Noord-Korea en Irak: allebei slecht maar toch anders

Waarom heeft de regering-Bush zo omzichtig gereageerd op de Noord-Koreaanse bekentenis dat het in strijd met alle afspraken – kernwapens is blijven ontwikkelen en is zij juist zo hard tegen Irak?

Het Noordkoreaanse nieuws moest wachten op het Irakese. Twaalf dagen lang zweeg de Amerikaanse regering over de erkenning van Noord-Korea dat het kernwapens ontwikkelt. Al op 4 oktober, tijdens een bezoek van de Amerikaanse gezant James Kelly aan Pyongyang, hadden de Noord-Koreaanse gastheren openhartig toegegeven dat de Amerikaanse aanwijzingen over hervatting van het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma klopten. Pas nadat het Congres vorige week een Irak-resolutie had aangenomen werd Pyongyangs zondeval woensdagavond in de openbaarheid gebracht.

In het Congres is daar enige onvrede over ontstaan. Zelfs een paar uur voordat enkele journalisten op de hoogte werden gebracht van de Noordkoreaanse bekentenis repte minister van Defensie Rumsfeld in een vertrouwelijke briefing aan senatoren met geen woord over Noord-Korea.

,,Deze wolk van geheimzinnigheid doet de vraag rijzen welke andere elementen van de puzzel senatoren niet kennen'', zei een vooraanstaande senaatsmedewerker zaterdag tegen The Washington Post. Even anonieme regeringswoordvoerders ontkenden dat het nieuws was opgehouden om te voorkomen dat in het Congres diegenen aan steun wonnen die zeiden: waarom nu Irak aanvallen, er zijn wel gevaarlijker kernmachten?

De verrassende bekentenis uit Pyongyang zou in het Irak-debat in het Congres zeker koren op de molen zijn geweest van de sceptici die vinden dat de Verenigde Staten eerst de oorlog tegen het terrorisme moeten afmaken voordat aan een Irak-avontuur wordt begonnen. Hoe meer fronten in de strijd tegen proliferatie van kernwapens, des te minder aandacht voor het snel oplevende terrorisme van Al-Qaeda & co.

Volgens het Witte Huis heeft men het nieuws echter met vertraging bekend gemaakt omdat men langs diplomatieke weg de reacties van Zuid-Korea en Japan wilde peilen. Die twee landen zijn nauw betrokken bij het akkoord dat in 1994 door president Clinton werd gesloten nadat de crisis over het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma bijna tot oorlog had geleid. Volgens dat akkoord ziet Noord-Korea af van ontwikkeling van kernwapens in ruil voor olieleveranties en steun bij de bouw van alternatieve licht-waterreactoren.

De bekendmaking dat Noord-Korea zich niet houdt aan die afspraken, via achtergrondbriefings aan enkele Amerikaanse media, was nogal geheimzinnig. Ook vrijdag en zaterdag liet de Amerikaanse regering zich in gematigde termen uit over Noord-Korea's verraad van het Clinton-akkoord. Wel olie krijgen en niet ophouden met kernwapens ontwikkelen. Washington gebruikt gespierde taal voor mindere vergrijpen.

De terughoudendheid verraste des te meer omdat de regering-Bush bij haar aantreden in 2001 de dialoog met Noord-Korea bruusk afkapte, die even daarvoor nog door Clinton nieuw leven was ingeblazen, met als hoogtepunt in oktober 2000 het bezoek van minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, aan Pyongyang. Bush c.s. zagen niets in die toenadering. Begin dit jaar plaatste de president Noord-Korea, mét Irak en Iran in het drieluik van de `As van het Kwaad'. Nu dit wantrouwen gerechtvaardigd blijkt, had men kunnen reageren met `zeiden we het niet?'

