Vreugde over Ierse uitslag misplaatst

Dit weekeinde stemde de Ierse bevolking vóór het Verdrag van Nice. Maar de Europese Unie is mét Nice net zo min voorbereid op de uitbreiding als zonder, meent Lousewies van der Laan.

Anderhalf jaar geleden stemde de Ierse bevolking in een referendum tegen het Verdrag van Nice. Politici, de Ierse regering voorop, buitelden over elkaar heen om uit te leggen dat de Ieren het allemaal niet begrepen hadden. Daar zat wel iets in, want de tegenlobby had inderdaad onzin verspreid: het Verdrag zou de Ierse neutraliteit opheffen, abortus legaliseren en de Ierse soevereiniteit ondermijnen. Maar of de afwijzing nou met `onderbuikgevoelens' of met de inhoudelijke analyse van Nice te maken had: volgens de Europese regeringsleiders hadden de Ieren het verkeerde antwoord gegeven. Zaterdag deden ze herexamen.

Daarbij stond één argument om het verdrag erdoorheen te drukken centraal: de uitbreiding van de EU die zonder het Verdrag van Nice in gevaar zou komen. Wie gunt de mensen in Oost-Europa nou niet dezelfde vrijheid en welvaart die wij kennen? Juist de Ieren, die jarenlang royaal uit de Europese hoorn des overvloeds mochten eten, kunnen die solidariteit nu toch niet hun arme oosterburen onthouden? Deze keer waren het de voorstanders van Nice die onzin verspreidden: voor de uitbreiding van de EU was dit verdrag helemaal niet nodig.

Juridisch en inhoudelijk hebben Nice en de uitbreiding veel minder met elkaar te maken dan wordt gesuggereerd. De koppeling is slechts een politieke constructie. Voorzover er al punten in Nice staan die van belang zijn voor de uitbreiding, kunnen die ook gewoon worden opgenomen in het toetredingsverdrag. Het gaat hier om de meer wiskundige bepalingen zoals de stemverdeling in de Raad en het aantal leden van het Europees Parlement dat elk land krijgt. De inhoudelijke veranderingen die nodig zijn om de uitbreiding tot een succes te maken hebben de regeringsleiders in Nice niet durven aansnijden.

Ik denk in de eerste plaats aan de hervorming van het geldverslindende en milieuonvriendelijke Europese landbouwbeleid. Europa heeft nog steeds geen noemenswaardig buitenlands beleid en ook justitiële samenwerking komt maar mondjesmaat op gang. Mensenrechten en beginselen van democratie zijn vastgelegd in een politieke verklaring, maar leveren geen rechten op waar de Europeanen hun regeringen direct op kunnen aanspreken. Zeker gezien de problemen met de rechtsstaat van veel kandidaat-landen is dat een belangrijk gemis: eenmaal toegetreden kan een land daar nauwelijks meer op worden aangesproken.

Europa wordt na ratificatie van Nice wat minder democratisch, minder transparant en – zeker in het licht van de uitbreiding – minder slagvaardig. Het Verdrag had Europa klaar moeten maken voor de komst van nieuwe lidstaten, maar is daarin niet geslaagd. Het was eerlijker geweest wanneer de regeringen dat gewoon hadden erkend. Dat zij in plaats daarvan een slecht verdrag erdoor hebben gedrukt is slechts een manier om het gebrek aan visie en leiderschap te maskeren. Bijna had het politieke spel rond Nice de uitbreiding tot gijzelaar van de Ieren gemaakt. Daarmee hebben de regeringsleiders en de Europese Commissie een onnodig en onverantwoord risico genomen.

Eigenlijk hebben de regeringsleiders na de top van Nice hun falen erkend. Zij stelden een conventie in om voor elkaar te krijgen wat henzelf maar niet wilde lukken: het ontwikkelen van een visie op de toekomst van Europa. Of de conventie daar wel in slaagt valt nog te bezien. Ook is het nog de vraag of de regeringsleiders straks alsnog de moed kunnen opbrengen om naar aanleiding van de conventie een lijn naar de toekomst uit te stippelen en die voor te leggen aan de bevolking.

De Ierse bevolking heeft dit weekeinde een unieke kans gemist om echt iets te betekenen voor Europa. Als zij andermaal Nice had afgewezen, had dat een paar duidelijke signalen naar de Europese politici gestuurd. In de eerste plaats het signaal dat burgers serieus genomen moeten worden. Europeanen hebben geen zin meer om na afloop geïnformeerd te worden over besluiten die in de geheime achterkamertjes van Brussel namens hen beklonken zijn. Zij willen er actief bij betrokken worden en het proces kunnen bijsturen waar dat nodig is. Ten tweede moet de kwaliteit van het werk omhoog. Dat Nice een gemankeerd verdrag is, wordt zelfs door de opstellers erkend. Het is niet meer dan een halfbakken compromis van verschillende nationale belangen.

Europa zou meer moeten eisen van haar leiders: een duidelijke visie, praktisch uitgewerkt in een helder verdrag. Europese verdragen worden gesloten door middel van koehandel achter gesloten deuren. Dat is een moeizaam proces van compromissen sluiten dat vaak tot in de nacht duurt. Geen regering of parlement durft daarna nog het resultaat te blokkeren, ook als dat onvoldoende is of zelfs een stap achteruit betekent. Als we niet willen dat dit de manier is waarop onze regeringsleiders met Europa omgaan, is het cruciaal dat iemand op de rem gaat staan. De Ieren hadden die kans, maar hun is wijsgemaakt dat zij ondankbaar zouden zijn en de uitbreiding zouden tegenhouden. Er ligt nu een groot gevaar op de loer: politici in de EU en in de kandidaat-landen halen opgelucht adem en gaan over tot de orde van de dag. Ze kunnen concluderen dat de bevolking uiteindelijk alles slikt, ook als het evident niet deugt.

Bovendien liggen de problemen die Nice had moeten oplossen nog op tafel. Het achterstallig onderhoud dat nu even is verdoezeld moet alsnog worden weggewerkt. Want alleen met echte hervorming kunnen we mensen, in oost en west, een Europa bieden waarbij zij zich daadwerkelijk betrokken kunnen voelen.

Lousewies van der Laan maakt namens D66 deel uit van de liberale fractie in het Europees Parlement.