Verrassende meesterwerken uit privé-bezit

Tentoonstellingen van kunstwerken die louter afkomstig zijn uit particuliere collecties, maken altijd nieuwsgierig. Zulke verzamelingen zijn vaak niet of slechts summier gecatalogiseerd en daarom is de kans groot er werken aan te treffen die nog niet eerder zijn geëxposeerd, of zelfs maar zijn beschreven in de kunsthistorische literatuur. Zeker bij tekeningen, die doorgaans jaloers door hun eigenaars worden gekoesterd in mappen en dozen, kun je je nauwelijks een idee vormen van wat er allemaal op de meest onverwachte plaatsen wordt bewaard. De tentoonstelling van tekeningen uit Belgische privécollecties, die nu is te zien in de Rotterdamse Kunsthal licht een mooie tip van die sluier op.

Met bijna 130 Europese tekeningen uit de vijftiende tot de achttiende eeuw, is de expositie inhoudelijk een samenraapsel. Een veelheid aan stijlen en thema's overvalt de bezoeker, van snelle schetsen en figuurstudies tot modellen voor composities en uitgewerkte bladen als zelfstandige kunstwerken, en van mythologische helden en bijbelse scènes tot landschappen en dierportretten. Het enige houvast is de herkomst van de werken, die zijn ingedeeld in de vier afdelingen Zuidelijke Nederlanden, Noordelijke Nederlanden, Italië en Frankrijk.

Daarmee zijn de belangrijkste scholen van tekenkunst in het Europa van renaissance en barok vertegenwoordigd. De Vlaamse vijftiende eeuw levert een buitengewone tekening van Hugo van der Goes op; een ingetogen en liefdevol uitgewerkte scène van de bewening van de dode Christus die de kunstenaar heeft gebruikt voor de compositie van een inmiddels verloren gegaan schilderij. De specialismen van de Hollandse Gouden Eeuw komen tot uiting in een boerenscène van Isack van Ostade en een landschap van Allart van Everdingen. Uit Italië komen zestiende-eeuwse figuurstudies, zoals de meesterlijke krijttekening die Michelangelo maakte voor een Steniging van de heilige Stefanus, maar ook een hoogst uitzonderlijk klein blad met een poëtisch landschap dat wordt beschouwd als één van de twee tekeningen die nog bekend zijn van de Venetiaanse schilder Giorgione da Castelfranco. En met Poussin en Watteau hebben ook enkele helden van de Franse tekenkunst van de zeventiende en achttiende eeuw een plaats in de tentoonstelling.

Maar zo representatief is de selectie ook weer niet, en dat maakt de verrassing des te aangenamer. Een koel-classicistisch landschap met een triomfboog zoals Isaac de Moucheron dat in 1736 vastlegde in een nauwgezet gedetailleerde en gekleurde aquarel, is iets heel anders dan je verwacht van een Noord-Nederlandse landschapsweergave. En tussen de heroïsche naakten van Italiaanse kunstenaars, valt een dynamische, in nerveuze lijnen en wassingen vormgegeven scène van de Heilige familie met engelen op, een van de weinige compositiestudies die nog bekend zijn van de achttiende-eeuwse Venetiaan Giovanni Antonio Pellegrini.

De kwaliteit van veel van al die nog relatief of zelfs geheel onbekende tekeningen, die zijn samengebracht door de Belgische Association des amis du dessin, weegt ruimschoots op tegen het gebrek aan samenhang in de expositie. Voor de auteurs van de catalogus moet het beschrijven van zo'n verzameling tekeningen een gelegenheid zijn geweest om de vingers bij af te likken. Het lijvige boek, dat sommige tekeningen al te haastig behandelt, biedt voor andere bladen voor het eerst een serieuze beschrijving, waardoor ze worden ontrukt aan de vergetelheid van de particuliere collectie.

Tentoonstelling: Van Michelangelo tot Rubens, verborgen meestertekeningen uit Belgisch particulier bezit. Kunsthal Rotterdam. T/m 8/12. Catalogus (Engelstalig uitg. Ludion): geb., 280 blz., €49,50. Inl. 010-4400301; www.kunsthal.nl

    • Bram de Klerck