Rampjaar

De vertoning schaamteloos, de politiek normloos, de regering waardeloos: wij beleven, lijkt het, een rampjaar als dat van 1672, waaraan we de gevleugelde woorden over het redeloze volk, de radeloze regering, het reddeloze land hebben overgehouden. De parallel lijkt vergezocht. In 1672 wankelde de staat en was de Republiek in oorlog. Maar hebben wij niet, voor het eerst sindsdien, toen de gebroeders De Witt aan stukken werden gescheurd, dit jaar een politieke moord beleefd? En meer to the point: er is oorlog of ten minste gerucht van oorlog.

Op het moment dat in de strijd tegen het terrorisme het punt nadert van erop of eronder, in het Midden-Oosten de vlam in pan dreigt te slaan, het voortbestaan van Israël in de waagschaal ligt ... op het moment dat moet worden beslist over de toekomst van een verenigd Europa ... op het moment dat de economie achteruitgaat, de werkloosheid stijgt, de inflatie groeit, de inkomens dalen ... op dat moment kreeg in Den Haag de Tweede Kamer de groeten in het handschrift van een zevenjarige, kregen anderhalf miljoen LPF-kiezers een omhooggestoken middelvinger, kreeg het in rouw gedompelde staatshoofd een vlerk aan de telefoon.

De vlerk jammerde op de toon van de regenten uit 1672: ,,Wij weten geen raad tot defensie Wij staan in de uiterste confusie te vervallen Alles gebreekt: geld, volk en courage De posten zijn niet te defenderen De zake kan geen uitstel lijden.'' Zal dan het staatshoofd niet hebben gedacht, zoals indertijd de Haagse predikant Vollenhove het ronkend verwoordde: ,,Gij spilt in éne maand de glorie van uw vaderen,/ Een eeuw lang met veel bloeds gekocht ...''

Het spijt me dat ik op de zeventiende-eeuwse taal van het rampjaar terugval, maar de politieke taal die tegenwoordig wordt gebezigd is dermate vervuild dat allerlei woorden onbruikbaar raken, omdat ze niets meer betekenen. `Wisselen' is zo'n woord dat ik niet meer kan horen. Het ligt Balkenende in de mond bestorven. Vroeger betekende `wisselen' dat een kind zijn melkgebitje verloor of een voetbaltrainer spelers door anderen verving. Nu betekent wisselen, ja wat eigenlijk, in ieder geval niet: met iemand van gedachten wisselen. Er komt helemaal geen gedachte te pas aan wat Balkenende onophoudelijk `wisselt'.

`Duidelijkheid en daadkracht', nog zo'n uitgewoond woordenpaar dat je niet meer kunt gebruiken, omdat het een omgekeerde betekenis heeft gekregen: gekonkel en gebrek aan niveau. `Verfrissend en transparant', die leugentaal riekt naar de gierwagen en broedermoord.

Maar het ergste geval van betekenis-inversie doet zich voor met de onuitstaanbare uitdrukking `nieuwe politiek'. Die nieuwe politiek blijkt linea recta terug te voeren naar een kabinet van dezelfde samenstelling als het kabinet-De Quay (1959), Marijnen (1963), De Jong (1967), Biesheuvel (1971), Van Agt (1977), Lubbers (1982). Hoe nieuw, hoe fonkelnieuw, die nieuwe politiek. Wat de historicus Geyl schreef over het rampjaar gaat onverkort op voor wat wij beleven in 2002: ,,Het is een van de droevigste teleurstellingen die de geschiedenis der Republiek oplevert, dat de geweldige volksverheffing tegen de oligarchie, welke de ramp van 1672 uitlokte, niet tot een hervorming van haar aanstotelijke eigenaardigheden heeft geleid.''

De vorming van het nu gevallen kabinet-Balkenende is hetzij een daad van grote onverantwoordelijkheid geweest, hetzij een doortrapte manoeuvre om de anderhalf miljoen Fortuynstemmers binnen de kortste keren monddood te maken. Ik hou er doorgaans niet van als mensen achteraf hun gelijk willen halen, maar bij uitzondering citeer ik mezelf eens. Na de moord op Fortuyn, maar nog voor de verkiezingen van 15 mei, schreef ik op deze plaats dat wij de tijd moesten krijgen om tot ons te laten doordringen wat op langere termijn de gevolgen zijn van de vrijwel onvoorstelbare populariteit van Fortuyn en het nog moeilijker voorstelbare feit van zijn liquidatie. ,,Tijd voor iedereen om bij zijn positieven te komen. Tijd voor de politieke erfgenamen van Fortuyn om een democratische organisatie in het leven te roepen, aangezien nauwelijks iemand weet wie die erfgenamen zijn en waar zij voor staan.''

Die tijd hebben Balkenende, Zalm en de LPF het land niet gegund. Zij wilden business as usual. Daarmee blokkeerden zij tegelijkertijd de nodige bezinning op de in brede kring bestaande onzekerheid over de Nederlandse identiteit vis à vis de Europese eenwording en de immigratie van mensen uit andere culturen. ,,Het beste waar je in deze omstandigheden op kunt hopen'', betoogde ik indertijd, ,,is dat na de verkiezingen kan worden gekomen tot een overgangskabinet dat voldoende rust en tijd creëert om op geordende wijze een nieuw begin te kunnen maken en de democratie veilig te stellen. Men kan zich bij een dergelijke oplossing een zakenkabinet voorstellen zonder nauwe bindingen aan de partijpolitiek of een nationaal kabinet inclusief de erfgenamen van Fortuyn.''

Die erfgenamen hebben zichzelf de das om gedaan, maar denk niet dat daarmee het probleem is opgelost van een voortwoekerende onvrede over een, al dan niet terecht verondersteld, democratisch tekort. Hoe onvolkomen en in sommige opzichten weerzinwekkend ook, de LPF vormde van die onvrede de politieke vertaling. De erven Fortuyn bevochten elkaar in hun eigen politieke onderwereld, maar in de Kamer volgden zij met verbazingwekkende onderdanigheid alle instructies uit het Torentje op. Als lammetjes.

CDA en VVD nemen nu het risico dat de teleurstelling bij de voormalige LPF-kiezers tot verdere radicalisering van de rancune leidt. Lichtvaardig hebben zij met de in mei geëxplodeerde onvrede een spel gespeeld. Op korte termijn kan de eliminatie van de LPF hun te stade komen, als zij begin volgend jaar een gezamenlijke meerderheid krijgen. Het lijkt bovendien tactisch handig verkiezingen uit te schrijven nu links nog geen mogelijkheid heeft gehad voor een bezinning op de toekomst. Omdat de PvdA niet in staat is de machtsvraag te stellen, zal het linkse electoraat verder versnipperd raken en ten dele uitwijken naar GroenLinks en de SP.

Zalm is een goede rekenmeester. Behendig, maar ook kortzichtig. Want wat is een na januari te verwachten CDA-VVD-coalitie anders dan een herstel van stokoude politiek die de onvrede alleen maar zal laten voortduren of zelfs doen toenemen in steeds lelijker gestalten en gevaarlijker proporties?