Werken aan allersnelste benen

Theo Bos is een veelbelovend talent op de wielerbaan. Vanaf vanavond rijdt hij sprintwedstrijden bij de Zesdaagse in Amsterdam. De kilometer is zijn specialiteit. ,,Ik maak me niet te veel illusies dat ik olympisch kampioen kan worden, maar ik heb nog twee jaar.''

Of Theo Bos in de toekomst een voorbeeldfunctie kan vervullen en het wielrennen op de baan een positieve impuls kan geven? ,,Dat doet hij nu al'', zegt bondscoach Peter Pieters over de sportman uit Hierden die op 19-jarige leeftijd al de snelste baanrenner van Nederland is. ,,Ik zie dat zijn succes jongens van dertien, veertien, vijftien jaar aanspreekt. Bij die jeugdige renners staat hij al op een voetstuk.'' Op zijn zeventiende had Bos al een regenboogtrui om z'n schouders, vorig jaar na de kilometer bij de WK junioren.

Theo Bos was altijd `het jongere broertje van Jan Bos', de schaatser met de fabelachtige techniek, die in 1998 wereldkampioen sprint werd en zowel in Nagano als Salt Lake City olympisch zilver won op de 1.000 meter. Maar steeds meer is hij gewoon Theo Bos en steeds minder `de broer van'. Zijn eigen prestaties op de wielerbaan, tot in landen als Rusland, Mexico, Colombia en China, maken een verwijzing naar Jan steeds vaker overbodig. Misschien komt het nog eens zo ver dat over Jan Bos wordt gesproken als ,,de oudere broer van Theo'', en dat de jongste de oudste van de twee in succes overvleugelt. Waar Jan de rust zelve is en altijd is geweest, wil Theo nog wel eens een opgewonden standje zijn. ,,Voor wedstrijden stond hij altijd op zijn kop op de bank'', zegt zijn moeder.

Olympisch kampioen zijn ze geen van tweeën, maar als Theo zijn progressie op de sprint en de kilometer doorzet, behoort hij in de zomer van 2004 in Athene tot de kanshebbers voor een olympische titel. Zelf doet hij daar wat Hollands bescheiden over. Bondscoach Pieters durft wat verder te gaan: ,,Niks is onmogelijk bij Theo, met die instelling en dat talent.''

In vergelijking met Jan heeft Theo één nadeel. In tegenstelling tot schaatsen is voor baanwielrennen, met uitzondering van het oeuvre van olympisch kampioene Leontien van Moorsel, in Nederland weinig aandacht. Bos merkt het in zijn omgeving. In Noord-Holland, waar zijn vriendin woont, hebben de kranten meer oog voor zijn prestaties dan op de Veluwe, de uitvalsbasis van de familie Bos. ,,Noord-Holland heeft veel meer een baantraditie'', zegt de vader van Theo. ,,Als je in Nederland beroemd wilt worden'', zegt oud-baanrenner Dirk-Jan van Hameren, ,,dan moet je niet gaan baanwielrennen. Toen niet en nog steeds niet. Mijn eigen buren wisten niet eens dat ik fietste!''

Bondscoach Pieters constateert een kentering. Een paar jaar geleden stelde het baanwielrennen bij de mannen helemaal niks voor. Nu doen we internationaal mee, al gaat het met kleine stapjes.'' De vergelijking met de sprint bij het schaatsen ligt voor de hand. Tot zo'n zes jaar geleden deed Nederland niet mee om de medailles. Sindsdien behoren de Nederlandse sprinters tot de wereldtop, met als hoogtepunten de olympische titels op de 1.000 meter van Ids Postma (Nagano 1998) en Gerard van Velde (Salt Lake City 2002).

Bij de WK baanwielrennen afgelopen maand in Denemarken eindigde Bos als zevende op de kilometer, zijn specialiteit. Het verschil met de wereldkampioen, de Brit Chris Hoy, bedroeg nog altijd ruim een seconde (1.01,893 tegen 1.02,959), maar de tijdwinst die Bos heeft behaald sinds hij zich anderhalf jaar geleden op het baanwielrennen toelegde is indrukwekkend. Zo maakte hij Teun Mulder vorig jaar het Nederlands record op de kilometer afhandig. Bos scherpte de snelste tijd op de kilometer aan tot 1.02,594. De tijd van Mulder was 1.03,1. En dan te bedenken dat Dirk-Jan van Hameren als Nederlands snelste kilometerrijder tot voor kort nooit onder de 1.04 was gekomen. Bos vestigde met zijn 1.02,594, ruim een jaar geleden bij wereldbekerwedstrijden in Mexico-Stad, zelfs een juniorenwereldrecord. Hij baalt ervan dat hij dat inmiddels kwijt is geraakt, aan een jongen uit Cuba. ,,Bij het WK werd ik zevende, maar ik wil natuurlijk geen zevende blijven'', zegt Bos over zijn ambitie. Droomt hij van de olympische titel? Te bescheiden: ,,Ik moet eerst de Spelen maar eens halen.'' Pieters heeft daar alle vertrouwen in. ,,Hij heeft iets in zijn kop en dat moet dan gebeuren. En wat-ie zegt doet-ie ook. Als hij geen tegenslagen ondervindt, moet hij op de Spelen kunnen scoren.'' Van Hameren: ,,Ik hoop dat Bos ooit nog eens kan zeggen: `Ik heb de snelste benen van de wereld'.''

