Van nette jongen tot gespierd fenomeen

Rob de Nijs (59) viert deze week zijn veertigjarig zangersjubileum met twee Carré-concerten en een box met drie cd's en een dvd.

Het jubileumconcert van Rob de Nijs, dat morgenavond wordt gehouden in theater Carré in Amsterdam, zou aanvankelijk eenmalig zijn. Maar het was al zo snel uitverkocht, dat er prompt een extra avond (woensdag) aan kon worden toegevoegd. De zanger is, veertig jaar na zijn eerste grammofoonplaatje, nog onverminderd populair. Onder het motto 40 jaar hits wordt hij tijdens het concert vergezeld door Margriet Eshuijs, Maarten Peters, zijn oude kompaan Johnny Lion en wellicht ook door prinses Christina, op wier recente cd hij twee duetten zingt.

En dan te bedenken dat zijn eerste platencontract bijna op een mislukking uitliep.

Met zijn begeleidingsgroep The Lords – uitgedost met capes en hoge hoeden – won Rob de Nijs op 23 juni 1962 de talentenjacht Tuk op talent van de platenmaatschappij Phonogram en het meisjesblad Romance. ,,Stijl, stem en uitstraling van de zanger hebben wat de Amerikanen it noemen,'' schreef de deskundige Skip Voogd in het juryrapport. De prijs bestond uit een contract voor drie platen, waarvoor de negentienjarige zanger en zijn begeleiders in totaal 150 gulden zouden ontvangen. Het nieuwe talent kwam onder de hoede van producer Jack Bulterman, een vijftiger die carrière had gemaakt als trompettist en arrangeur bij het dansorkest The Ramblers en nu tot taak had tienersterren als Willeke Alberti en Anneke Grönloh ook voor een ouder publiek acceptabel te maken. Het was, achteraf bezien, de laatste geslaagde poging van de gevestigde orde om de jongerenmuziek te kneden naar de bestaande normen. Daarna nam de opkomende muziekgeneratie het heft zelf in handen.

Bulterman zocht voor zijn sterretjes meestal een buitenlandse hit waarop hij een Nederlandse tekst liet maken. Een firma als Phonogram was toen nog machtig genoeg om ervoor te zorgen dat de originele platen voorlopig op de Nederlandse markt niet te koop zouden zijn. Op zijn eerste plaatje zong Rob de Nijs zodoende De liefste die ik ken, een vertaling van Point of no return van Gerry Goffin en Carole King. Dat werd geen hit. Evenmin als het tweede plaatje, dat Linda heette. Als ook het derde zou floppen, zou het contract niet worden verlengd. Maar het derde was Ritme van de regen, met een arrangement dat Bulterman nauwkeurig kopieerde van de Cascades-hit Rhythm of the rain.

Op de drie cd's en de dvd (met ruim drie uur mooi gemonteerd beeldmateriaal) ontbreekt helaas De Nijs' eerste nummer, waarmee hij destijds zijn tv-debuut maakte in de Rudi Carrell-show. Op de dvd staat gelukkig wel het tweede, uit een AVRO-jongerenprogramma van 1962. We zien een ietwat ongelukkig in zijn vel stekende jongeman, bij een bedaagd ogend combootje van Joop Stokkermans. Op een suffig, naar country riekend deuntje zingt hij: ,,Linda, je weet toch hoe veel `k van je hou.'' En hij lijkt wel dertig. Duidelijk is dat Bulterman zo gauw mogelijk een overbeschaafde vocalist van hem wilde maken, die misschien wel veel jonge-meisjesharten zou doen smelten, maar toch vooral in de traditie van de dansorkestzangers moest passen.

De dvd laat nog meer opnamen uit die tijd zien. Ritme van de regen natuurlijk, waarin de zanger ietwat slungelig het studiovloertje opliep en, op advies van zijn tekstdichter Gerrit den Braber, met één been een denkbeeldig steentje wegschopte – quasi-nonchalant, maar zeer bestudeerd. Wie deze beelden vergelijkt met de gespierde zanger van nu, begrijpt pas goed waarom Rob de Nijs halverwege de jaren zestig zo drastisch uit de gratie raakte. Wat zijn platenmaatschappij in die begintijd van hem wilde maken, werd door de nieuwe popmuziek in één klap weggevaagd. Terwijl hij niet de kans had gekregen zijn eigen muzikale smaak te volgen. Hij probeerde nog wel met de tijd mee te gaan – zie de opzettelijk smoezelige kraakpand-beelden bij het hip bedoelde nummer Bye bye Mrs. Turple – maar de gedaanteverwisseling was veel te groot. Het publiek kon er niet in geloven.

Pas een jaar of tien later wist Rob de Nijs uit een diep dal op te krabbelen, via de tv-serie Oebele, een paar rockmusicals en het cabaretgroepje van Sieto Hoving. In een tv-interview met een ravissante Sonja Barend (anno 1973, ook op de dvd) houdt hij dapper vol, dat het nu weer wat beter met hem gaat. Maar terecht zegt de presentatrice dan: ,,Je kijkt er zo droevig bij.'' Kort daarna kwamen echter de grote hits Malle Babbe en Jan Klaassen de trompetter, geschreven door zijn generatiegenoten Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot, en het nog grotere succes Zet een kaars voor je raam vannacht. Vanaf dat moment kon hij zich losmaken van de platenproducenten en zijn eigen baas worden.

Sindsdien is er maar één die bepaalt wat Rob de Nijs zingt: hij zelf. Mede dankzij zijn geloof in de teksten van zijn vrouw Belinda Meuldijk, is hij allengs zijn eigen genre geworden, ergens tussen pop en kleinkunst in.

Hoewel hij tijdens zijn theaterconcerten veel energieker en ruiger is dan op de televisie, vertoont de dvd vooral fragmenten uit tv-programma's. Maar zo'n compilatie is alleen al bezienswaardig door de opeenvolging van modes: van de onwennige smoking uit de oertijd tot de talloze variaties in aankleding, die De Nijs in de jaren zeventig, tachtig en negentig liet zien. En inmiddels lijkt hij ook aan de gebruikelijke leeftijdsgrenzen ontstegen. Eind dit jaar wordt hij zestig, maar niet voor niets is ook een fragment opgenomen uit een Vlaams tv-interview uit 1998, waarin hij zegt: ,,Ik zou er rustig nog tien, twintig mee door kunnen gaan.''

Jubileumconcerten in Carré, Amsterdam: 22 en 23/10, inl. (0900) 2525255. Rob de Nijs: 40 jaar hits (3cdset+dvd). EMI 7243 5417220 5

    • Henk van Gelder