Parijs stelt privatisering Air France voorlopig uit

De Franse regering heeft de deze zomer aangekondigde privatisering van de nationale luchtvaartmaatschappij Air France uitgesteld. Minister van Financiën Francis Mer sprak dit weekeinde op de radio van een uitstel van ,,zes maanden tot een jaar''. De reden is ,,de toestand met Irak''. De minister zei zich niet te kunnen voorstellen dat de luchtvaart `op korte termijn als een bijzonder aantrekkelijke beursbelegging wordt beschouwd.''

De Franse staat bezit 54,4 procent van de aandelen Air France. De bedoeling is dat het overheidsaandeel wordt teruggedrongen tot onder de 20 procent. De beurswaarde van Air France wordt geschat op rond de drie miljard euro. De privatisering zou één miljard euro moeten opleveren. Bij de aankondiging van de privatisering, deze zomer, zei Mer al dat rekening gehouden zou worden met de ,,omstandigheden op de markt''. Op papier is de operatie zo goed als rond. De Raad van State buigt zich nu over het decreet, dat daarna wordt besproken in de Assemblée.

Air France behoort momenteel tot de rendabelste luchtvaartmaatschappijen ter wereld. In het verleden heeft de Franse overheid AF menigmaal uit de brand geholpen. Zo ontving het bedrijf in 1994 nog 3,5 miljard euro overheidssteun. De privatisering is vooral bedoeld om AF allianties met andere maatschappijen te kunnen laten sluiten. Voor het behoud van de bestaande landingsrechten is het wel nodig dat een meerderheidsbelang in Franse handen blijft.

In hetzelfde radio-interview zei Mer, die eerder van strenge bezuinigingen sprak, niet uit te sluiten dat de economische groei volgend jaar 3 procent zal bedragen. Ook dit hing volgens hem af van de `Iraakse gebeurtenissen'. Mers begroting gaat uit van een door veel deskundigen onwaarschijnlijk geachte groei van 2,5 procent.

De Franse overheid is meerderheidsaandeelhouder van zeven andere bedrijven die deel uitmaken van de Cac40, de index van de Parijse beurs die bepaald wordt door de belangrijkste veertig bedrijven.