Iers ja...

Wat zou er zijn gebeurd als de Ieren zich afgelopen zaterdag in hun referendum over Europa hadden uitgesproken tegen het Verdrag van Nice? En als Nederland had volhard in zijn confronterende lijn: een veto over de toetreding van tien nieuwe lidstaten als de landbouwhervormingen niet worden aangepakt? Het zou tot veel beroering hebben geleid bij politici en tot vertraging in het Europese eenwordingsproces – maar het had de uitbreiding niet tegengehouden. Die gaat, grote rampen daargelaten, door. De onvermijdelijkheid ervan staat vast, omdat niet-uitbreiden geen alternatief is maar een recept voor politieke instabiliteit, conflicten en economisch verval. Zelfs de grootste eurosceptici hebben daarvan op z'n minst een vage notie.

De Ieren zeiden `ja' en Nederland bond in. Een zucht van verlichting weerklinkt. Waarmee niet gezegd is dat nu alle problemen de wereld uit zijn. In ieder land van de Europese Unie bestaat in meer of mindere mate een diep wantrouwen jegens de nieuwkomers, jegens de bureaucraten in `Brussel', jegens Europa als het nieuwe vaderland. Ierland heeft uitzonderlijk geprofiteerd van de Europese subsidiepotten, en toch stemde het vorig jaar in een referendum tegen het Verdrag van Nice. Het zou een gotspe zijn geweest als dat nu weer was gebeurd, maar klagen over het gebrek aan Ierse solidariteit met de Europese medeburger is schijnheilig. Landen als Ierland en Denemarken, die bij referendum aan hun burgers vragen hoe zij over Europa denken, geven het ongenoegen een stem – en niet alleen dat over Brussel. De uitkomst kan dan wel eens tegenvallen, maar dat maakt dromers wakker en houdt politici scherp.

Dit keer is het goed gegaan. Het belang van het Ierse `ja' is groot. Het bepaalt de toon van de onderhandelingen die deze week in Brussel beginnen over de financiering van de uitbreiding. En het vergroot de kans op een succesvolle top in Kopenhagen, waar de politieke leiders van de EU onder Deens voorzitterschap op 12 en 13 december de uitbreidingsplannen met waarnemers uit de kandidaat-lidstaten kunnen beklinken. Toch is het goed te bedenken dat het ook nu weer kantjeboord is geweest. De Ierse opkomst was minder dan vijftig procent. Reden tot zelfvoldaanheid is er niet. Politici hebben hun kiezers nog veel uit te leggen. Over nut, noodzaak en risico's van de EU-vergroting, over de precieze betekenis van het Verdrag van Nice, over waarom het belangrijk is dat het landbouwbeleid wordt hervormd, over de Europese Conventie die werkt aan een democratischer Europa en over het nieuwe EU-verdrag, dat in werking moet treden vanaf 2004, het jaar waarin de nieuwkomers feitelijk aan tafel zitten. Het Ierse `ja' zegt niets over de achterdocht en de apathie bij velen in hun relatie tot de Europese Unie, in Ierland en daarbuiten. Zolang er een voedingsbodem is van onbegrip en misverstand over Europa, zullen er nationalisten, xenofoben en anti-Europeanen zijn die daar misbruik van maken.

Een proeve hiervan was de afgelopen maanden in Nederland waarneembaar. Het feit dat het demissionaire kabinet vrijdag liet weten dat het de uitbreiding niet met een veto blokkeert, zal zijn uitwerking hebben, maar zegt weinig over de toekomst. Het is verkiezingstijd; alles ligt weer open. Los daarvan is er reparatiewerk nodig. De Nederlandse onderhandelingspositie over Europa is door onhandigheid en onervarenheid verkwanseld. Het spel van geven en nemen kan weer van voren af aan beginnen. Dit keer gaarne met meer prudentie en diplomatieke visie.