Woning Mohammed Atta decor voor kunstproject

De vroegere woning van terrorist Mohammed Atta, het vermoedelijke brein achter de aanslagen van 11 september en piloot van het eerste vliegtuig dat in het World Trade Center vloog, wordt einde deze maand decor en onderwerp van een kunstproject.

Vlak na de aanslagen leidde het politieonderzoek en daarmee de aandacht van de media wereldwijd naar een onaanzienlijke driekamerwoning in de Hamburgse wijk Harburg. `Marienstrasse 54' was korte tijd het beroemdste adres in Duitsland.

Zeker is dat Atta daar samen met een aantal vertrouwelingen heeft gewoond, vermoed wordt dat de aanslagen op WTC en Pentagon vanuit de woning zijn voorbereid. Sindsdien is de woning onverhuurbaar en, zeggen de kunstenaars, een symbool voor het kwaad.

Stephan Hoffstadt, Verena Turba en Katrin Glanz, drie jonge kunstenaars uit Berlijn, zullen eind deze maand in de woning een performance organiseren onder de titel Marienstrasse 54 space clearing. Hoffstadt wil dan de vraag centraal stellen of een locatie op zichzelf slecht kan zijn.

In de woning zal Glanz een installatie bouwen die van het appartement een tijdelijk museum maakt. In het trappenhuis zal Turba een tekst over de ervaring van ruimte voordragen. Voor het huis wordt een documentaire getoond waarin inwoners van Harburg over het dagelijks leven in hun wijk vertellen.

De plaatselijke politiek heeft verdeeld gereageerd op het initiatief. Volgens Frank Wiesner, SPD-bestuurder in de wijk Harburg, willen de kunstenaars uit Berlijn slechts profiteren van de bekendheid van de woning.

,,Het zou anders zijn als de actie was voortgekomen uit de lokale bevolking'', aldus Wiesner in het Hamburger Abendblatt. ,,Het is niet bepaald een bijdrage aan het herstel van de rust in de wijk.'' In een persverklaring onderstrepen de kunstenaars dat ze alles wat riekt naar sensatiezucht zullen vermijden.

De voorzitter van de commissie voor culturele zaken van het stadsdeel, Ulrike Schindler, looft het initiatief, omdat volgens haar over het verleden van de woning niet gezwegen mag worden.