Volwaardig interim-kabinet is de beste optie

Op de website Regering.nl stond gisteren de mededeling dat koningin Beatrix aanstaande maandag begint met de consultaties over de situatie die is ontstaan na het aftreden van het kabinet. Zij zal eerst de demissionaire minister-president ontvangen en daarna de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de vice-president van de Raad van State. Dan volgt een opvallende zin: `De consultaties zijn bedoeld om vast te stellen op welke manier een nieuw kabinet kan worden gevormd.'

De zin roept vragen op: Is er dan sprake van een kabinetsformatie? Er komen toch nieuwe verkiezingen? Even opvallend is dat de zin ontbreekt in de mededeling van het Kabinet der Koningin van 17 oktober, 19.15 uur, waarin de consultaties worden aangekondigd. De mysterieuze zin is een goed aanknopingspunt om de mogelijke oplossingen van de kabinetscrisis op een rij te zetten.

Mogelijkheid 1: het kabinet wordt gelijmd, zonder dat er nieuwe verkiezingen komen. Hilbrand Nawijn, de lijsttrekker in spe van de LPF, wil dat. Gelet op alle perikelen met de LPF is het niet waarschijnlijk dat de fracties van CDA en VVD daarvoor zullen voelen.

Mogelijkheid 2: na de consultaties geeft de koningin opdracht een kabinet te vormen zonder dat er verkiezingen plaatsvinden. Voor het laatst is dit gebeurd in 1965. Zonder nieuwe verkiezingen werd het kabinet-Marijnen (KVP, ARP, CHU en VVD) vervangen door het kabinet-Cals (KVP, PvdA, ARP). Daarna heeft een tussentijdse wisseling van partners nooit meer plaatsgevonden, en het is ook nu zeer onwaarschijnlijk.

Een, meer reële, derde optie is dat de overgebleven twaalf ministers demissionair blijven en de verantwoordelijkheid nemen voor Kamerontbinding en nieuwe verkiezingen.

Tenslotte zouden de ministers de ontslagaanvragen kunnen intrekken en tot de verkiezingen als interim-kabinet kunnen optreden.

Wat heeft de voorkeur? Er wordt vaak gezegd dat het niet zoveel uitmaakt of een kabinet tot aan de verkiezingen demissionair is of niet. Ik zie dat anders. Een demissionair kabinet kan al datgene blijven verrichten wat het in het belang van het koninkrijk noodzakelijk acht. Dat is veel meer dan alleen lopende zaken. Maar een demissionair kabinet verkeert wel in een zwakke positie tegenover het parlement. De Tweede Kamer kan onderwerpen controversieel verklaren en weigeren ze te behandelen. Het kabinet kan de Kamer niet meer onder druk zetten door te dreigen met aftreden. De Kamer kan het kabinet niet meer naar huis sturen, want het is al afgetreden. Overigens is niet uitgesloten dat de Kamer afzonderlijke ministers tot aftreden noopt, zoals gebeurde met Hirsch Ballin en Van Thijn in mei 1994.

Als we kijken naar de belangrijke beslissingen die moeten worden genomen, valt veel te zeggen voor een volwaardig interim-kabinet. Denk aan de uitbreiding van de Europese Unie, de Nederlandse leiding van de vredesmacht in Afghanistan en de situatie in Irak. Verder moet voorkomen worden dat er gaten worden geschoten in de begroting voor 2003.

Of er een volwaardig interim-kabinet komt hangt af van de fracties van CDA, VVD en LPF. CDA en VVD zullen niet de indruk willen wekken dat de crisis niet nodig was. Die indruk hoeft niet te ontstaan, want de meeste kiezers zullen begrijpen dat het geduld met de LPF op was en dat nieuwe verkiezingen noodzakelijk zijn.

Ook als fracties nieuwe eisen gaan stellen aan de vorming van een interim-kabinet kan men er beter van af zien. Dan zijn we zo een paar weken verder en duurt de onzekerheid voort. Nee, als de drie fracties het landsbelang willen dienen moet het in een paar dagen duidelijk zijn of de ploeg van Balkenende verder kan als interim-kabinet.

Na de consultatie van haar vaste adviseurs zal blijken of het nog nodig is dat de koningin de fractievoorzitters in de Tweede Kamer raadpleegt. Het is heel goed dat de vice-president van de Raad van State gisteren het nodige voorwerk heeft gedaan door overleg met fractievoorzitters te voeren. Dat kan de taak van de koningin verlichten na het verlies van haar man. Op basis van de adviezen zal hopelijk duidelijk zijn of het kabinet als interim-kabinet kan optreden en wanneer de nieuwe verkiezingen zullen plaatsvinden. Dat laatste moet de regering bepalen in het besluit tot Kamerontbinding.

In hun eerste reacties wilden de meeste fractievoorzitters snel nieuwe verkiezingen houden. Vervolgens bleek dat ook nieuwkomers een kans moeten krijgen hun naam te laten registreren bij de Kiesraad. Zij hebben die gelegenheid tot 43 dagen voor de dag van de kandidaatsteling. Als hen een week de tijd wordt gegeven zich te melden zitten we op maandag 28 oktober. 43 dagen daarna, 10 december, is dan de dag van de kandidaatstelling. 43 dagen daarna, op 22 januari 2003, zou dan de verkiezingsdatum kunnen zijn.

Het is mogelijk om de vervroegde Kamerverkiezingen te combineren met de Provinciale-Statenverkiezingen van 11 maart 2003. Daarvoor pleit dat de kiezers dan niet tweemaal naar de stembus hoeven. Een nadeel is dat de onzekerheid zou voortduren. Alleen als het kabinet-Balkenende als een volwaardig interim-kabinet kan doorgaan valt aan een combinatie van beide verkiezingen te denken.

Prof. mr. A.K. Koekkoek is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg.

    • Alis Koekkoek