De engel van de nacht

Net als zwanen zingen popmusici hun bijzonderste lied kort voor hun dood. In een serie over te vroeg gedoofde sterren vandaag Ronnie Van Zant en Steve Gaines, de gangmakers van de rockgroep Lynyrd Skynyrd, die gisteren precies 25 jaar geleden bij een vliegtuigongeluk gehalveerd werd.

De stafkaart van de popmuziek is bezaaid met neergestorte vliegtuigen. Je zou wensen dat Amerikaanse artiesten wat vaker de auto in plaats van het vliegtuig namen. Niet alleen Otis Redding zou dan nog van een welverdiende oude dag genieten, ook Buddy Holly, Ritchie Valens en Patsy Cline; terwijl de meestergitarist Stevie Ray Vaughan nog best de hitparade zou kunnen halen via een crossover-duet met de r&b-ster Aaliyah.

En Ronnie Van Zant en Steve Gaines, de zanger en de belangrijkste gitarist van de bluesrockgroep Lynyrd Skynyrd? Zij zouden waarschijnlijk bezig zijn aan hun zoveelste tournee door het Diepe Zuiden van de Verenigde Staten. Want live kwamen deze giganten van de `Southern rock' het best tot hun recht. Het toeren was hun leven, en het werd hun dood: toen ze op 20 oktober 1977 met de rest van de band in een gehuurd vliegtuigje van South Carolina naar Louisiana vlogen, stortten ze neer in een moeras bij Gillsburg Mississippi. Van Zant, Gaines, zijn zingende zusje Cassie en de tourmanager waren op slag dood; de vier andere leden van de band overleefden het ongeluk met zware verwondingen.

In Nederland was de bijna-halvering van Lynyrd Skynyrd marginaal nieuws, gemangeld als het werd tussen de RAF-moord op de Duitse werkgeversvoorzitter Hans Martin Schleyer en de langste kabinetsformatie uit de parlementaire geschiedenis. De langharige rockers, die het liefst zongen over het goede leven in Dixieland, hadden nooit een hit gehad in de Nederlandse Top-40, en de gemiddelde popfan was meer geïnteresseerd in symfonische groepen als Queen en E.L.O. Alleen het liedje `Sweet Home Alabama' was hard op weg een arbeidsvitamien te worden; omdat het zo lekker klonk over de autoradio, en ook omdat het een direct antwoord was op het anti-zuidelijke nummer `Alabama' van de veel bekendere Neil Young.

In Amerika daarentegen, en vooral in het Zuiden, was de `Skynyrd crash' een nationale ramp. De groep, die in 1973 met het vreemd getitelde [Pronounced Leh-nerd Skin-nerd] was gedebuteerd, werd gezien als het vlaggenschip van de zuidelijke bluesrock. Niet dat ze veel concurrentie hadden, want met de pioniers van het genre, de Allman Brothers Band, was het al eerder slecht afgelopen. Na twee studioalbums en een live-album dat ruim baan gaf aan de solo's van de leadgitaristen, had de leider van de band, Duane Allman, zich op 29 oktober 1971 met zijn motor te pletter gereden. Iets meer dan een jaar later kreeg de bassist eenzelfde ongeluk, aldus ten overvloede de voordelen van het autoverkeer onderstrepend.

De klap van 20 oktober 1977 kwam des te harder aan doordat de band uit Jacksonville, Florida drie dagen tevoren z'n beste plaat had uitgebracht: het stevig rockende Street Survivors, waarop zowel de ruige stem van Van Zant als het jazzy gitaarspel van Gaines op hun hoogtepunt waren. De acht nummers waren volgens de critici een meer dan waardig afscheid van de zeven jaar oude groep. Maar de voorspelbare run op de platenwinkels na het ongeluk werd vervolgens gestuit door de distributeur MCA, die vond dat er eerst een nieuwe hoes voor Street Survivors moest worden gedrukt; op de oude stonden de leden van de band te midden van manshoge steekvlammen.

De ironische titel van het album en het hellevuur op de hoes waren niet de enige (onbedoelde) verwijzingen naar de dood op Street Survivors. Beide verongelukte muzikanten hadden een song bijgedragen met een tekst die afweek van het `je-loog-tegen-mij-' en `we-zuipen-onszelf-te-pletter'-repertoire. Steve Gaines schreef voor het slot van de plaat `Ain't No Good Life', een stevige blues die begon met de deprimerende zinnen `Ain't no good life / Not the one that I lead' en die uitliep op de dubbelzinnige uitspraak `I'm gonna get myself together / I'm gonna try a dyin' attempt'.

Kunnen we Gaines' teksten nog afdoen als een kwestie van toeval, het refrein van Ronnie Van Zants bijdrage aan Street Survivors is omineuzer. In `That Smell', ogenschijnlijk de waarschuwing van een ex-junkie voor de ellende die drugs kunnen veroorzaken, zingt hij voortdurend `Can't you smell that smell / Oooh that smell / The smell of death surrounds you', terwijl hij het tweede couplet begint met de angstaanjagende regel `Angel of darkness is upon you'.

Voor de fans van Lynyrd Skynyrd, die bij beluistering van deze woorden wisten wat er met hun helden gebeurd was, moet dit geklonken hebben als een doodsreutel avant-la-lettre. Voor de doorgewinterde zwanenzangen-watcher is het een bekend verschijnsel. Plotseling weggerukte popmuzikanten zingen maar al te vaak in hun laatste nummer bedekt over de dood. Neem Hank Williams, die ten tijde van zijn dood door drank en slijtage hoog in de Amerikaanse hitparade stond met `I'll Never Get Out Of This World Alive'. Of Eddie Cochran, van wie meteen na zijn dood de nieuwe single `Three Steps To Heaven' werd uitgebracht. Of Sid Vicious, die niet lang voor zijn overdosis nog een versie van `My Way' had gezongen.

Koketteren met hellevuur, zingen over de engel van de nacht, en dan ook nog het vliegtuig nemen – wat Lynyrd Skynyrd deed was de goden verzoeken. En wie bij de goden solliciteert, moet niet vreemd opkijken wanneer hij vroeg tot hen wordt genomen.

Op www.nrc.nl/dossiers zijn de eerdere afleveringen van de serie Zwanenzangen te lezen, over onder anderen Jim Croce, Janis Joplin en Jacques Brel.