Hoewel Bos het van zijn souplesse moet hebben, wil hij nog aan kracht winnen, al heeft hij er geen behoefte aan uit te groeien tot een `stier op wielen' zoals veel van zijn collega's op de baan. Met fitness werkt hij aan de ontwikkeling van zijn lichaam, en goed eten. ,,Aardappels. En veel biefstuk, met pepersaus.'' Zijn opa, tevens buurman, was boer en houdt voor zijn plezier nog wat koeien, die onder meer als smakelijke biefstukken bij de familie Bos op het bord belanden. ,,Dankzij de biefstukken van m'n opa ben ik zevende geworden bij de WK'', zegt Bos met een glimlach.

Nog niet zo lang geleden was Van Hameren in Nederland een eenling op de kilometer. Op de Olympische Spelen van 1992 (Barcelona) en 1996 (Atlanta) kwam hij uit op dat onderdeel, maar in de buurt van de medailes kwam hij niet. Trainingsfaciliteiten waren er toen nog nauwelijks. Wilde hij weer eens op de baan in Sloten terecht, werden daar de voorronden voor de Nederlandse wielerkampioenschappen voor krantenbezorgers gehouden. Meerdere malen moest hij uitwijken naar Het Kuipke in Gent. Bovendien ontbrak het aan andere snelle baanrenners in zijn discipline. ,,Terwijl je elkaar nodig hebt om sneller te worden'', zegt de inmiddels 37-jarige Van Hameren, die na de Zomerspelen van 1996 stopte en zich bij Nike opwerkte tot Global Event Director. Hij woont in de Verenigde Staten en was afgelopen week even in Nederland. Tot zijn spijt moest hij gisteren weer terug naar de VS en kon hij Theo Bos niet in actie zien. Bos kan zich die Spelen van '96 nog wel herinneren. Hij werd destijds door zijn oudere broers naar de tv geroepen toen de laatste renner van start ging op de kilometer, de Australische favoriet Shane Kelly. Bos zag vervolgens hoe Kelly bij de start met een voet uit zijn klikpedaal raakte, waarmee de olympische droom van the minute man uiteenspatte. ,,Ik kon me dat drama toen niet voorstellen'', zegt Bos. Nu wel. ,,Vier jaar ben je dag en nacht bezig met zo'n wedstrijd, en dan gebeurt er zoiets.''

Sinds de wielerdagen van Van Hameren is er in Nederland veel ten goede veranderd. Het velodrome in Amsterdam is overdekt en sinds kort ook verwarmd. Er bestaan plannen voor een wielerbaan in Apeldoorn en in Rotterdam. En nu beschikt bondscoach Pieters over een zestal jongens die elkaar sneller maken.

Theo was een veelbelovende renner op de weg, en vooral tot teleurstelling van zijn vader maakte hij enkele jaren geleden de overstap naar de baan. ,,Sprinten op de baan, dat trekt me het meest aan'', legt Theo uit. ,,Pure wielersport.'' Als de Tour de France ter sprake komt, zegt vader Bos: ,,Ik had hem liever op de weg gezien. Bij de jeugd won hij alles. Dan vind ik het eigenlijk een beetje zonde.'' Als bewijs voor de superioriteit van Theo op de weg worden fotoboeken aangevoerd. Theo met de handen omhoog over de streep, Theo die als tienjarig ventje wordt gezoend door een aanzienlijk oudere rondemiss, Theo tijdens een ereronde in een Golf cabriolet. Ook beelden van zijn eerste wedstrijd, een dikkebandenrace in zijn woonplaats Hierden. Broer Jan had van een oude kinderfiets een heuse tijdritfiets gemaakt. Achterwiel dichtgemaakt met triplex, lage voorvork, stuur achterstevoren: Theo was zijn tijd ver vooruit. Onnodig te vragen wie die wedstrijd in Hierden die dag won.

Het is niet alleen zo dat Jan het ook uitstekend doet als baanwielrenner – waarschijnlijk goed genoeg om bij de Spelen van 2004 in Athene met broer Theo en Mulder aan de start van de teamsprint te verschijnen – Theo is ook een goede schaatser. ,,Wanneer komt hij bij ons in de ploeg?'', liet oud-schaatscoach Ab Krook zich eens ontvallen. Theo mist op het ijs de snelheid van Jan, uiterlijk en schaatshouding zijn vrijwel identiek. Schaatsen doet Theo regelmatig. Het is een goede training is voor zijn inspanningen op de wielerbaan. Zijn persoonlijk record op de 500 meter is 38,3, op de 1.000 1.17.

Als broer Jan als baanrenner aan de Zomerspelen in Athene deelneemt, waarom zou Theo dan niet op het ijs kunnen staan bij de Winterspelen van 2006 in Turijn? Nog één keer citeren we bondscoach Pieters: ,,Bij Theo is niks onmogelijk.''