Globalisering: een Chinese dvd-speler voor zeventig dollar

,,Er schiet me geen recept te binnen waarmee je kunt verhinderen dat beleggers zichzelf in de voet schieten'', zegt Nobelprijswinnaar Vernon Smith in gesprek met het Duitse zakenblad Wirtschaftswoche. Want of je nou studenten of professionele beleggers als proefpersoon gebruikt, bij experimenten die het spel op de beurs nabootsen gebeurt altijd hetzelfde: ,,Eerst zijn de aandelen ondergewaardeerd, dan vormt zich een speculatieve luchtbel, en ten slotte ontstaat er een krach''. Zakenmensen vormen een uitzondering op de regel dat alle proefpersonen het er even slecht afbrengen: ze doen het slechter. Meer en betere informatie is ook geen oplossing, want, zegt Smith, ,,in experimenten waarin we alle deelnemers over elk detail hebben geïnformeerd, functioneert de markt suboptimaal. Verkopers die de voorkeur van kopers precies kennen, neigen er bij voorbeeld toe de prijzen te verhogen waardoor het evenwicht op de markt minder snel tot stand komt.''

De onvolmaaktheid van de markt betekent nog niet dat de klassiek-economische recepten van de Chicago-school de prullenbak in kunnen, zoals de voormalige Wereldbank-econoom Joseph Stiglitz beweert. ,,Als je menselijk gedrag onderzoekt en daarbij alleen let op fouten en anomalieën, dan vind je wat je wilt vinden: fouten en anomalieën'', merkt Stiglitz terecht op.

,,De twee landen met de indrukwekkendste economieën van dit moment zijn India en China. Toevallig zijn dat wel de landen die zich het minst gelegen hebben laten liggen aan het globaliseringsverhaal van het Internationaal Monetair Fonds en anderen'', aldus Joseph Stiglitz in een dubbelinterview in de weekendeditie van het Amerikaanse dagblad The Wall Street Journal. Het blad legde dezelfde vragen voor aan Kenneth Rogoff, topeconoom bij het Internationaal Monetair Fonds, die Stiglitz' ideeën over de wereldeconomie onlangs kenschetste als ,,niet van deze wereld''.

Gevraagd naar de rol van Amerika in de wereldeconomie zegt Stiglitz: ,,Sommige systeemproblemen zijn gemondialiseerd. De problemen van het Amerikaanse bedrijfsleven worden nu ook elders zichtbaar.'' Rogoff stelt vast dat ,,de VS de motor van de groei zijn''. Over één ding zijn de kemphanen het eens: de groeiende betekenis van China.

Daar is het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek het mee eens. Het omslagverhaal over `hightech in China' besluit met de constatering: ,,China zal het industriële landschap voorgoed veranderen''. Maar het Amerikaanse bedrijfsleven zit op het vinkentouw. Zo was Microsoft er volgens het blad snel bij om meer geld te pompen in de verbetering van China's vaardigheden bij de ontwikkeling van computersoftware, volgens het blad uit angst voor Linux. Natuurlijk blijven de hightech prestaties van China, zo betoogt het blad, nog achter bij die van India, laat staan die van Amerika. Maar de vooruitgang die het land recentelijk heeft geboekt, garandeert dat er nog veel prestaties op komst zijn, en op korte termijn. Omdat het Chinese bedrijfsleven al bewezen heeft geavanceerde technologieën goed en goedkoop te kunnen klonen is het een koud kunstje technologische producten op de wereldmarkt te brengen tegen afbraakprijzen. ,,Het winkelpubliek in de Amerikaanse supermarkten kan nu al dvd-spelers made in China voor 70 dollar mee naar huis nemen.''

Een ander voorbeeld van een Chinese onderneming die zijn vleugels uitslaat is Huawei, producent van telecom-hardware, gevestigd in de nabijheid van Hongkong. De inkomsten uit activiteiten in het buitenland groeiden in de eerste helft van dit jaar 210 procent. Volgens het blad heeft het bedrijf de aandacht op het buitenland gericht vanwege de binnenlandse afzetproblemen.

,,Wat voor ecologen een nachtmerrie moet zijn, is voor autoproducenten een wensdroom: 1,3 miljard Chinezen met een personenautobestand van westelijke dimensies.'' De vraag is alleen, zegt de Neue Zürcher Zeitung, in hoeverre buitenlandse producenten zullen kunnen profiteren van dit reusachtige marktpotentieel. Volgens het blad hebben grote producenten als Volkswagen, Chrysler en Peugeot sinds de jaren tachtig al vijf miljard dollar in de Chinese autoindustrie geïnvesteerd. Nissan en Hyundai hebben China onlangs tot prioriteit nummer één verklaard. En General Motors heeft recentelijk aangekondigd 1,8 miljard dollar in China te willen investeren. Het blad ontleent aan berichtgeving in de South China Morning Post de waarneming dat de Chinezen de joint ventures met buitenlandse producenten gebruiken als voorbereiding op het ontstaan van een eigen zelfstandige autoindustrie.

Het Britse weekblad The Economist beschrijft hoe de Chinezen omspringen met marktwerking in de sector telecommunicatie. Er bestaan nu twee ondernemingen, China Mobile en China Telecom, beide genoteerd op de beurs in Hongkong. De minister van telecommunicatie, Wu Jichuan, heeft verklaard de rivalen sterk te willen maken voor de toekomstige concurrentie met buitenlandse ondernemingen. Tot dat moment blijven de ondernemingen voor tachtig procent het eigendom van de overheid.

,,De grootste onvolkomenheid van de markteconomie is waarschijnlijk niet dat ze de rationaliteit van mensen overschat, maar dat ze de neiging heeft individualisme te overwaarderen'', schrijft Michael Prowse in de Financial Times in zijn commentaar op de toekenning van de Nobelprijs voor economie. Een Nobelprijs voor economie alleen is trouwens toch al vreemd, vindt de auteur: ,,In plaats van te proberen economie op te krikken tot de status van een natuurwetenschap was het beter geweest een Nobelprijs in te stellen voor alle sociale wetenschappen.''

    • Herman Frijlink