Drie is te veel

ie een jaar geleden een kandidaat-lijsttrekker van de PvdA had horen zeggen ,,Ik ga voor ten minste dertig zetels'', zou zijn oren niet geloofd hebben. Nu is het een ambitieuze doelstelling van Jeltje van Nieuwenhoven, de 59-jarige interimaire fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer. Zij deed haar uitspraak gisteren in een interview met de Volkskrant, waarin zij uitlegde waarom zij tot voor kort liever niet wilde kandideren voor het lijsttrekker- en partijleiderschap en nu wèl. In de afgelopen maanden leek het haar slechts te gaan om een rol als tussenpaus. Maar na de val van het kabinet-Balkenende en het zicht op spoedige nieuwe verkiezingen, kreeg zij met het oog op de komende campagne meteen ,,een goed gevoel''. Nu kan men zich afvragen of een rol als tussenpaus wel zó verkeerd is, zeker als het erom gaat de PvdA uit het dal der smarten te helpen leiden waarin zij zich sinds de verkiezingsdreun van 15 mei bevindt. Daarbij komt dat tussenpauzen soms uitgroeien tot grote en onbetwiste partijleiders, zoals dat onder meer gedemonstreerd is in de Duitse CDU. Die koos de oude, door de nazi's vóór de oorlog als burgemeester van Keulen afgezette Konrad Adenauer nipt als haar eerste naoorlogse voorzitter, omdat deze Rijnlander tussen het touwtrekken van de protestantse Noord-Duitsers en de rooms-katholieke Zuid-Duitsers op het oprichtingscongres van de CDU wegens zijn leeftijd niet meer dan een nuttige tussenpaus leek. Dat liep heel anders. Adenauer, geboren in 1876, werd in 1949 kanselier en bleef dat tot 1963, toen hij zich (tegenstribbelend) liet vervangen door Ludwig Erhard.

Kortom: de ene tussenpaus is de andere niet. Bovendien, ze zal het niet zo hebben bedoeld, maar met haar toelichting maakte mevrouw Van Nieuwenhoven van de twee andere kandidaten, de 59-jarige oud-minister Klaas de Vries en de 39-jarige oud-staatssecretaris Wouter Bos, mensen die klaarblijkelijk wel genoegen hadden willen nemen met zo'n rol van tussenpaus. Van haar aanmelding als kandidaat zal De Vries, die niet van plan is zijn werk als paars minister (1998-2002) te verloochenen, trouwens hebben opgekeken. Voor hem was immers een motief om zich naast Bos als kandidaat op te werpen dat de omstreeks 60.000 leden van de PvdA iets te kiezen moesten hebben.

Aan dat vereiste is nu voldaan. Meer nog: het is de vraag of het wel zo wijs is om de leden van de partij een keuze uit drie (of meer) kandidaten aan te bieden in een tijd dat er zacht gezegd enige spanning heerst tussen partijvleugels en generaties over de vernieuwing en de politieke koers die geboden zijn. Opnieuw een voorbeeld uit Duitsland. Daar organiseerde de SPD, zusterpartij van de PvdA, een kleine tien jaar geleden als novum de rechtstreekse verkiezing van een nieuwe voorzitter (annex partijleider) door de leden. Net als nu in de PvdA waren er drie kandidaten: de electoraal populaire Gerhard Schröder, destijds premier van Nedersaksen, Rudolf Scharping, de afgelopen zomer smadelijk afgetreden minister van Defensie, en mevrouw Wieczorek-Zeul (Rote Heidi), de vorige en huidige minister voor Ontwikkelingssamenwerking. De `rechtse' Scharping won vooral doordat Wieczorek, die als derde eindigde, Schröder nogal wat stemmen van vrouwelijke en `linkse' partijleden had ontnomen. Zo kreeg de SPD met Scharping een voorzitter die de meerderheid van de partij eigenlijk niet had gewild en die twee jaar later, na een informeel monsterverbond van Schröder en de Saarlandse premier Oskar Lafontaine, op een SPD-congres weer werd afgezet ten gunste van Lafontaine. Over directe verkiezing door de leden van de partijleider/kanselierskandidaat is sindsdien in de SPD weinig meer vernomen.

Een vergelijkbaar risico dreigt voor de PvdA. Jeltje van Nieuwenhoven, een jaar geleden nog een min of meer neutrale voorzitter van de Tweede Kamer (en op 15 mei nochtans goed voor 233.000 voorkeurstemmen), heeft aangekondigd dat zij wil werken aan een PvdA die ,,met herkenbare standpunten links van het midden'' staat. Dat is, moet je aannemen, niet alleen iets dat veel (jongere) partijleden en weggelopen kiezers willen, maar ook iets nieuws, anders zou zij dat niet zo zeggen. Wat haar betreft zullen GroenLinks en de SP dadelijk dus met een andere, wat meer naar links opgeschoven PvdA te maken krijgen. Het is voor de PvdA te hopen dat zij met het verwerkelijken van deze optie voor de korte termijn zichzelf geen kwaad doet in het midden van de kiezersmarkt, waarop zij als potentiële regeringspartij enige greep moet houden. Bestuurder De Vries daarentegen lijkt niet bereid om de partij te leiden onder het motto: We hebben de afgelopen acht jaar veel verkeerd gedaan en we gaan nu heel veel, zo niet alles, anders doen. Ook Bos ziet zichzelf, ongeacht het voordeel van zijn leeftijd, door de kandidatuur-Van Nieuwenhoven enigszins op het andere been gezet. Hij ruikt als ex-staatssecretaris ook een beetje naar paars, hij is geen vrouw, en het feit dat hij goed kan rekenen en internationale ervaring in het bedrijfsleven heeft, is in een campagne tegen een naar links koersende Van Nieuwenhoven iets minder bruikbaar geworden. Moet hij nu vooral met haar, op de linkerhelft van het speelveld, in de slag of, op de andere helft, met De Vries?

Misschien moeten die drie PvdA-kandidaten overwegen of een van hen zich niet beter kan terugtrekken. Klaas de Vries, wellicht de beste kandidaat maar ook de geringste kanshebber, zou een reden voor zo'n stap kunnen hebben. Gesteld dat hij meer ziet in de ideeën en mogelijkheden van Bos dan in die van Van Nieuwenhoven, en dat vermoeden kan opkomen, dan zou het voor hem een vervelende anticlimax zijn wanneer hij zoveel stemmen ten koste van Bos krijgt, dat de kandidaat met wier opvattingen hij minder opheeft daardoor de nieuwe partijleider wordt.