Gitarist Frisell is een meester in de uitgestelde climax

Voor liefhebbers van eigenzinnige gitaristen is de oktoberprogrammering van het BIMhuis er eentje om de vingers bij af te likken. Vorige week vrijdag stond de Belgische snarenkietelaar Philip Catherine er op de planken, een dag later was het de beurt aan de New Yorkse avantgardist Arto Lindsay. En afgelopen zaterdag volgde de hoofdprijs in de vorm van een optreden van Bill Frisell, een gebeurtenis waarvoor het publiek al anderhalf uur voor aanvang buiten in de rij stond.

Frisell dankt zijn populariteit aan een twee decennia omvattende carrière waarin hij vrijwel geen enkel genre onbeproefd liet. Hij speelde in het roemruchte Naked City-ensemble van John Zorn, begeleidde Marianne Faithfull en duelleerde met collega-gitarist John Scofield. Als leider van zijn eigen bands slalomde hij tussen powerrock, country en jazz. Het meest typerend zijn Frisells pogingen om als een Charles Ives van de jazz het genre te injecteren met volkse deuntjes en blue grass uit het Amerikaanse achterland. Het gebruik van effecten - Frisell was een van de eerste jazzgitaristen met oog voor elektronica - levert een karakteristiek melancholisch geluid op vol huilerige akkoorden en afbuigende klanken.

Dat supersferische geluid komt het beste tot zijn recht in een kleine bezetting, zoals op Frisells laatste cd The Willies en in mindere mate zijn recente trioplaat met Elvin Jones en Dave Holland. Voor het BIMhuis-optreden was een sextet aangekondigd. Er stonden uiteindelijk vijf muzikanten op het podium, maar een drietal had ook volstaan. Violiste Jenny Scheinman wist af en toe heel mooi de melodielijntjes van de leider te dubbelen, maar stond het merendeel van de tijd werkeloos te wachten tot er een gaatje viel. En als zij dan mocht soleren, ging dat wat stijfjes. Ook van percussionist Sidiki Camara was de toegevoegde waarde twijfelachtig. Niets wat hij deed werd niet ook al, en vaak beter, gedaan door drummer Kenny Wollesen.

Dat neemt niet weg dat het basistrio, met naast Frisell en Wollesen Tony Scherr op bas, soms tot heel bijzondere dingen kwam. Het begin van ieder nummer leek welhaast toevallig. Alsof er uit de fragmentarische geluidsflarden plotseling een vastomlijnd idee stolde, dat zich daarna ontspon met devanzelfsprekende logica van een duizend jaar oud volksliedje. Frisell toonde zich een meester in het eindeloos uitstellen van de climax. Dat gaf het optreden een ingetogen karakter en maakte het soms zo cerebraal dat werd gebalanceerd op de rand van de saaiheid. Maar gelukkig draaide de meester ook af en toe de scheurknoppen wijd open en ragde hij er ouderwets doortastend op los. Het had alleen wel wat vaker mogen koken.

Concert: Bill Frisell. Gehoord: 19/10 BIMhuis, Amsterdam. Radio 4: 26/11 en 3/12, 19 uur.