Plundering en strijd in Congo

De plundering van de Congolese natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamantmijnen, door buitenlandse troepen gaat ondanks de in juli gesloten vredesakkoorden, onverminderd door. Dat meldt een commissie van de Verenigde Naties.

Volgens de commissie hebben Rwanda, Oeganda en Zimbabwe weliswaar hun troepen uit Congo teruggetrokken, maar zijn elite-eenheden nog aanwezig. Die eenheden zouden er ,,verscheidene criminele bezigheden, waaronder diefstal en smokkel'' op na houden. Diamanten zouden van de Congolese hoofdstad Kinshasa worden gesmokkeld naar Dubai en daar worden verkocht.

De Rwandese president, Paul Kagame, beschuldigde zijn Congolese collega Joseph Kabila er zaterdag van het vredesakkoord te schenden. Volgens Kagame heeft Rwanda al zijn troepen teruggetrokken, maar heeft Congo de Rwandese Hutu-rebellen niet ontwapend, zoals is overeengekomen.

Ook beschuldigt Kagame de Congolese regering ervan Mai Mai-milities opdracht te hebben gegeven de strategisch belangrijke grensstad Uvira te veroveren. De Mai Mai vielen vorige week de stad binnen. Rwandese troepen trokken zaterdag opnieuw de grens over om rebellen van de Rally voor Congolese Democratie (RCD) te steunen bij hun poging de Mai Mai te verdrijven. Dat zou volgens de RCD gisteren zijn gelukt.

Kagame noemde de actie van de Mai Mai ,,een onmiskenbare schending van het vredesakkoord''. ,,Kinshasa steunt de milities bij hun poging onze voormalige posities in te nemen en als de situatie erger wordt, zullen we niet achterover blijven zitten'', aldus de president.

De nieuwe gevechten dreigen de vooruitgang in het vredesproces te verstoren. Congo sloot in juli een aantal vredesakkoorden met zijn buurlanden om een einde te maken aan een vier jaar durende oorlog. Op het hoogtepunt van de strijd bevonden zich zes buitenlandse legers op Congolese bodem. Rwanda, Oeganda en Burundi steunden verschillende rebellenorganisaties die de toenmalige president Laurent Kabila wilden verdrijven. Rwanda verdacht Kabila van steun aan Hutu-milities die in 1994 een poging deden de Tutsi-minderheid in Rwanda te vermoorden. Zimbabwe, Angola en Namibië vochten aan regeringskant.