Maar ook dat binnenhalen van het eigen gelijk bleef achterwege. `We zoeken medewerking van Japan, Zuid-Korea, China en Rusland om Noord-Korea collectief onder druk te zetten', fluisterden diplomaten. Tot gisteren. Toen besloot het Witte Huis in de aanval te gaan. Alle zondagse politieke praatprogramma's konden hun uitgenodigde gasten afzeggen. Minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, en veiligheidsadviseur Condoleezza Rice waren in de aanbieding. Zij bevestigden wat de vaste souffleurs van de regering-Bush al in het jongste nummer van The Weekly Standard schreven: ,,Beide regimes zijn onverbeterlijk slecht. [..] Het verschil is dat het gerechtvaardigd en doenlijk is Saddam Hussein met militaire middelen te verwijderen. Dat kan helaas niet met enige mate van zekerheid worden gezegd van Kim Jong Il.''

In meer diplomatieke bewoordingen herhaalden de twee hoogste buitenland-adviseurs van president Bush dat het Noord-Koreaanse gevaar vraagt om een andere reactie dan Irak. De heersers in Pyongyang zijn uit op overleven; zij willen zich met kernwapens beschermen tegen gevaar van buitenaf. Met dat streven hebben zij hun gegeven woord gebroken en de facto het akkoord van '94 verbroken.Het Witte Huis ging tot verbale actie over omdat men kennelijk wilde voorkomen dat de voorzichtig gespeelde Korea-kaart de militante vastberadenheid inzake Irak zou aantasten. Per slot moet de VN-Veiligheidsraad nog bevallen van een Irak-resolutie. Verwarring over de helderheid van Bush' strategie zou ook binnenlands-politieke schade kunnen opleveren bij de tussentijdse verkiezingen van 5 november.

Nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice zei gisteren op de Amerikaanse tv dat beide situaties ,,gevaarlijk, maar onvergelijkbaar'' zijn: ,,Noord-Korea wordt afgeschrikt door 37.000 man Amerikaanse troepen [in Zuid-Korea] en een sterk bondgenootschap [van de VS] met Zuid-Korea. Dat heeft vijftig jaar de vrede bewaard.'' In Irak ontbreekt zo'n machtsbalans. Rice: ,,We hebben alles geprobeerd''.

Met andere woorden: `Saddam Hussein is bereid gebleken chemische en biologische wapens te gebruiken. Hij is een groter en directer gevaar voor de regio en de rest van de wereld.' Die redenering laat twee andere overwegingen ongenoemd. Eén: de vraag of Amerika twee grootscheepse militaire operaties tegen ver uit elkaar wonende dictaturen met nucleaire ambities kan uitvoeren. Twee: Noord-Korea heeft geen olie. Ook dat verschil kan de zeer uiteenlopende actiebereidheid verklaren.

Ondanks die duidelijkheid komt in het geval-Irak steeds vaker de vraag op of Bush als de VN-Veiligheidsraad hem niet de resolutie geeft die hij nodig acht uiteindelijk toch eenzijdig tot actie overgaat tegen Bagdad. De laatste dagen wordt openlijker gespeculeerd over het scenario dat Bush zo ver het VN-pad is afgewandeld dat hij zich geen solo meer kan veroorloven, en dus bij tijdelijke meegaandheid van Saddam Hussein gedwongen wordt maanden of jaren van oorlog af te zien. Constructieve critici in eigen land raden de president aan na te denken over wat hij dan kan doen om zijn doel vast te houden.

Wat het doel precies is, lijkt ook te schuiven. Over regime change wordt al een tijdje niet meer gerept. Minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, was gisteren vrij duidelijk: het gaat om verwijdering van massavernietigingswapens uit Irak. Implicatie: als Saddam verandert, hoeft zijn regime niet weg. Dat is geen formulering waar de haviken in Washington van smullen, maar niets wijst er op dat Powell zich roekeloos losrijdt van het Witte Huis.

Ondanks het publicitaire bluswerk van gisteren is de focus op die ene oorlog tegen Irak iets minder scherp geworden. President Bush heeft de afgelopen dagen in zijn vele verkiezingstoespraken Noord-Korea genegeerd. Hij bleef bij zijn boodschap dat Saddam levensgevaarlijk is en dat met hem acuut moet worden afgerekend. Zonder de oorlog tegen het terrorisme te vergeten. Die boodschap leek al ingewikkeld genoeg.

    • Marc Chavannes