`Stuck in the middle'

Middelste kinderen krijgen van hun ouders gemiddeld minder zorg dan broers en zussen, schrijft Ellen de Bruin.

Zelfs als ouders – nee, juist als ouders heel erg hun best doen om geen van hun kinderen voor te trekken boven een ander, komt het er in de praktijk op neer dat zulke ouders hun kinderen verschillend behandelen. Dat schrijft een onderzoeksgroep, bestaande uit twee psychologen en een bioloog in het laatste nummer van het tijdschrift Psychological Bulletin.

De oorzaak van het verschil is heel simpel. Zowel eerstgeborenen als laatstgeborenen krijgen een tijdlang exclusieve tijd, aandacht en zorg van hun ouders: de eersten als hun broertje(s) en/of zusje(s) nog niet geboren zijn en de laatsten als die alweer het huis uit zijn. Als je een grafiekje zou tekenen met horizontaal de plaats van een kind in het gezin en verticaal de totale hoeveelheid `zorg' die een kind heeft gekregen gedurende de tijd dat het bij de ouders heeft gewoond, wordt dat dus een U-vormige lijn: middelste kinderen krijgen cumulatief het minst, jongsten en oudsten het meest.

Het is natuurlijk een sterk vereenvoudigd model, niet alleen gebaseerd op de gedachte dat ouders hun kinderen gelijk behandelen, maar ook op het idee dat die kinderen `gelijk' zijn, dat ze bijvoorbeeld precies even lang thuis blijven wonen. En het is moeilijk om verschillende soorten `zorg' over één kam te scheren, benadrukken de onderzoekers. Maar er is in elk geval wel onderzoek waaruit blijkt dat middelste kinderen relatief het slechtst af zijn: ze hebben in totaal minder tijd gekregen van hun ouders, ze hebben gemiddeld minder zelfvertrouwen, en ze voelen zich minder vertrouwd en verbonden met hun ouders dan hun broers en zussen.

Eerstgeborenen en laatstgeborenen blijken trouwens, vanwege hun plaats in het gezin, weer tegen andere handicaps te moeten opboksen. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek dat eerstgeborenen als baby vaker al hun inentingen krijgen dan hun later geboren broertjes en zusjes, en dat ouders sneller met de oudsten naar de dokter gaan als ze klein zijn. Volgens de onderzoekers komt dat doordat de ouders minder tijd per kind hebben zodra er een tweede bij is gekomen. In ontwikkelingslanden, schrijven ze, sterven latergeborenen ook vaak jonger. Tegen de tijd dat de oudsten het huis uit zijn, hebben latergeborenen wel weer een voordeel, denken de wetenschappers: de jongsten zijn dan de enigen die nog zakgeld of een studietoelage ontvangen en hebben het dus financieel gemakkelijker.

De onderzoekers benadrukken dat hun theorie voorlopig is: het laatste woord over verschillen in opvoeding en karakter tussen jongste, oudste en middelste kinderen is nog lang niet gezegd.

    • Ellen de Bruin