WOORDVOERDER ZIJN VAN DE KLEINTJES

Hanja Maij-Weggen (58), CDA, zit vanaf 1994 in het Europees Parlement.

,,Als de groep groter wordt, neemt je individuele invloed proportioneel af. Maar dat geldt ook voor grote landen. Nu is de klacht vaak dat vijf grote landen te veel invloed hebben: Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië. Maar de meeste nieuwe lidstaten zijn klein, en al die kleintjes gaan zich straks steviger weren tegen deze dominantie. Polen, de enige grote nieuwkomer, leunt tegen Duitsland aan. Dat is gunstig voor Nederland: wij zijn het vaak met Duitsland eens.

,,Nu al kijken kleine landen vaak naar Nederland om hun belangen te verwoorden. Wij zijn loyaal aan hun belangen, we hebben expertise. Zo zit ik in de Conventie in een werkgroep met vertegenwoordigers van alle grote landen. Zij waren er als de kippen bij om een plaats op te eisen. Er was één plaats over voor de kleine landen. En men vroeg mij. Den Haag heeft dat niet genoeg in de gaten. Op de Top van Laken, afgelopen december, hebben we zomaar zes europarlementariërs ingeleverd. We houden straks dus 25 parlementariërs over. Ik denk dat we met 28 veel beter uit de voeten hadden gekund.

,,Steeds meer kleinere landen bundelen de krachten, zoals de Scandinaviërs. Die hebben nauwe banden met de Baltische landen. Zo moet Nederland zich inspannen om de Benelux beter te laten functioneren. Door de uitbreiding kán de Nederlandse invloed in Europa afnemen, maar het is de kunst van dit nadeel een voordeel te maken.''