alleen omdat wij nu bij hen blijven, kunnen zij hun olijven tot vlakbij de gewapende joodse kolonisten plukken.''

,,Ze grijpen alles aan om al het land te kunnen stelen'', zegt Micha. ,,Voorheen hoorde je nog kolonisten spreken over vreedzaam samenleven, maar nu zeggen ze dat ze het recht hebben om op de boeren te schieten, omdat de Palestijnse terroristen begonnen zijn.''

Abu Tawfis is de mukhtar, het dorpshoofd, van Sawiya. Hij wijst erop dat de olijven voor de Palestijnen een heel belangrijke economische waarde hebben. De boeren verkopen de rauwe olijven, maar ze persen ook olijfolie en maken traditioneel zeep op basis van die olie. De kwaliteit van de zeep uit Nablus wordt alom geprezen, maar de drie grote zeepfabrieken zijn een aantal maanden geleden door Israëlische F16-vliegtuigen gebombardeerd.

Voor ongeveer 80 procent van de huisgezinnen in Sawiya betekent de opbrengst van de jaarlijkse olijfproductie in normale omstandigheden ongeveer de helft van het gezinsinkomen. Maar door de bezetting ligt alle andere economische activiteit stil, waardoor de olijfoogst nu nog veel belangrijker is geworden. Voor veel gezinnen vormt zij zelfs de enige bron van inkomsten. Iyad, 25, is bouwvakker, maar hij zit door de bezetting zonder werk. ,,Wij moeten nu wel van de landbouw leven'', zegt hij. ,,Het is alles wat ons rest.''

    • Wilfried Bossier