Weinig corruptie bij politie

Fraude en corruptie komen bij de politie weinig voor. De fouten die politieambtenaren maken hebben vooral betrekking op hun gedrag binnen de eigen organisatie. Dat blijkt uit een onderzoek van het Centrum voor Politiewetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam, dat vrijdag werd gepubliceerd.

In het onderzoek `Integriteitsschendingen Politie' wordt in kaart gebracht welke misdragingen in 1999 en 2000 door de politie zelf intern zijn onderzocht. Integriteitsschendingen – een politieterm voor misdragingen van een politieambtenaar – zijn zeer divers van aard, zegt mr. Margrete van der Steeg, een van de onderzoekers: ,,Het loopt uiteen van seksuele intimidatie binnen het corps tot plichtsverzuim en fraude.''

Aangifte en klachten door burgers hadden vooral betrekking op geweldsgebruik of misdragingen in de privésfeer (dus niet in functie). Melding door de leidinggevende betrof zaken als diefstal en het niet-nakomen van de arbeidsrechtelijke verplichtingen, terwijl melding door een collega vooral ging over ongewenste omgangsvormen, misdragingen in de privésfeer en diefstal. Van het totaal aantal gevallen is zes procent fraude (valsheid in geschrifte), corruptie (aannemen van steekpenningen) en meineed. Het grootste deel van de misdragingen betreft fouten binnen het korps zelf.

Alle politiekorpsen werkten mee aan het onderzoek. Er werden in 1999 en 2000 in totaal 1.569 misdragingen geregistreerd door de interne onderzoekbureaus, waarbij 1.725 politieambtenaren betrokken waren. Op jaarbasis betekent dit dat gemiddeld naar een kleine 1 procent van de politiemensen intern onderzoek is verricht. In de helft van de gevallen (47 procent) had het onderzoek geen gevolg voor de onderzochte ambtenaar, omdat niets verkeerds kon worden vastgesteld.

In de andere helft (53 procent) waren er wel gevolgen. 13 procent werd ontslagen, 19 procent kreeg een disciplinaire maatregel, in 7 procent volgde een strafrechtelijke sanctie en in 23 procent volgde overplaatsing of een schriftelijke waarschuwing. Dit is 0,56 per 100 personeelsleden in de betrokken twee jaar.

Volgens de onderzoekers waren er aanzienlijke verschillen in de afhandeling van de misdragingen tussen de verschillende politiekorpsen, maar wanneer een intern onderzoek eenmaal in gang was gezet, werd het ook serieus afgehandeld.

Uit het onderzoek blijkt dat de korpsen naar vijf typen integriteitsschendingen zelden onderzoek doen, namelijk naar `ongewenste nevenfuncties', `corruptie', `misbruik van onderzoeksmethoden', `giften/kortingen' en `meineed'. Waarom deze gedragingen relatief weinig zijn onderzocht, kan uit de monitorgegevens niet worden opgemaakt. ,,De meest voor de hand liggende verklaring is dat deze vijf schendingen weinig voorkomen'', schrijven de onderzoekers.

De soorten integriteitsschendingen verschillen per korps aanzienlijk. Deze grote verschillen zeggen vooral wat over de aandacht die er per korps voor is, schrijven de onderzoekers.