Tegen een polarisatie van het persoonlijke en het politieke

Het debat over normen en waarden in het multiculturele Nederland van nu scherpt het denken over individu en samenleving. Volgens Gerard Drosterij is het onnodig scheppen van tegenstellingen echter uit den boze. Derde deel van een serie reacties op eerdere artikelen van Paul Scheffer, Paul de Beer en Jola Jakson en Dorien Pessers.

In een discussie over normen en waarden, waarbij het gaat om de bepaling van de gewenste verhouding tussen burger en overheid, is het van groot belang de verschillende sferen in de samenleving goed te onderscheiden en niet onnodig te polariseren. Zoals het niet moet, laat Dorien Pessers zien in de bewerking van haar oratie (NRC Handelsblad, 5/6 oktober).

Ten eerste zet Pessers het persoonlijke en het politieke domein lijnrecht tegenover elkaar, en ten tweede heeft zij geen oog voor andere maatschappelijke domeinen.

In de behandeling van haar stelling, de tirannisering van het publieke door het persoonlijke, gebruikt Pessers de tegenstellingen `persoonlijk/politiek', `privé/publiek' en `persoonlijk/publiek' willekeurig. Het is evenwel belangrijk deze begrippen uit elkaar te halen en vervolgens het begrippentrio `persoonlijk', `privaat' en `publiek' tot uitgangspunt te nemen. Het politieke krijgt hierbij een overkoepelende betekenis, namelijk als de organisatie van de verhouding tussen het persoonlijke, het private en het publieke. Gerust kan men spreken van een trias politica in tweede zin.

De burger laveert in zijn dagelijks leven niet louter tussen het persoonlijke en het publieke. Hij bevindt zich meestal in de persoonlijke én in de private sfeer. In de persoonlijke sfeer is de burger zichzelf met zijn particuliere gevoelens en gedachten (ervaringen). Zonder communicatie zijn deze persoonlijke ervaringen voor anderen onbereikbaar. Deze communicatie vindt plaats in de private sfeer: de sfeer van de sociale verbanden die de burger onderhoudt.

Dus voordat de burger vanuit zijn persoonlijke sfeer de publieke sfeer betreedt, vindt hij de private sfeer op zijn weg. Het vergt weer een volgende stap om vanuit het private het publieke te betreden. In de publieke sfeer worden zowel de persoonlijke als de private ervaringen van de burger onderdeel van een algemene discussie.

Het publieke is dus niet hetzelfde als het politieke, want niet alle algemene discussies gaan over de inrichting van de samenleving. De essentie van de publieke sfeer is, dat de burger met anderen zijn ervaringen op een algemeen niveau bespreekt en deelt, om te kijken waar de overeenkomsten liggen. Literatuur en kunst zijn in de publieke sfeer ook gespreksonderwerpen, en vanzelfsprekend niet per se politiek. Daarom: het proces van vergelijkende veralgemenisering van ervaringen in de publieke sfeer wordt pas politiek wanneer hierbij alle domeinen betrokken worden.

Om de verhouding tussen persoonlijk, privaat en publiek te beoordelen moet ten eerste gekeken worden naar het handelen van de burger in die domeinen. Dat handelen staat in relatie tot de verschillende maatschappelijke rollen die hij bekleedt. Een arts is niet zo maar een publiek figuur, omdat hij blootstaat aan openbaarheid. Hij opereert in principe in de private sfeer van het ziekenhuis, waar zijn verantwoordelijkheid ligt. Pas wanneer hij, bijvoorbeeld in een artikel of lezing, zijn ervaringen uitwisselt met anderen, als bijdrage aan de groei van medische kennis, kan van de arts in een publieke rol worden gesproken.

Een andere mogelijkheid is evenwel, dat de arts in zijn private hoedanigheid als ziekenhuisarts in aanraking komt met zijn persoonlijke sfeer. Zo kunnen gewetensbezwaren obstakels vormen voor de uitoefening van zijn professie.

Ten tweede speelt bij het organiseren van het persoonlijke, het private en het publieke de staat een cruciale rol. Als opsteller, uitvoerder en handhaver van de wet zou het goed zijn als de staat de morele zelfredzaamheid van de burger, zoals beoefend in de private sfeer, als beginsel neemt.

De private sfeer is de broedkamer van de publieke moraal. Daar komt de burger in aanraking met zijn sociale verantwoordelijkheden in relatie tot zijn persoonlijke doelstellingen. Hierin probeert hij een balans te vinden. In de publieke sfeer wordt het zoeken naar deze balans op een algemeen niveau besproken.

De publieke sfeer is daarmee de technische sleutel tot wetgeving. Terughoudendheid is hierbij het devies. Momenteel is echter het tegenovergestelde aan de gang. Er is een waar offensief aan de gang om de burger te heropvoeden. De staat dringt tal van terreinen in de publieke sfeer binnen om haar moraal achter te laten (tabakswaarverpakking, stadsetiquetten, surveillance). Alsof de publieke sfeer van de staat is!

Dergelijke acties leiden niet tot een grotere burgerlijke verantwoordelijkheid, integendeel. Verantwoordelijkheid wordt geboren in het persoonlijke, wordt gevormd in het private en bediscussieerd in het publieke domein.

Het is de taak van de staat goed de discussies in de publieke sfeer te volgen. Niet de sturing van burgerlijk gedrag, maar de organisatie van zijn handelingssferen op zo'n manier dat de burger zich verantwoordelijk kan gedragen en voelen, dient leidraad van staatshandelen te zijn.

Gerard Drosterij is promovendus politieke filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    • Gerard Drosterij