Koppel pensioen en levensverwachting

De houdbaarheid van het pensioenstelsel vereist betere spreiding van de risico's. Een omschakeling van eindloon- naar middenloonsystemen is geboden, vindt A.L. Bovenberg.

Pensioenfondsen staan onder zware druk door het leeglopen van de zeepbel op de beurs. We zullen eraan moeten wennen dat pensioenfondsen kwetsbaar zijn voor de nukken van de financiële markten. Door de vergrijzing groeit het leger gepensioneerden en daalt op termijn het aantal werkende deelnemers. Dit versmalt de premiegrondslag ten opzichte van de pensioenverplichtingen en maakt pensioenfondsen afhankelijker van het rendement op beleggingen. Daarnaast beleggen pensioenfondsen meer in aandelen omdat ze de ambitie hebben pensioenen te indexeren. Hiervoor zijn de hoge gemiddelde rendementen van aandelen nodig. Maar als gevolg van deze hoge rendementsambities lopen de fondsen ook meer risico: `there is no such thing as a free lunch'.

Afspraken over hoe die risico's gedeeld worden door de belanghebbenden (werkgevers, werknemers en gepensioneerden) winnen hierdoor aan belang. Door spelregels omtrent risicodeling vroegtijdig te expliciteren in zakelijke contracten worden kostbare conflicten voorkomen. Zo moet preciezer worden vastgelegd wanneer pensioenuitkeringen (niet meer) worden geïndexeerd. Dan wordt duidelijk wat pensioenfondsen nu eigenlijk beloven aan hun deelnemers. Expliciete spelregels voor risicodeling helpen ook om verplichtingen goed te kunnen waarderen zodat de toezichthou

der, de fiscus en de andere belanghebbenden kunnen beoordelen of de aanwezige reserves zowel toereikend als noodzakelijk zijn. Ook meer transparante verslaggeving met zoveel mogelijk objectieve, marktconforme waarderingen is daarvoor noodzakelijk.

De geloofwaardigheid van goede afspraken rondom risicodeling staat of valt met een goed beheer van pensioenfondsen. Het collectieve beheer van grote kapitalen vereist uiterste zorgvuldigheid. Op dit punt valt het nodige te verbeteren.

In de eerste plaats dient, zoals de raad van commissarissen toezicht houdt op de directie van ondernemingen, een deskundige onafhankelijke raad toezicht te houden op de directie van de instelling die de pensioenregeling uitvoert. Deze scheiding van bestuur en toezicht disciplineert de uitvoerder van de regeling, geeft het pensioenfondsbestuur een eenduidige rol en stimuleert een transparante verantwoording aan alle belanghebbenden.

Verder dienen de partijen die het meeste risico lopen bij een slecht beheer goed vertegenwoordigd te zijn in de raad van toezicht. Nu steeds meer risico's bij gepensioneerden komen te liggen, dienen hun belangen relatief zwaar te wegen. Gepensioneerden zijn bovendien buitengewoon kwetsbaar omdat ze hun menselijk kapitaal al afgeschreven hebben en daarom risico's moeilijk kunnen opvangen. Een goede representatie van de belangen van senioren komt de geloofwaardigheid van de beloofde pensioenvoorzieningen ten goede en is daarmee ook in het belang van jongere werknemers. Ook zij hopen immers ooit van hun pensioen hopen te genieten.

De toenemende risico's waaraan pensioenfondsen blootstaan vereisen een verbreding van het risicodraagvlak. Dit kan worden bereikt door de lasten en lusten van zowel het opschorten van indexering van uitkeringen als het verhogen van de premies eerlijker over werkende en gepensioneerde generaties te verdelen. Gepensioneerden delen in het risico van hogere pensioenpremies door de pensioenuitkeringen te koppelen aan de contractlonen exclusief het werknemersdeel van de pensioenpremie (een soort netto-nettokoppeling dus). Verder moeten de indexeringstoezeggingen van niet alleen gepensioneerden, maar ook de huidige werkenden voorwaardelijk gemaakt worden. Dit vereist een omschakeling van eindloon- naar middenloonsystemen. Dit is ook gewenst omdat het pensioenfondsen minder kwetsbaar maakt voor loonstijgingen als gevolg van een mede door de vergrijzing krappere arbeidsmarkt.

Voorwaardelijke pensioentoezeggingen voor werkenden verschuiven risico's van de gepensioneerden naar de nog actieve, vooral oudere, werknemers. Deze laatste groep kan risico's opvangen door langer door te blijven werken, eventueel in deeltijd. Uitstel van de pensioendatum is een krachtig instrument om risico's te absorberen: er wordt een jaar langer premie betaald terwijl het duurste pensioenjaar niet meer hoeft te worden uitbetaald.

Het risico van een langere levensverwachting kan mede daarom het beste worden opgevangen door de pensioenleeftijd, inclusief de spilleeftijd voor de fiscale facilitering van pensioenbesparingen, te koppelen aan de gemiddelde levensverwachting. Op die manier kunnen werknemers al vroeg inspelen op een langer arbeidzaam leven door hun menselijk kapitaal beter te onderhouden. Dit komt ook een betere verdeling van arbeid over de levenscyclus ten goede, waarbij het spitsuur van het leven (de gezinsfase waarin kinderen moeten worden opgevoed) wordt ontlast. Naast de drie bekende pijlers van AOW, arbeidspensioenen en lijfrenten, dient het arbeidsinkomen van ouderen een vierde pijler te worden onder een robuuste oudedagsvoorziening. Alleen zo wordt voorkomen dat (loon)inflatie als gevolg van arbeidschaarste de waarde van de pensioenreserves uitholt. Ons pensioenkapitaal zal alleen renderen als ons land over voldoende menselijk kapitaal beschikt.

Onze pensioenfondsen zijn een groot goed. Ze moeten daarom verder geprofessionaliseerd worden met heldere afspraken over risicodeling en professioneel bestuur en toezicht, waarbij ook de belangen van ouderen gewaarborgd zijn. Verbreding van het risicodraagvlak is urgent om het draagvlak voor goede pensioenvoorzieningen bij alle belanghebbenden (inclusief werkgevers en werknemers) te behouden. Verder dient ons land verder op twee benen te lopen: niet alleen beleggen in aandelen, maar ook in menselijk kapitaal zodat ouderen langer kunnen blijven deelnemen aan het arbeidsproces. In de afgelopen twintig jaar hebben vrouwen massaal de arbeidsmarkt betreden. De komende twintig jaar zijn ouderen aan de beurt. Als de beurscrisis deze broodnodige veranderingen op gang brengt, hoeven we niet te treuren om het verlies van de AEX.

Prof.dr. A.L. Bovenberg is directeur van het Center for Economic Research

(CentER) en hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg.