Zalms norm

Er is een prachtig verhaal van de man die droomt dat hij de beste cijferslotkraker van de wereld is. Op een dag wordt hij gebeld door Argentijnse maffiosi die een enorme brandkast gestolen hebben maar 'm niet open krijgen. De man pakt een schone onderbroek, een tandenborstel en een stethoscoop in zijn attaché-koffertje en neemt het vliegtuig naar Buenos Aires. Daar treft hij twaalf zwaarbezonnebrilde gleufhoeden aan, verenigd rond de brandkast. Ze maken plaats. De man opent zijn koffertje, haalt de stethoscoop eruit, doodse stilte, klik, klik, klik, het zweet gutst de Argentijnen van het voorhoofd, nogmaals klik, klik, klik en de brandkast springt open. Meteen daarop storten alle aanwezigen zich op de inhoud – alleen de cijferslotkraker niet die, `tot uw dienst, heren', zijn koffertje dichtdoet en de bus neemt terug naar het vliegveld.

De ultieme triomf van de vakman.

Zo ongeveer heeft Gerrit Zalm het kabinet-Balkenende gemaakt, gedragen en gebroken. Even opzij, dames en heren slechteriken met uw van machtlust bloeddoorlopen ruzie-ogen. Zonder mij bent u niets! Klik, klik, klik en ziedaar: een kabinet. Nogmaals klik, klik, klik en jawel: geen kabinet meer.

Er is een ander verhaal, dit keer van de zojuist vertrokken voormalige lijsttrekker Ad Melkert. Volgens dat verhaal heeft een beetje politicus vier, misschien wel vijf jaar nodig om het vak te leren. En dan nog is aanleg een vereiste. Het gaat er niet om wat je vindt en of je dat hard genoeg van de daken kunt schreeuwen. Het gaat erom wat je bereikt en dat is in de politiek een kwestie van indekking, van een juiste inschatting van het krachtenveld, van timing.

In mei van dit jaar heeft een horde nieuwkomers het Binnenhof veroverd. Ze veronderstelden dat je – in den beginne was Pims Woord – maar hoefde te zeggen wat je dacht of er zou gebeuren wat je zei. Politiek een vak? Ja, onder de kaasstolp. Maar niet met onze nieuwe frisse wind! Wij hebben het volksgelijk aan onze zijde! Pims gedachtegoed! Al die bloemen op zijn witte lijkauto!

Armzalige scharrelaars. Bedroevende amateurs. Allemaal knock out in een hoek van de ring. Over het hoofd gezien dat politiek wel degelijk een vak is. En dat aan het Binnenhof moraliteit en volksgelijk niet tellen. Net zo min als gedachten omtrent goed of kwaad. De fysicus heeft geen moreel oordeel over de loop der elektronen. De mathematicus onderwerpt zijn berekeningen niet aan de vraag naar goed of kwaad. Zo heeft ook de politicus te handelen naar de normen van zijn vak. Of beter: naar de enige norm die daarin werkelijk telt. Wie heeft het uiteindelijk voor het zeggen?

Onbetrouwbaar, vals, gemeen – dat zijn termen uit een andere wereld, uit de wereld van de goedgelovige amateurs en de begerige ego's. Moraal is iets voor de schlemiel die het vak niet beheerst. Over goed en kwaad begint de loser die zijn verlies niet kan verkroppen.

Daar heeft Gerrit Zalm geen last van. Hij beheerst nu al een jaar lang het Haagse toneel omdat hij consequent handelt naar de normen van zijn vak.

Gerrit Zalm was de eerste politicus die, begin dit jaar, Pim Fortuyn ronduit een gevaarlijk man noemde: precies op tijd om de PvdA in stemmental voor te blijven.

Hij was ook de eerste om, na de verkiezingen, te liegen dat hij absoluut geen zin had aan samenwerking met een partij die het resultaat van zijn ministersjaren `een puinhoop' noemde: vanaf dat moment was zijn uitgangspositie om het toch te doen onnoemelijk veel sterker dan waar hij met zijn armzalig zeteltal op mocht hopen.

Tijdens de onderhandelingen stelde hij ruimhartig een geestverwant beschikbaar aan de onbegrensde amateur Mat Herben. En terwijl Balkenende droomde van fatsoen en van het bordes, had Zalm de handen vrij om het akkoord te schrijven, inclusief de passages die hij aan Mat Herben toeschoof – ,,hier jongen, neem dat nou, dan heb jij ook wat.''

Natuurlijk ging hij niet zelf in zijn eigen labiele kabinet zitten: hij begreep maar al te goed dat hij alleen als fractievoorzitter-buitenstaander de vrije toegang had tot de noodknop.

En toen het uur daar was bediende hij die weergaloos. Hij wachtte geduldig op het ogenblik dat zeven Fortuyn-bewindslieden twee andere Fortuyn-ministers als een baksteen lieten vallen en dat Fortuyns fractie zich unaniem achter dezelfde oen Herben schaarde die ze kort daarvoor nog onbekwaam vond. En toen ze daar naar adem snakkend op apegapen lagen en om genade smeekten, toen drukte Gerrit Zalm, klik, klik, klik, op de knop.

Weg kabinet. Weg Lijst Fortuyn.

,,Ja maar'', sputterde Balkenende nog, ,,ik heb ze toch beloofd om....''

,,Niks mee te maken, Jan Peter'', zei Zalm, ,,we leven toevallig wel in een duaal stelsel.''

,,Ja maar'', zeikzeurde Herben, ,,mij is toch beloofd om...''

,,Niks mee te maken, Mat'', zei Zalm andermaal. ,,Niet door mij.''

Heinsbroek schreeuwde moord en brand dat het hier om een schandelijk staaltje oude politiek ging. Herben huilde dat het hier van een complot sprake was. Maar hoe harder ze schreeuwden en huilden, des te duidelijker lieten ze zien wie ze waren: ergerniswekkende amateurs die zich op moraal en op goed en kwaad beroepen.

Vijf maanden slechts heeft de vakpoliticus nodig gehad om met de amateurs af te rekenen. Ze monkelen, ze denken aan obstructie, ze doen verongelijkt. Maar in hun hart zullen ze het toe moeten geven. Pims gedachtegoed heeft geen schijn van kans gemaakt tegen Zalms norm.

Gerard van Westerloo is freelance journalist.

    • Gerard van Westerloo