Spijt van het prostitutiebeleid

Linkse en liberale politici maakten in 2000 een einde aan het bordeelverbod. Het was ,,de finale van een emancipatieproces van honderd jaar''. Maar de verwachtingen zijn niet ingelost. Op naar een nieuwe Prostitutiewet.

,,Voor een hele kleine groep van toch al geëmancipeerde prostituees heeft de opheffing van het bordeelverbod iets opgeleverd. Maar voor het grootste deel van hen is de toestand verslechterd.'' Femke Halsema, Tweede-Kamerlid voor GroenLinks, was indertijd geharnast voorstander van het opheffen van het bordeelverbod. De betaalde seksindustrie moest een reguliere bedrijfstak worden, met normale arbeidsverhoudingen, veilige werkomstandigheden en met prostituees die gewoon belasting betalen.

Nu, twee jaar later, blijkt van die doelstellingen weinig gerealiseerd te zijn. Bij de belastingdienst zijn nog geen duizend hoeren bekend, op een geschatte beroepsgroep van tussen de twintig- en dertigduizend werknemers, zo bleek uit recent justitieonderzoek. Er heeft zich een verschuiving (van onbekende omvang) voorgedaan van het legale bordeel- en clubcircuit naar dat van het oncontroleerbare escort- en gsm-circuit. En het gros der gemeenten heeft geen enkel prostitutiebeleid.

Halsema heeft, ondanks de gebleken achteruitgang voor veel prostituees, geen spijt van haar opstelling toen. ,,Omdat het een historisch moment was. Het was de finale van een emancipatieproces van honderd jaar.'' Haar toenmalige opponent, het CDA, was fel tegen legalisering van de prositutiebranche, maar CDA-woordvoerster Marleen de Pater-Van der Meer beschouwt dit inmiddels als `onomkeerbare realiteit'. Sindsdien zijn we wel ,,achteruit gekacheld'', vindt ze. ,,Maar de klok kan nu niet meer teruggedraaid''. Halsema en De Pater vinden zich in het gezamenlijk streven om alsnog in te grijpen in de gegroeide praktijk. Desnoods met een nieuwe Prostitutiewet, hoewel Halsema en De Pater fundamenteel van mening verschillen over wat daarin geregeld moet worden.

Ook voormalig PvdA-woordvoerster Marleen Barth, indertijd ook voorstander van legalisering, erkent dat er sinds de opheffing van het verbod ,,te weinig is verbeterd'' voor het grootste deel van de prostituees. Maar nieuwe prostitutiewetgeving is wat haar betreft het antwoord niet. Inhalen wat verzuimd is wel: doen wat in de wet staat. De Tweede Kamer heeft volgens haar indertijd een goede wet gemaakt. Alleen doen de gemeenten en de politie er te weinig aan, vindt Barth. De politie geeft geen prioriteit aan het opsporen van illegale praktijken. ,,Terwijl ze er duizenden mensen bijgekregen hebben.''

D66-woordvoerder Dittrich sluit zich daarbij aan. ,,Hoezo zijn er gemeenten die nog steeds geen prostitutiebeleid hebben? Dat moet, dat hebben we als Tweede Kamer wettelijk zo vastgelegd. Desnoods moet zo'n nieuwe Prostitutiewet elke Nederlandse gemeente dwingend dergelijk beleid opleggen. ,,Op straffe van boetes voor gemeenten die nalatig blijven.''

Halsema wil vooral ,,de verlegenheid slechten die instanties hebben met prostitutie''. Zoals banken die geen kredieten willen verlenen aan prostituees of bordeelhouders, en de onmogelijkheid voor hun personeel om een arbeidsongeschiktheidsverzekering te kunnen afsluiten. Die nieuwe wet moet volgens Halsema ook regelen dat prostituees anoniem belastingaangifte mogen doen en of prostituees beroepskosten mogen aftrekken. Halsema: ,,Toen een prostituee onlangs vragen stelde over kledingkosten aan een belastingsinspecteur antwoordde hij: ,,U mag die kosten alleen aftrekken als u duidelijk een logo van uw bedrijf op uw werkkleding draagt.'' Het ging volgens Halsema fout toen de Tweede Kamer in het debat de nadruk legde op openbare orde en illegaliteit, in plaats van op emancipatie en legalisering. ,,Dat kwam door de PvdA, die wilde voor prostitutie zelfs een identificatieplicht op de openbare weg. Ziedend was ik daarover, de stigmatisering die daar het gevolg van is.'' Volgens Barth ontkom je echter niet aan een identificatieplicht ,,als je minderjarigen tussen de prostituees uit wilt halen.''

CDA-woordvoerster De Pater noemt het indertijd gevoerde debat minzaam ,,idealistisch, maar niet altijd even realistisch. Men had oog voor de gezondheid van de vrouwen en wilde onvrijwilligheid zoveel mogelijk uitsluiten. Maar hoe kun je uitsluiten dat een verslaafde vrouw of een vrouw uit een kansarm Oost-Europees land dit werk onvrijwillig doet?'' De discussie over prostitutie hinkt volgens haar nog steeds op twee gedachten. Want er is niemand die prostitutie een normaal beroep vindt, zegt zij. ,,Het is nog steeds geen geaccepteerde branche. Dat geeft niet de politiek, maar de samenleving aan. Bijvoorbeeld in de manier waarop fiscus, arbeidsinspectie of banken ermee omgaan.''

De identificatieplicht moet, in tegenstelling tot wat Halsema vindt, volgens De Pater een belangrijke rol gaan spelen bij het bestrijden van uitwassen. Dat mag nu niet zomaar, maar straks wel. ,,Wie vrijwillig voor dit beroep kiest, kan vervolgens niet anoniem blijven. Dat kan bij wet geregeld worden. Een Prostitutiewet is twee jaar geleden ook al in mijn partij aan de orde geweest. Dat idee is mij nu ook nog sympathiek. Ook het recht van gemeenten om geen bordelen binnen hun gemeente toe te staan, moet in die wet geregeld worden.''

D66-woordvoerder B. Dittrich wil pas over tien jaar `afgerekend' worden op zijn betrokkenheid bij de besluitvorming. ,,Het is nu nog veel te vroeg om verschuivingen in de prostitutiebranche vast te stellen nadat die zo lang in de schaduw van de criminaliteit heeft gestaan.'' Maar Dittrich vindt wel dat gemeenten hun verantwoordelijkheid hebben laten lopen door geen lokaal prostitutiebeleid te hebben opgesteld. Gemeenten moeten vergunningen uitgeven aan bedrijven die legaal willen opereren en ze vervolgens controleren. ,,Zo'n burgemeester Wallage van Groningen heeft nog niets geregeld, terwijl hij indertijd als Tweede-Kamerlid volop bij dat debat betrokken was. Wij dachten: wat lokaal kan, moet je lokaal laten doen. Gemeenten hebben hun kans gehad, maar niet genomen.''

Dit is het laatste deel van een serie over de opheffing van het bordeelverbod. Alle acht afleveringen zijn na te lezen op www.nrc.nl.