Mea culpa over RAF is ook hier gewenst

Omgaan met het verleden: het blijft een kunst. Althans in Nederland. Waar Duitsland nog immer zwoegt met het ongemakkelijke RAF-verleden, weten de eertijdse Nederlandse RAF-advocaat Baker Schut en de Nederlandse ex-terrorist Ronald Augustin het nog steeds zeker: de drie RAF-terroristen die 25 jaar geleden in de gevangenis in Stammheim om het leven kwamen, zijn door de West-Duitse staat vermoord. Inmiddels is Augustin getransformeerd tot een brave huisvader wiens kinderen zijn tot rebellenverleden gebagatelliseerde RAF-verleden `wel cool' vinden. Bakker Schut is in de achterliggende 25 jaar veranderd van een pleitbezorger voor de West-Duitse stadsguerrilla tot een vrijpleiter van drugssmokkelaars. Bij beiden lijkt het denken over de RAF te hebben stilgestaan.

Het tv-programma Andere Tijden besteedt vanavond aandacht aan de `Duitse herfst' van 1977, en het is wrang deze Hollandse Rechthaberei te moeten aanzien. Wat een verschil met Duitsland waar oud-terroristen en vroegere sympathisanten rekenschap afleggen over hun verleden. Neem bijvoorbeeld de ex-terrorist Karl-Heinz Dellwo die vorige week tegenover Neues Deutschland opnieuw het radicaal-linkse geloofsartikel van de moord in Stammheim in twijfel trok. Volgens hem is de officiële versie, zelfmoord, de enige juiste.

Of neem de artikelen van de historicus Wolfgang Kraushaar, zelf afkomstig uit de linkse scene in Frankfurt, die onder meer wijst op de emotionele chantage die de RAF op linkse intellectuelen uitoefende en de fatale invloed die dat had op de opstelling van linkse Duitsers tegenover de Bondsrepubliek. Neem ten slotte het boek Das rote Jahrzehnt van de oud-communist Gerd Koenen, waarin de wortels van het geweld al zeer vroeg in de opstandige beweging van de jaren zestig getraceerd worden.

Kom daar in Nederland eens om. Bakker Schut en Augustin vormen immers allerminst een uitzondering. Ze zijn eerder typisch voor de generatie van de jaren zestig en zeventig. Waar is de zelfkritiek van de Johan van Minnens, de Rudi van Meursens, de Boudewijn Chorussen en de Nico Haasbroeken en de vele anderen die het in Vrij Nederland, de Haagse Post en talloze andere tijdschriften opnamen voor de RAF-terroristen die `slachtoffer' waren geworden van de West-Duitse `politiestaat'? Hadden zij niet beter wat meer met de Duitse democratie en wat minder met het linkse terrorisme moeten sympathiseren?

Waarom erkennen Augustin en Bakker Schut, en die talloze Nederlanders die destijds met de RAF sympathiseerden, niet eens openlijk dat de RAF vanaf het eerste moment een decadente hedonistische en om zichzelf draaiende bedoening was? Het ging immers al vanaf het begin, de gewelddadige bevrijding van Andreas Baader uit gevangenschap in 1970, veel meer om het instandhouden van de organisatie en het bevrijden van de gearresteerde terroristen dan om de revolutie. In plaats van het revolutionaire einddoel bepaalden tactische afwegingen de koers. De pamfletten van de RAF, waarin zij het geweld met revolutionaire retoriek legitimeerde, waren façades die die cynische waarheid bedekten. Al die jaren bleef het verleden achter een dik, dempend gordijn verborgen. Het is, 25 jaar na de `Duitse herfst' tijd dat de Nederlandse betrokkenen het gordijn wegtrekken.

Jacco Pekelder is onderzoekscoördinator van het Duitsland Instituut Amsterdam.

    • Jacco Pekelder