Parasitisme

Ik kon wel huilen van ontroering na dat schitterende hakje van Kluivert, woensdagavond in Wenen. Maar wanneer een zompige treurwilg als Mat Herben zich aan het Nederlands elftal vergrijpt, houdt het natuurlijk op. Dan is alle schoonheid weg. Erica Terpstra is zowat de enige politica bij wie belangstelling voor sport niet eindigt in retorisch parasitisme. Ad Melkert en Feyenoord? Een monsterverbond! Van Agt en wielrennen? Geneuzel van een meisjeskostschool! Bram Peper en het EK-2000? Bravoure van het niets!

Deze week bakten ze het wel heel bruin, de heren van fatsoen.

Mat Herben: ,,Het lot van de LPF moet je zien als een topelftal dat zich maandenlang door allerlei voorrondes heeft geworsteld en dan sta je in de finale en missen je sterspelers de penalty's.''

Gerrit Zalm: ,,De LPF heeft inderdaad wel tien keer gescoord, maar dan in eigen doel.''

Jan Marijnissen: ,,Ik zou zeggen, de LPF heeft de kleedkamer nimmer verlaten.''

En zo ging het maar door, op die zwarte woensdag in de Tweede Kamer. Het regende metaforen uit de Zestien, de middencirkel, het krachthonk, kleedkamer en trainingsvelden. Over het volk werd niets gezegd, laat staan over de staantribune. Het volk staat overal buiten.

Ik heb een gloeiende hekel aan politici die zo eens in de vier jaar op het idee komen in de aura van Johan Cruijff en Marco van Basten plaats te nemen. Of in het kielzog van Erik Dekker en Leontien van Moorsel. Voor je het weet gaat de megalomane koorknaap Jan Peter Balkenende het ruige timbre van Mick Jagger nabootsen. Een democratie van schrille geluiden: Bespaar ons, Heer.

KNVB-directeur Henk Kesler vertelde me laatst een treurig verhaal over zijn ontmoeting met ambtenaren van Justitie. Ze wisten niets van bal en man, niets van pasjes en tribunes, niets van hekken en veiligheidszones en al helemaal niets van van EK's en WK's. Ze keken uit hun ogen als UFO's. Alleen minister Donner was nog wereldvreemder: hij dacht dat voetbal uitsluitend in het Oostblok werd gespeeld, voor 1989.

Van René Froger, Katja Schuurman, Freek en Youp wil ik nog aannemen dat hun passie voor Ajax en aanverwante oorden van barbarij oprecht is. Al denk ik ook dan: wat zou Richard Witschge voor jullie, zangers van en over het leven, nou meer te bieden hebben dan Thomas van Aquino? Maar alla, in contactadvertenties lees je ook weleens: Licht gebrek geen bezwaar. Kunstenaars mag het recht niet ontzegd worden te stappen in de valkuil van het ego. Ik begrijp het verlangen van Freek en Youp wel: de hoofse schittering van Harry Mulisch voorbij, maar wel met de benen van Rafael van der Vaart.

Politici gun ik die droom niet. Zij kunnen zich wentelen in de eigen onschendbaarheid, mogen wellicht de nog dampende nagedachtenis van prins Claus bruuskeren, maar moeten wel met hun handen en hun grote bek van de sport afblijven. Want voor dat hele syndicaat van beëdigden in Den Haag is voetbal, wielrennen, darts en hockey nooit meer geweest dan een echokamer van volks verdriet. Dat kun je zonder meer aflezen aan de Rijksbegroting.

Alleen in dagen van crisis ontdekken de Mat Herbens van deze wereld opeens dat het Nederlands elftal een demonstratief vehikel kan zijn voor de gunst van de vleierij. Dan weten ze weer wie Seedorf is, en dat er drama schuilgaat achter een gemiste strafschop. Dan worden ze, met de snelheid van een atoom, staantribune.

Vorige week werd het WK wielrennen in het Belgische Zolder gereden. Zowat de hele regering uit Brussel was aanwezig onder een baldakijn van VIP-tenten. Eerste ministers – in België zijn er vier – en ministers schurkten elkaar overhoop om Mario Cipollini toch maar in een omhelzing van wederzijdse glorie te kunnen betrekken. Ze wurmden zich naar het podium toe in een veldslag van tackles, elleboogstoten en blauwe ogen.

De foto wenkte.

De dag dat Mat Herben voor een wedstrijd van het Nederlands elftal in de tribune zit, misschien wel op het ereterras, gaat alles mis. Dan vallen op het veld alle voetbalverstanden, wreven en gewrichten stil. Zelfs gras en kalk verliezen hun kleur en de doelnetten zullen te treuren staan als een mozaïek van gevallen herfstbladeren.

Mat Herben is dood, leve Oranje.

    • Hugo Camps