`Kabinet moet Tweede Kamer niet bruuskeren'

Premier Balkenende wil `doorregeren' ondanks de demissionaire status van zijn kabinet. Maar hij mag het parlement daarbij niet bruuskeren, waarschuwt hoogleraar staatsrecht D. Elzinga.

De demissionaire status van dit kabinet heeft het parlement in de praktijk machteloos gemaakt. Want ministers kunnen niet meer worden afgezet. Dat verplicht minister-president Balkenende om bij uitvoering van zijn beleid niet alleen een Kamermeerderheid van de regeringsfracties, maar ook de grootst mogelijke meerderheid in de Tweede Kamer aan zich te binden, vindt de Groningse hoogleraar staatsrecht mr.dr. D. Elzinga.

Elzinga: ,,Balkenende zou in staatsrechtelijke zin geschiedenis schrijven als hij in de maanden voor de verkiezingen de oppositie bij controversiële besluitvorming zou bruuskeren. Dat zou minachting van het parlement zijn en bovendien een uitnodiging aan de oppositie tot sabotage. Die zou bij de behandeling van wetsontwerpen of begrotingen over kunnen gaan tot `filibusteren', het eindeloos traineren van besluitvorming.''

Het zoeken naar overeenstemming met de oppositie hoeft het demissionaire kabinet niet machteloos te maken, aldus Elzinga. Het kan volgens hem niet zo zijn dat een oppositiepartij de besluitvorming kan blokkeren. Begrotingsbehandelingen zouden gewoon door kunnen gaan. ,,Maar er moet zo groot mogelijke overeenstemming zijn over controversiële onderwerpen. Dat betreft bijvoorbeeld onderwerpen waarover politiek verschil van mening bestaat in de Tweede Kamer. Onderwerpen die na besluitvorming ook niet meer kunnen worden teruggedraaid. Die moeten dan uit de begrotingsstukken getild worden.''

Daarbij gaat het niet alleen om onderwerpen waarover alleen regeringspartijen en oppositie met elkaar van mening verschillen. Er zijn inmiddels ook onderwerpen waarover de regeringspartijen zelf onderling verdeeld zijn. Elzinga: ,,De opvatting van VVD-fractievoorzitter Zalm over het spaarloon verschilt zo sterk van die van het kabinet, dat ik me niet kan voorstellen dat het Belastingplan in deze demissionaire periode behandeld kan worden.''

Volgens Elzinga is er feitelijk niet zoveel verschil tussen de demissioniare status van dit kabinet en dat van het laatste kabinet-Kok. Het argument dat dit kabinet gevallen is over personele en niet over inhoudelijke problemen, gold ook voor het kabinet-Kok. Dat struikelde over het rapport-Sebrenica en de politieke verantwoordelijkheid daarvoor.

Elzinga: ,,Ook toen was het te voeren beleid niet de grondslag voor de crisis en was er geen breuk tussen regeringspartijen. De vraag over invulling van de demissionaire status is ook niet afhankelijk van de vraag of zo'n breuk er daadwerkelijk is. Want inderdaad, op de twee afgetreden ministers na, zitten de bewindslieden van alle drie de partijen nog gewoon in het kabinet. De marges van de demissionaire status worden ook niet bepaald door de aard van de breuk, maar door het perspectief van respect voor het parlement. Als Balkenende nu zou kiezen voor doorregeren als zou het om een interim-kabinet gaan, zonder rekening te houden met de oppositie, zou dat voor het eerst in de parlementaire geschiedenis van Nederland zijn en roept hij grote problemen over zich af.''

Elzinga wil in dat geval zelfs nog verder gaan: ,,Dat zou contempt of court, minachting van het parlement betekenen, een regelrechte bruuskering van het parlement en een uitnodiging tot provocatie door de oppositie. Met ook alle gevolgen voor het publieke debat daarover in de aanloop van de verkiezingen.''

De beleidsvrijheid van een demissionair kabinet valt traditioneel onder de regels van het ongeschreven staatsrecht, maar volgens volgens Elzinga geeft ook de huidige situatie geen aanleiding om die regels te formaliseren.

Elzinga: ,,Dat hoort tot de marges van de politieke autonomie. Het heeft in het verleden ook nog nooit tot echte problemen geleid.''

    • Jos Verlaan