De paars aangelopen LPF

Hoe geloofwaardig is begrotingsmeester Zalm opeens in de rol van Brutus? Is de alleen in zijn lach zo gulle boekhouder van Paars, zoals afgelopen week van diverse kanten is beweerd, de meesterstrateeg en de `eerbare man' die een dolk in de rug van het kabinet stak, uit electoraal winstbejag?

Het wordt nu gesuggereerd, en wie weet. Misschien is het nog waar ook, maar is het vreemd? Zelfs als Zalm zo'n gehaaide tactiek had, dan nog was hem in de Kamer aan te zien dat hij pure woede moest wegslikken over de labiele toestand waarin de LPF het landsbestuur had gebracht. Het was gewoon genoeg geweest. Maar ja, complottheorieën zijn nu eenmaal het makkelijkste trucje om de tranen tegen te houden en de tegenstander verdacht te maken.

Hoe had het anders gekund? Je moet wel ziende blind zijn geweest om de laatste weken te geloven, zoals de spin doctors van de LPF nu verontwaardigd roepen, dat dit kabinet nog een toekomst had, als er maar even een pitstop gemaakt kon worden om twee nieuwe wielen aan de gehavende wagen te schroeven. De turbokar gierde allang de bocht uit, omdat binnen de op één na grootste coalitiepartner ministers, fractie en partij elkaar in wisselende samenstellingen uitmaakten voor incompetent, corrupt, achterlijk, slecht of gewoon getikt.

Bomhoff, de LPF-minister die het meest ging lijken op Melkert, stelde in zijn afscheidsbrief terecht dat `respect en vertrouwen' fundamenteel moeten zijn in de politiek. Maar daarmee wordt de val van het kabinet alleen maar logischer, hoezeer Mat Herben ook klaagt dat zijn partij is `gepiepeld'. Van vertrouwen was geen sprake meer, laat staan van respect, ook al is Bomhoff dan niet `met belletje en al' het raam uit gekieperd, een actie waartoe collega Heinsbroek naar eigen zeggen sterk de aandrang voelde.

Opvallend is eerder, dat hier een merkwaardige rolverwisseling optrad tussen de oude en nieuwe politiek. Juist de LPF, de nieuwkomer die het uit naam van de moderne burgerij anders zou gaan doen, heeft alle clichés bevestigd over wat er mis was aan de Haagse politiek: bakkeleien en bekvechten over personen, status en macht, met verwaarlozing van de inhoud en minachting voor fatsoen en democratische procedures. Ik zou bijna zeggen, perpetual backstabbing was de paradigmatische ervaring van deze post-paarse politiek (vrij naar een mooi citaat van twee communisten over het postmodernisme). De LPF werd de personificatie van zijn eigen aanklacht, en dat is slecht nieuws voor de democratie. De partij van de opgeschroefde verwachtingen heeft een jammerlijke bijdrage geleverd aan de verdere ontluistering van de politiek.

Is de revolte nu voorbij? Allerminst. De aanval op de `gevestigde orde' gaat door, en niet alleen bij monde van de schrijvende aspirant-elite die inmiddels te veel heeft geïnvesteerd in het Fortuynisme om nog terug te krabbelen. De demissionaire LPF-politici, minister Nawijn voorop, maakten enige tijd de indruk hun staatsrechtelijke val niet eens te willen accepteren, onder het motto: bekijk het maar, het volk wil ons en wij gaan door. Alsof ze waren benoemd in een zakenkabinet en geen rekenschap hoefden af te leggen aan hun fractie, per slot van rekening een ongeregeld zooitje, of aan hun partij, die in de greep lijkt van een particuliere bedrijfstak.

Daarom is het veelzeggend dat Nawijn (die eerder al eens een heldere maar anti-liberale definitie gaf van integratiebeleid: mensen die hier komen, zei hij op Prinsjesdag, moeten `doen wat wij willen') er na zijn pleidooi voor een lijmpoging meteen iets anders bij zei. Nee, hij voelt weinig voor een plaats in de Tweede Kamer, liet hij in Buitenhof weten. Dat instituut is op zichzelf `prima', hij heeft er zelfs `niets op tegen', sprak hij grootmoedig, maar ze praten er wel erg lang. Laat hem nu maar zijn karwei afmaken, gevallen kabinet of niet, dat leek de boodschap. Inmiddels heeft de partij laten weten de keuze van staatshoofd en premier voor een nieuwe uitspraak van de kiezer te zullen `respecteren'. Ja, het moest er nog bij komen dat Nawijn de koningin somméért het kabinet te laten lijmen.

Nawijns partijgenoot Herben gaf in één adem toe dat de fractie er een bende van had gemaakt, en wierp tegen dat die toch altijd loyaal was geweest aan het regeerakkoord en dat unaniem had gesteund. Maar dát was toch precies de kadaverdiscipline die men de oude politiek verweet: de rijen sluiten en niet tegensputteren als de regering spreekt. Maar leden van een fractie zijn geen stemvee dat alleen maar op het aangegeven moment de vingers moet opsteken, ze zijn volksvertegenwoordigers die de plicht hebben hun taak serieus te nemen. Daarvan is bij de LPF-parlementariërs geen sprake geweest omdat men het te druk had met zichzelf.

Laten we ons intussen geen illusies maken. Hoezeer er nu ook krokodillentranen worden geplengd dat hier een `gedachtegoed' is verkwanseld, dit wás de geest van `Pim'. Alle remmen los, en alles ondergeschikt maken aan je eigen gekrenkte ego en persoonlijke machtsdrift. Zo heeft de heetgebakerde `open inrichting' die de LPF was (aldus Ferry Hoogendijk), de schade van acht jaar a-politieke technocratie onder Paars alleen maar vergroot.

Die acht jaar, de bron van onze maatschappelijke onvrede, stonden in het teken van neoliberalisme, privatisering, en een terugtredende overheid. Daar heeft de Nederlandse burger zijn buik meer dan vol van, en dát had Fortuyn met zijn comfortabele combinatie van woede en sentiment goed aangevoeld. Uit onderzoek van het bureau Motivaction blijkt dat niet het probleem van immigratie en integratie het hoogst genoteerd stond op de klachtenlijst van LPF-stemmers, maar de behoefte aan een sterke overheid die actief en normerend optreedt, in plaats van de boel over te laten aan de markt of de tijdgeest.

Fortuyn was allesbehalve de eerste die dit aankaartte (de kritiek op Paars kwam altijd al, en vooral van links) maar hij slaagde er wel in het brandpunt ervan te worden voor kiezers die zich niet als `links' wensen te beschouwen. Voor die grote groep moeten de gevestigde partijen nu opkomen. Juist om duidelijk te maken dat de overheid wèl weer optreedt, maar er niet is om de hardste schreeuwers te belonen. Dat betekent, en dan in de oncomfortabele zin van het woord, een terugkeer van de politiek.

    • Sjoerd de Jong