Een intieme formule

Het is opmerkelijk dat de bijzetting van prins Claus, een geheel geregisseerde en uit vormen en vormelijkheden bestaande plechtigheid, toch door veel mensen als `opvallend persoonlijk' werd gezien. Dat persoonlijke zat hem in kleine dingen in het zichtbare verdriet, in de zoon die zijn moeders hand vastgreep, en vooral in een paar zinnen uit de overdenking van Huub Oosterhuis. Die zinnen over het huwelijk, over het bij elkaar horen. `Daar was mijn plaats, naast haar.' En: `Ik hoor bij hen.' Het was heel goed dat Oosterhuis die uitspraken aanhaalde, want die maakten voor een ogenblik dat er niet zozeer een prins als wel een echtgenoot en een vader werd bijgezet. En dat die zinnen zo goed op hun plaats terechtkwamen, dat was weer te danken aan de vorm.

Over het algemeen is men geneigd vormen als beklemmend en beperkend op te vatten we hebben het de afgelopen maanden ook in de politiek heel goed kunnen zien. De gebruikelijke mores, de parlementaire taal, ze werden aan de kant geschoven om het eens helemaal volgens eigen vrij inzicht aan te pakken, om gewoon maar `ophoepelen!' en `dikke lul!' tegen elkaar te roepen. Weg met die beklemmende, `oude' manier van doen, met dat vastgeroeste praten in keurige volzinnen, met het idee dat je niet gewoon begint te roepen dat iemand gek is, dat je niet omdat je hoog gestegen bent ineens als een verwend kind in alles je zin kunt krijgen, dat je je hebt te gedragen, dat je je positie waard moet zijn in plaats van de positie aan te passen aan het eigen erbarmelijke niveau. Vormen weg, alles weg.

Bij een uitvaart, en zeker zo een als deze, staat veel vast. We voeren zoveel mogelijk rituele handelingen uit, kijken zwijgend naar het aankomen van de kist, laten die voorgaan, volgen die, volvoeren het ritueel dat afscheid nemen heet, dragen de kist naar de laatste plaats waar hij ooit zal staan en moeten dan weg gaan, het leven weer in. Het zijn zelfopgelegde beperkingen, we laten ons niet maar wat gaan, doen niet wat in ons hoofd opkomt, we doen het `zoals het hoort' en dat heeft niet met een soort burgermansfatsoen te maken maar met de beste manier van doen. Binnen die strakke omlijsting hier ook nog ingebed in de oude taal van de kerk waarin gevraagd kan worden `geef ons vrede', zelfs als er daarjuist nog gezegd is dat de overledene, en wie weet ook de aanwezigen, niet zo heel precies zouden weten wie ons dan vrede moet geven kunnen een paar persoonlijke zinnen veel meer effect sorteren dan als ze zomaar, in een vloed van woorden, tranen en koffie, opgehaald worden. Ze krijgen hun betekenis dankzij het tijdstip, de plaats, het moment. Dankzij de vorm.

In de week voor de bijzetting werden op menige zender beelden van het huwelijk van Beatrix en Claus vertoond, en in het tv-programma Andere tijden was zelfs het eerste interview na hun verloving te zien. Terug naar hoe het begon met die twee, met een dolverliefde, stralende Beatrix en een beetje verlegen, angstig kijkende Claus. Je zag ze ook later, met hun kleine kinderen en nog weer later met al grote slungels bij zich. Een heel leven. Dat hele leven dat gemaakt had dat Claus op het laatst kon zeggen dat hij erbij hoorde.

We weten er natuurlijk niets van, van niemands huwelijk weet je het fijne, al schrijven sommige mensen erover alsof ze erbij geweest zijn. Maar wat iedereen wel weet, van zichzelf, familie, vrienden, is dat een leven lang is. Dat wat zo verliefd en overgegeven begon, niet zo gebleven is. Ik dacht aan wat Jens Christian Grøndahl schreef in zijn prachtige boek Stilte in oktober, over hoe de dagelijksheid het huwelijk min of meer overneemt. Al dat regelen, al dat zorgen voor al die kleinigheden, de bloedneuzen, de vergaderingen, de voetballen, het halen en brengen, de ongelukjes, de ruzies, de afwas, de regen in de vakantie, het voorleesboek. ,,Tijdens de eerste vele jaren was hij door blijven groeien, die drukke, chaotische, meerstemmige wereld, tot hij alle ruimte in beslag nam. Hij breidde zich tussen ons uit met al zijn maatregelen, zijn planning en al zijn routines. We stonden elk aan een kant van onze nieuwe wereld, en gedurende lange periodes konden we alleen maar wuiven en gebaren naar elkaar door het lawaai en de drukte heen.'' Hoe het leven het huwelijk uitslijt en opeet als je niet oplet.

Jaren geleden kwam de oude Van Oorschot eens bij ons thuis op bezoek. Wij waren nog maar pas bij elkaar. Hij schoot in de rol van wijze man die ons wat zou leren over het huwelijk. En wat hij zei was dit: verlies de vormen niet uit het oog. Vergeet niet bij elkaar aan te kloppen, vergeet niet dingen te vragen in plaats van ze als vanzelfsprekend aan te nemen, vergeet niet dat je twee verschillende mensen bent. Hij wilde daar wel érg ver in gaan, maar au fond had hij gelijk. Zelfs in het huwelijk, of misschien juist in het huwelijk, is verlies van omgangsvormen een gevaar. Hoe meer alles maar gewoon gaat, hoe meer men elkaar, al gewoon doende, uit het oog verliest. Er moet tijd genomen worden voor de echte gesprekken, de echte vragen, voor de verleiding en de intimiteit niets komt zomaar vanzelf.

Soms lijkt me het slot van de Odyssee, de terugkeer van Odysseus, de uitbeelding van dat alles. Nadat hij twintig jaar zijn eigen leven geleid heeft, en zij, Penelope, twintig jaar het hare, herkennen ze elkaar niet echt. Ze doen beleefd en afstandelijk. Zij dwingt hem tot het uitspreken van iets dat alleen zij twee weten, een geheim, een intieme formule. Dan pas, na deze nieuwe bezegeling, zijn ze weer man en vrouw. Al die tijd zijn ze elkaar, in een bepaald opzicht, wel trouw gebleven, tóch zijn ze uit elkaar geraakt. En dat overwinnen ze.

Zulke dingen moeten in elk huwelijk wel gebeuren. Ze mislukken vaak, want we dwingen elkaar niet altijd op het juiste moment tot het uitspreken van het wachtwoord, tot de terugkeer naar de mooie plechtige beloftes. Soms wil men die ook vergeten. Maar als het is goed gegaan, dan klinken aan het eind die woorden: `mijn plaats was naast haar'. Dat is verdrietig, maar het is ook het mooiste wat er is. En dan staat iemand onder een grote hoed te huilen om wat er niet meer is. Vervolgens maakt zij de voorgeschreven passen en de oude gebaren en dan gaat het rommelige leven weer verder. Gedragen door de vorm.